Afval

Frans Smeets

strand19
Naakt omdat het moet

Toen ik een kind was, slenterde ik vaak langs de Molenbeek, een licht stromend beekje dat uitmondt in het Julianakanaal. De naastgelegen vervallen bakstenenfabriek, met zijn kapotgeslagen raampjes, was een ruige speeltuin voor elk kind dat graag de gevaren opzocht. Eén ding deed je echter nooit, in het water van de beek spelen.

De beek was een open riool, een drassige grijze massa, dat gestaag richting weg-van-hier stroomde. In de stroomstille hoekjes verzamelden zich klodders stront en de rotspartijen waren versierd met verweekt wc-papier en maandverband. Buiten bacteriën leefde er niets. Op verborgen plekjes langs de oever lagen de gebruikersresten van de nieuwe welvaart in de vorm van roestige wasmachines en ijskasten. Op honderd meter afstand zat ik op een katholieke jongensschool.

Bereid te betalen

Als je nu naar de Molenbeek gaat, zie je een beek met helder water, een mooi wandelpad en veel flora en fauna. Je beseft hoe belangrijk de kerntaak van de overheid is om vuil op te halen en een goed rioolstelsel in stand te houden.

Er is ook veel draagvlak voor een goede verwerking van afvalstromen en mensen zijn over het algemeen bereid hiervoor te betalen en zelf een handje mee te helpen (bijvoorbeeld door afval te scheiden).

Sinds een aantal jaren wordt het ophalen van vuil echter steeds meer gezien als een middel om afvalstromen te minderen en wordt er een rigide systeem ingevoerd van ‘de vervuiler betaalt’, met een hoop geleuter over kostendekkendheid. Dat laatste klinkt aantrekkelijk, maar werkt averechts en leidt slechts tot hogere kosten en meer vervuiling. Ook de decentralisatie waarin iedere gemeente zijn eigen systeem meent te moeten hebben, leidt tot verwarring en vreemde toestanden.

Stinkend afval

Zo heb ik (gezinssituatie met vier personen) een grijze container voor een periode van twee weken, die ik dan op maandag voor acht uur buiten moet zetten. En natuurlijk vergeet ik dat wel eens, waarna ik met een hoop stinkend afval blijf zitten, dat ik vervolgens niet kwijt kan. De volgende keer een extra vuilniszakje naast de volle grijze container zetten of de container te vol proppen is er niet bij, want dan heb ik een boze chauffeur, omdat hij moet uitstappen.

Hij is niet boos omdat hij de extra vuilniszak moet pakken. Dat is hem verboden – maar omdat hij mij, letterlijk, een rode of gele kaart moet geven. Deze kaart moet hij aan mijn grijze container hangen!

Stoer beroep

Ooit was vuilnisman een stoer beroep, nu verzuren de spieren van het remmen en gas geven en wordt de overvette gehaktbal omgezet in buikvet.

Mijn bejaarde ouders, die weinig afval aanbieden, hebben het probleem dat het afval gewogen wordt en dat ze per kilo afval moeten betalen. De overtollige ruimte in hun container wordt door gezinnen met jonge kinderen in de nacht opgevuld met zakken vol natte luiers. Dat tikt lekker aan.

Een vriend van me moet honderdvijftig meter met een vuilniszak naar de hoek van de straat lopen, alwaar hij met een pasje een schuif naar een ondergrondse container opent, waar hij vervolgens zijn vuilniszak moet deponeren. Die dingen zijn natuurlijk zo ontworpen, dat als er een stokje uit je vuilniszak steekt, je een probleem hebt. Iedereen die zijn pas vergeten is of een niet passende volle vuilniszak heeft, pleurt dat ding gewoon naast de toegangsschuif, hetgeen weer een werkgelegenheidsproject wordt voor stadswachten en camera-installatiebedrijven.

Schillen en dozen

Een tijdlang zijn de parkeerplaatsen langs de autosnelwegen als alternatieve vuilstort gebruikt en Verkeer en Waterstaat werd de vuilophaaldienst. Verkeer en Waterstaat heeft toen in al haar wijsheid besloten op enkele parkeerplaatsen de vuilnisbakken in zijn geheel te verwijderen, of de vuilnisbak een brievenbusopening te geven. Verbaasde internationale chauffeurs zetten vervolgens hun vuil langst de kant van de weg of kieperden het uit het raam.

Door intensieve controles en natuurlijk het alom bekende cameratoezicht zie je dat de rol van vuilophaaldienst overgenomen wordt door Staatsbosbeheer. Het illegaal storten van afval in de Nederlandse natuur is helemaal terug van weggeweest.

Nu is deze vorm van afvaldumping nog vrij onschuldig, maar er zijn ook ernstiger varianten. Zo is het dumpen van chemisch bedrijfsafval zo duur en lastig geworden, dat bijna elke schip, dat de Rotterdamse haven uitvaart, zijn stookolie vermengd heeft met chemisch afval. De schepen fungeren als verbrandingsinstallaties zonder filters. De zware metalen gaan zo de lucht in.

Kerntaak van de overheid

Het aanbieden van asbest is zo duur of lastig geworden, dat menige boer maar weer een kuil in zijn land graaft om het daarin te dumpen.

Veel gevaarlijke troep gaat naar ontwikkelingslanden, om onder mensonterende omstandigheden verwerkt te worden of gewoon gedumpt te worden.

Het verwerken van afval is een kerntaak van de overheid en moet gratis zijn. Extra barrières moeten daarbij niet worden opgeworpen. Het beleid van het afknijpen van afvalstromen werkt averechts. Het is een illusie te denken dat afvalstromen verminderen, je hebt er alleen geen zicht meer op en je komt het op een ongewenste plek toch weer tegen.

Frans Smeets heeft de vreemde opvatting dat hedendaagse kunst behalve oeverloos gezwets en geld ook nog schoonheid in zich mag herbergen. Smeets zit ook op Twitter.

12 juni 2013 — Frans Smeets

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home