Baudet de machtsdenker
Mihai Martoiu Ticu

Illustratie: Jane Evelyn Atwood
In zijn boek ‘De aanval op de natiestaat’ valt Baudet internationale hoven aan. Hij wil de natiestaat tegen ‘supranationalisme’ verdedigen. Maar hij definieert supranationalisme zo sterk dat alle hoven onmogelijk worden. Want rechters interpreteren regels en geven bindende uitspraken.
Ook als de hoven Baudets definitie overleven, wil hij de bestaande hoven zodanig beperken dat ze papieren tijgers worden – veel meer dan nu. Hieronder wil ik met twee argumenten aantonen dat rationele mensen altijd internationale hoven zouden willen, met meer tanden dan Baudet tolereert.
ARGUMENT 1: De natuurtoestand
Stel je voor dat de huidige continenten na een natuurramp verdwijnen en er een nieuw continent ontstaat. Jij en de andere overlevenden, uit alle hoeken van de wereld, koloniseren dat continent. In het begin is er geen wet, geen staat, geen politie, geen rechter. Het lukt jullie om het land onderling te verdelen en iedereen heeft zijn eigen boerderij.
Stel dat je twee conflicten hebt met je buurman, de heer S. Lim. Je meent dat het hek tussen jullie boerderijen ‘s nachts regelmatig verplaatst wordt – in jouw nadeel. Je vee crepeert doordat er minder gras is en sommige van je kinderen sterven van honger.
Daarna doodt S. Lim je twaalfjarige dochter en verkoopt haar organen. Tenminste dat geloof jij stellig, omdat je het zelf hebt gezien, samen met tientallen andere getuigen. Je hebt het ook gefilmd.
Gevaar voor jouw welzijn
Je gelooft dus dat S. Lim twee dingen heeft gedaan: misdaden tegen jou gepleegd en hij is een gevaar voor jouw welzijn en dat van je geliefden. S. Lim ontkent en geeft één van de onderstaande antwoorden:
1. “Ik heb haar niet vermoord, jij en je getuigen zijn blind en je film is prutswerk.”
2. “Je hebt het verhaal verzonnen om mij te vernietigen. Je bent gewoon jaloers op mijn rijkdom, op mijn morele en intellectuele superioriteit.”
3. “Ja ik heb haar met tegenzin gedood en heb daar verdriet van, maar ik kon niet anders.”
Hieraan voegt hij één ander mogelijk excuus toe:
a. “Ze heeft me aangevallen en ik moest mijzelf verdedigen.”
b. “Ik heb een hersenziekte en verloor mijn controle.”
c. “Ik heb haar organen niet verkocht, maar gebruikt in een succesvol wetenschappelijk onderzoek, dat miljarden kinderen in de toekomst zal redden, inclusief één van jouw kinderen.”
Bindend oordeel
Als redelijk mens stel je voor om een neutrale persoon als rechter te benoemen. Deze rechter evalueert jullie argumenten en geeft een bindend oordeel. Je oppert een contract: dat jullie zijn beslissing zullen opvolgen.
Op zich niets dat S. Lim een oneerlijk nadeel kan bezorgen. Hij reageert echter als volgt: “Ik wil absoluut geen rechter erkennen, want ik weet dat ik onschuldig ben.” Zou je hem het laatste woord gunnen?
Ik claim dat S. Lim geen enkel rationeel argument kan vinden, dat hem de vrijheid zou geven om een rechtbank te weigeren. Als hij rationeel is, weet hij dat het voor jou net zo rationeel is te verwachten dat hij misdaden tegen jou zou plegen om zijn welvaart te maximaliseren. Hij weet dat het voor jou rationeel is om al zijn argumenten als smoes te vermoeden en slechts een rechter kan voor jou een rechtvaardig vonnis geven, zelfs als je verliest. Hij moet daardoor weten dat geen enkel argument rationeel voldoende is om jou tot acceptie te dwingen.
Een rechtbank als zelfverdediging
Ik claim dat, zodra we toegeven dat je het (natuur)recht op leven hebt, moeten we toegeven dat je het recht hebt op zelfverdediging en als gevolg het recht om anderen te dwingen om mee te werken aan het stichten van rechtbanken.
Het is irrelevant dat er geen wetten bestaan. Jij en S. Lim kunnen altijd onderhandelen welke regels de rechter zal toepassen.
Zelfs als je met S. Lim geen akkoord kan bereiken over de juridische regels, heb je het recht om een minimaal aantal regels aan iedereen in de wereld op te leggen, desnoods met geweld. Deze regels gaan over jouw overleving. Je bent bijvoorbeeld vrij om iedereen voldoende regels op te leggen ter bescherming tegen roof, moord, foltering, verkrachting, lichaamsaantasting, slavernij en apartheid.
De vrijheid om rechtbanken op te leggen
Ook als we ontkennen dat je het recht op leven hebt – de absolute vrijheid in de anarchie geeft jou ook de vrijheid om een ander onafhankelijke rechtspraak op te leggen. Als S. Lim weigert om mee te werken aan het stichten van deze rechtbank, ben je absoluut vrij. Je hebt geen enkele morele of andere plicht. Je bent op dat moment de ultieme rechter. Jij beslist of hij een gevaar is voor je leven of welzijn. Je bent vrij om alle maatregelen te nemen, die jou voldoende beschermen. Je bent daarom vrij om S. Lim te dwingen om mee te werken aan een rechtbank.
Deze vrijheid is tegelijk een recht. Want een recht is een met een goed argument onderbouwde vrijheid om toestanden in de wereld te behouden of te veranderen, zonder instemming van anderen, zelfs tegen hun wil, inclusief de vrijheid om sommigen te dwingen om mee te helpen.
Conclusie
Je hebt het recht om S. Lim een rechtssysteem op te leggen; ook als hij roept dat hij een staat is en – Baudet’s nachtmerrie van supranationalisme – de vonnissen in strijd kunnen zijn met de besluiten van zijn wetgevende macht en mogelijk tegen zijn nationale voorkeuren of belangen. Want waarom zouden al zijn grillen boven jouw vitale en legitieme belangen staan? Zoiets zou slechts een machtsdenker bedenken.
ARGUMENT 2: De hemelpositie
Stel je voor dat we met elkaar zouden kunnen debatteren en onderhandelen in een ‘democratiekamer’, al vóór onze geboorte, bijvoorbeeld als ‘geesten’ in een denkbeeldige hemel, zonder te weten als welke persoon we geboren zullen worden. Welke instituties zouden we bedenken? Mijn stelling is dat we een contract zouden tekenen om rechtbanken na de geboorte op te richten en deze rechtbanken aan iedereen op te leggen, als we vrij, neutraal, rationeel en zelfbehoudend zijn.
Want we zouden conflicten van levensbelang definitief willen oplossen, via bindende uitspraken van onafhankelijke arbiters, om tenminste de volgende drie redenen:
De sterksten en de charlatans
Ten eerste willen we anderen, die machtiger, krachtiger en slinkser zijn dan wij tot bepaalde handelingen kunnen dwingen, uit zelfverdediging tegen hun grillen, kracht, macht en bedrog. We willen bijvoorbeeld niet dat zij ons beroven, knechten, verkrachten of vermoorden. Zonder rechtbanken zouden de sterksten en de charlatans onterecht en buitensporig het laatste woord hebben.
Ten tweede zijn we als mensen noch alwetend noch objectief. We kunnen anderen onrecht aandoen en onterecht geloven dat we onschuldig zijn. Daardoor hebben we een morele plicht om een rechter – die objectiever is dan wij – de schuldvraag te laten beslissen. Bij weigering zijn de anderen vrij om te geloven dat onze daden kwaadaardig zijn, bedoeld om onverdiende voordelen met oneerlijke middelen te bemachtigen.
Kind vermoord
Ten derde, ook andere geesten zijn gebrekkig. Iemand kan zich vergissen en toch oprecht geloven dat jij een misdaad hebt gepleegd of dat je een gevaar bent voor zijn leven. Stel dat iemand per abuis gelooft dat je zijn kind hebt vermoord. Je weet dat emoties zo iemand tot wraak kunnen dwingen; je wilt niet bang zijn voor de rest van je leven; je wilt veel liever dat een rechter – met een koel hoofd – alle argumenten overweegt en je vrijspreekt als je onschuldig bent. Na de vrijspraak wil je dat nepslachtoffers je met rust laten.
Dus als rationele wezens zouden we een contract al voor onze geboorte tekenen om rechtbanken te stichten, uit zelfbescherming tegen anderen. We zijn zelfs vrij om dit contract te verplichten.
En staten zijn slechts groepen mensen. Het is zelfs handiger om groepen in een keer tot bepaalde handelingen te kunnen dwingen. Dus we willen rechtbanken ook binnen het volkenrecht, om onszelf tegen (andere) staten te beschermen.
Baudets bias
Baudet schendt de eerste regel van een goed filosofisch argument: een argument dient neutraal te zijn, dient een ideaal-rationele jury te kunnen overtuigen. Deze jury is een belangeloze bovengemiddeld intelligente groep, met verstand van argumentatieleer en voldoende kennis van het onderwerp.
Niet-neutrale argumenten overtuigen slechts een beperkte groep, meestal als gevolg van een psychologische bias, zoals belangen of verleiding tot machtsmisbruik. Een maffiabaas zal bijvoorbeeld zijn gangsters overtuigen om banken te beroven. Maar hij zal geen leden van een ideaal-rationele jury overtuigen als ze niet van tevoren weten of zij als gangsters geboren zullen worden.
Recht van de sterkste
Zoals de maffiabaas alleen gelijkgestemden overtuigt, zo spreekt Baudets argument slechts de machtige conservatieve Westerlingen aan. Want de Westerse macht zal alleen maar groeien zonder (of met minimalistische) internationale hoven.
Daardoor is een sociaal-darwinistische ideologie verleidelijk, berustend op het recht van de sterkste, waar de machtige mag tieren en de machteloze is gedoemd prooi en wegwerpvoorwerp te zijn. Wanneer komt Baudet als machtsdenker uit de kast?
Mihai Martoiu Ticu is filosoof en internationaal rechtsdeskundige. Hij heeft een website en een Twitteraccount.





RSS