Narcist
Prediker

Foto: Agent Provocateur
Berlijn, 20 November 1971. Op de golf van de flower power-beweging en de postmoderne interesse voor Jezus, zet de op dat moment vrijwel uitgerangeerde en door relletjes omgeven acteur Klaus Kinski een monoloog op de bühne, waarin hij de Verlosser tot spreken wil brengen. Maar dan niet als de pacifistische hippie die Loyd Webbers Jesus Christ Superstar van hem maakt. Kinski ziet in Jezus één van de “meest onbevreesde, vrijste, modernste van alle mensen, die zich liever laat afslachten dan zich levend door anderen te laten corrumperen.” Het gaat Kinski erom “de man te laten zien zoals wij allen willen zijn. Jij en ik.”
De excentrieke toneelspeler zal echter niet aan zijn voorstelling toekomen, gehinderd als hij wordt door onderbrekingen en tegenwerpingen van het publiek, dat geen prediking wil horen, maar discussiëren.
Memorabel citaat: “Nee, hij heeft niet gezegd, ‘Houd je bek!’; Hij heeft een zweep gepakt en ‘m z’n muil dichtgetimmerd! Dat heeft ‘ie gedaan! Jij domme zeug!”
Voor wie het Duits onvoldoende volgt om mee te genieten: hetzelfde fragment, Engels ondertiteld. En neemt u vooral ook eens een kijkje op de site van de documentaire uit 2005 over de betreffende avond: Jesus Christus Erlöser.
‘Egomanisch’
Bovenstaand fragment toont niet louter een acteur die opgaat in zijn rol. Kinski’s woedeuitbarstingen waren legendarisch. Te zeggen dat hij ‘moeilijk was voor regisseurs om mee te werken’ is dan ook een understatement. Zijn vriend en regisseur Werner Herzog geeft enkele voorbeelden van zulke theatrale aandachttrekkerij, wanneer Kinski het gevoel had niet in het centrum van de belangstelling te staan. De
spanningen liepen zo hoog op dat Herzog eens dreigde Kinski dood te schieten als deze zijn film niet zou afmaken.
Kinski’s kinderen bezwoeren overigens dat hij naar hen toe nooit zelfs ook maar zijn stem verhief, en spraken over “de zachtmoedigste vader”. Hier een fraai staaltje Kinski-histrionie op de set van Fitzcarraldo (met commentaar van Herzog):
Nosferatu
In zijn ode aan de man, Mein Liebster Feind (1999), looft de regisseur Kinski echter ook om zijn intense toneelpresentie en grenzeloze toewijding aan het vak. De volgende scène uit Herzogs remake uit 1979 van W.F. Murnau’s Nosferatu (1922), mag in dat licht niet ontbreken, met Kinski in de rol van de vampier en een glimp van een jonge Bruno Ganz als Jonathan Harker.
Kinski’s talent om moordenaars en monsters psychologisch uit te diepen blijkt eveneens uit Woyzeck (1979) en de geflopte horror-flick Crawlspace (1986), met
Kinski als psychopathische griezel waar Anthony Perkins ver achter blijft.
Aguirre, de gesel Gods
Afgelopen week viel Kinski op het Frans-Duitse cultuurkanaal ARTE te bewonderen in de rol van de conquistador Lope de Aguirre. Aguirre muit – op de belofte van Eldorado’s gouden bergen – een expeditie in de Amazone en voert zijn manschappen vervolgens op een reis naar de dood en de waanzin. De visuele stijl en narratieve structuur van Herzogs meesterwerk Aguirre, der Zorn Gottes oefende een sterke invloed uit op Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now. De film kan bogen op een 9,7 waardering van de cinefielen op Rotten Tomatoes.
Voor wie Aguirre gemist heeft, is hier de slotscène.
“Ich bin der Zorn Gottes. Wer sonst ist mit mir?” Prachtig uitgedrukt, de allesverzengende woede op de wereld en de daaruit volgende eenzaamheid. Acteur en rol vloeien in elkaar over.
Prediker (oogst van 1976) heeft wel wat beters te doen dan ruziemaken met vrinden. Sigaren aftroggelen van Peter Breedveld bijvoorbeeld.





RSS