Sharmeela had in mijn bed kunnen liggen
Angela Carper

Illustratie: Raphael Kirchner
Waanzinnig. Gestoord. Absurd. Hoe kan een psycholoog zo’n fragiel meisje als Sharmeela zo ten gronde richten?
Velen van u zullen het tragische verhaal van Sharmeela, de 22-jarige anorexia-patiënte die zelfmoord pleegde en een uitermate vreemde en grensoverschrijdende relatie had met haar psychologe, niet kunnen bevatten.
Gegijzeld door een geesteszieke
Ik wel. Het had mij en iedere hulpverlener misschien wel kunnen overkomen. Daarmee praat ik het gedrag van de psychologe absoluut niet goed. Vergis u niet. Maar oordeel niet te snel. Zoals altijd, zitten er twee kanten aan een verhaal.
Ik heb het al eens meegemaakt. Gegijzeld door een geesteszieke persoon. Die steeds verder en verder gaat. Zo ver over grenzen, dat je niet meer weet waar je bent. Dat je wilt helpen, maar dat niets helpt. Dat je continu emotioneel wordt gechanteerd. Dat er geschermd wordt met de dood. Dat je leven totaal beheerst wordt door de problemen van de ander, die je maar niet uit dat moeras kan trekken, wat je ook doet.
Gelukkig maakte ik dit niet mee als professional. Ik heb er wel ontzettend veel aan gehad als professional. Inmiddels werk ik dag in, dag uit met mensen als Sharmeela. Patienten met psychiatrische problematiek. Geestesziek. Werk dat ik ontzettend waardeer. Maar eenvoudig is het niet.
Continu de grenzen opzoeken
Werken met patiënten die continu de grenzen opzoeken. En eroverheen gaan. Patiënten die flirten. Patiënten die vleien. Patiënten die manipuleren. Patiënten die mijn zwakke plekken opzoeken. En vinden. Patiënten die je toenaderen. Patiënten die verliefd op me worden. Patiënten die dreigen. Patiënten die intimideren. Patiënten die onder mijn huid kruipen. Patiënten die schermen met de dood. Patiënten die daadwerkelijk doodgaan.
Dit zijn ook patiënten die me enorm aan het lachen kunnen maken. De mooiste woordspelingen hebben. Me in mijn hart kunnen raken als geen ander. Patiënten voor wie ik met alle liefde op de bres spring.
Maar tegelijk zijn het patiënten bij wie ik op mijn hoede moet zijn. Patiënten bij wie ik mijn grenzen grondig bewaak. Met man en macht. Omdat het noodzaak is.
Vreemde voorstellen
Het kan beginnen met een aanraking. Een streling. Een compliment. Grenzen vervagen. Je geeft je e-mailadres. Je wil ze zo graag helpen. Vindt ze leuker dan de andere patiënten die je dagelijks ziet. Ze doen een appèl op je. Het wordt persoonlijker. En voor je het weet, zit je in drijfzand. Uit angst ga je mee in alle verzoeken. In alle vreemde voorstellen. Alles om de dood te voorkomen. En je zakt dieper en dieper weg. Je kunt niet meer terug. Ziet geen uitweg. De enige uitweg is contact verbreken. En dan blijkt afscheid desastreus.
Ik had het ‘geluk’ dit al eens meegemaakt te hebben. Buiten werk. Ik weet waar het ophoudt of op moet houden. Denk ik. Ik bewaak mijn grenzen militant. Ik heb inmiddels redelijk wat ervaring met patiënten die onder je huid gaan zitten, je bespelen, je weten te raken. En soms ontdek ik toch nog dat ik me af en toe laat meeslepen. Uit sympathie, die de patiënt weet op te roepen.
Hulpverleners beter wapenen
Steeds vaker zie ik tuchtzaken voorbijkomen waarbij hulpverleners wegzakken in een moeras waar ze maar niet uit weten te komen. Bij patiënten die aanvangen grenzen te overschrijden. En hulpverleners – uit angst of onwetendheid – niet goed de grens weten aan te geven.
Het is mij nog niet overkomen. Maar het had gekund.
Misschien wordt het ook eens tijd om hulpverleners wat beter te wapenen. Te scholen. Voor te lichten. Te coachen.
Want voorkomen blijft beter dan overkomen.
Angela Carper is forensisch arts en verslavingsarts. In haar werk heeft zij veel met psychiatrische problematiek te maken. Ze is van mening dat het herhaaldelijk aan de schandpaal nagelen van hulpverleners in complexe zaken als die van Sharmeela niet bevorderlijk zijn om herhaling te voorkomen. Voorlichting en preventie wel.





RSS