Betutteling is liberaal
Alf Berendse

Illustratie: Anders Zorn
Wie nog protesteert tegen het rookverbod in de horeca voert een achterhoedegevecht, een slag in een strijd die al verloren is. Maar wat de regering erover zegt, mag nog wel eens onder de loep mogen genomen: het rookverbod wordt gepropageerd met taalgebruik dat betutteling moet verhullen.
Minister Klink van Volksgezondheid, die het rookverbod moet verdedigen, protesteert als de maatregel betuttelend wordt genoemd. In de uitzending van Buitenhof op zondag 23 november presteerde hij het om het rookverbod zelfs liberaal te noemen. Een staaltje newspeak: betutteling is liberaal’. Het interesseert de minister geen lor wat een woord betekent, als hij maar ontkomt aan de beschuldiging betutteling.
Van oudsher staat een liberale politiek voor burgerlijke vrijheden en meer in het bijzonder voor een economie zonder overheidsbemoeienis. Klink kaapt het woord en heeft overtreding van het rookverbod verheven tot economisch delict’.
Volgens Klink is het rookverbod niet betuttelend want, zo maakte hij nog eens duidelijk, het is er niet om de rokers te pesten, maar om werknemers in de horeca een rookvrije werkplek te garanderen, een recht van alle werknemers. Meer rechten, dat lijkt liberaal. Maar volgens liberale beginselen zijn arbeidsvoorwaarden altijd een uitkomst van onderhandelingen tussen werknemer en de werkgever. De werkgever mag daarbij zijn eigendomsrecht het zwaarst laten wegen: Dit is mijn kroeg, mijn bezit, van mij mag hier worden gerookt, weet dat als je hier komt werken. De sollicitant die niet passief wil meeroken, staat het vrij elders te gaan werken. Ja maar, is dan de klacht, ik wil wél in de horeca werken, maar níet in de rook van anderen, terwijl overal in de horeca wordt gerookt. Dat is net zoiets als een baan als mijnwerker opeisen, maar dan zonder steenkoolgruis. Niemand werd gedwongen in een rokerig café te werken, en er waren altijd mensen te vinden die het wilden. Dat was heel liberaal.
Klink streeft naar betere arbeidsomstandigheden, via overheidsingrijpen. Dat maakt van hem een socialist, geen liberaal. De betekenissen van de politieke termen links en rechts veranderen al sinds ze bestaan, maar socialistisch en liberaal hebben, vooral als het om economische politiek gaat, een aardig vaststaande omschrijving weten te behouden. In een liberale economie bestaat geen recht op arbeid’, omdat arbeidsgelegenheid een resultaat is van de economie, geen voorwaarde. Laat staan dat er recht bestaat op een gezonde arbeidsomgeving. Het zijn de socialisten die de mond vol hebben van rechten’; werknemers hebben volgens hen het recht om van alles te krìjgen. Onvermijdelijke gevolgen daarvan, dat werkgevers de plicht hebben te géven en dat het eigendomsrecht op de schop gaat, stoort hen niet.
Het rookverbod geldt ook voor kroegen zonder personeel, waar alleen de eigenaar in de rook van zijn klanten werkt. Tja, gaf Klink toe, voor hen was het rookverbod eigenlijk niet bedoeld. Maar zij mogen geen concurrentievoordeel hebben, ten opzichte van horeca met personeel, waar niet mag worden gerookt. Na eerder te hebben beweerd dat het rookverbod niet tot omzetverlies leidt, stelt de minister nu dat een horecaonderneming waar mag worden gerookt wel een economisch voordeel heeft. Samengevat: met rookverbod niet minder inkomsten, maar zonder rookverbod wel meer. De minister lult maar een eind weg, of kan nog geen een en een bij elkaar optellen.
Nu ligt het economisch voordeel bij de grotere horecazaken waar een aparte rookruimte kan komen, zonder bediening. Dus moet ik terugnemen dat Klink een socialist is: hij gunt het economisch voordeel aan de grotere ondernemers, niet aan de kleine man die sappelt om zijn bedrijfje overeind te houden. In elk geval kan Klink niet volhouden dat het rookverbod uitsluitend is bedoeld om werknemers te beschermen, als het ook geldt voor bedrijven zonder personeel. Wat maakt dat van hem, qua politieke richting? Hij behoort gewoon tot die ene groep waar alle politici binnen vallen: de leugenaars.
Klink is minister van volksgezondheid, hij moet zich niet met de economie bemoeien en dus niet met maatregelen komen die invloed hebben op winst of verlies binnen een sector van het bedrijfsleven. En natuurlijk heeft het rookverbod alles te maken met het algemene anti-rookbeleid van de overheid. Daarbij wordt de minister gesteund door jammerende ex-rokers met longemfyseem, en klagerige niet-rokers die vinden dat ze recht hebben op een rookvrije kroeg, restaurant of discotheek. Die zouden er zijn geweest als een ondernemer dat winstgevend had geacht. Zo gaat dat in een liberale economie.
Dieper achter het regeringsbeleid steekt de misvatting dat mensen recht hebben op gezondheid. Klink en zijn opvolgers zullen dat idee omvormen tot de plìcht tot gezondheid. Om te voorkomen dat de minister dan weer van betutteling worden beticht, wordt een ander economisch argument uit de kast getrokken: de kosten van de gezondheidszorg worden te hoog. Dat dat gevolg is van de misvatting dat gezondheid een recht is, is iedereen tegen die tijd vergeten.
De politiek steunt op valse dilemma’s: een rookverbod in de horeca, of de werknemers krijgen tegen hun zin kanker. Straks volgt: een algemeen rookverbod, of een onbetaalbare gezondheidszorg. Alsof het onvermijdelijk kiezen tussen twee kwaden is. De eigenlijke keuze heeft alles met echt liberale politiek te maken: een bemoeizieke, betuttelende overheid, of vrijheid met behoud van eigendomsrechten. De newspeak van Klink is een teken aan de wand: betutteling is liberaal’ is een stap verwijderd van slavernij is vrijheid’.
Alf Berendse vindt sociaaldemocraten gevaarlijker dan fascisten en communisten bij elkaar.





RSS