Frontaal
Naakt
25 september 2005

Rushdie

Peter Breedveld

ravana-fall (17k image)

De IJzeren Mullah, een personage in Salman Rushdies nieuwe boek Shalimar the Clown, is een moslimzeloot die letterlijk is gemaakt van oud ijzer. De mullah, die luistert naar de welluidende naam Fakh, is ontstaan uit de afgedankte tanks die het Indiase leger heeft gedumpt in de paradijselijke vallei van de Indiase deelstaat Kashmir.

Aanvankelijk is de IJzeren Mullah een hel en verdoemenis prekende, onooglijke vagebond die weinig aanhang werft onder de bewoners van het dorpje Shirmal, waar moslims en hindoes in harmonie met elkaar samenleven. The words seemed to be torn from his throat like pieces of rough skin, causing him much physical pain.

Maar het Indiase leger laat zich in zijn strijd tegen de Kashmirse onafhankelijkheidsguerrilla van een steeds grimmiger kant zien. Naarmate de misdragingen van het leger gruwelijker worden, wordt de IJzeren Mullah steeds groter, mooier en charismatischer in de ogen van de radicaliserende moslims.

De IJzeren Mullah heeft veel weg van een schurk uit een Amerikaanse superheldenstrip. Spiderman en Superman krijgen het vaak aan de stok met monsters die zijn ontstaan uit radioactief afval, onethische wetenschappelijke experimenten of andere zonden waar de mensheid zich aan schuldig maakt en waar ze onvermijdelijk voor zal moeten betalen. De verwijzingen naar iconen uit de populaire cultuur, naar strips, televisie, hitparademuziek, B- en C-films vormen één van de attracties van Rushdies werk. Rushdie put net zo graag uit MTV en The Justice League of America als uit Shakespeare, de Ramayana en John Keats. Zijn referentiekader is zo flexibel als zijn acrobatisch-barokke proza.

Where were the forces of justice, where was the Justice League, why weren’t superheroes swooping down out of the sky to bring her father’s murderer to justice? But she didn’t want the Justice League, really, those goody-goodies in their weird suits, she wanted the Revenge League, she wanted dark superheroes, hard men who wouldn’t meekly hand the killer over to the authorities, who would gladly kill the bastard, who would shoot him down like a dog, or like wild dogs themselves tear him to bloody bits, who would take his life from him slowly and with pain.

‘Rushdie haalt uit naar moslimterrorisme’, schreef Michaël Zeeman op 11 augustus over de nieuwe Rushdie. ‘Rushdie laakt radicale islam in nieuw boek’, schreeuwde NRC Handelsblad een dag later. In de dagen daarna ontspon zich een bizar schouwspel waarin de vertegenwoordigers van Weldenkend Nederland zich het nieuwe boek van de door hen bewonderde Rushdie probeerden toe te eigenen. Zij lieten zich daarbij weinig gelegen liggen aan de inhoud van het boek. Hun bewondering voor Rushdie stamt van ver voordat de islam in Nederland zich als een stekelig probleem ontpopte. Maar Rushdie, het bekendste slachtoffer van het hedendaagse caprafutuantengilde (in 1989 sprak de Iraanse ayatollah Khomeini een fatwa over hem uit vanwege zijn boek The satanic verses), schrijft regelmatig fel-kritische beschouwingen over de islam en daar raken ze behoorlijk van in de war.

Rushdie-bewonderaar Anil Ramdas bijvoorbeeld, zelfbenoemd toonbeeld van opperste beschaving, zal het behoorlijk moeilijk hebben met zijn idool. Rushdie haalt namelijk regelmatig in niet mis te verstane bewoordingen uit naar diegenen die gaarne bereid zijn het hoofd te buigen voor de islamitische boekverbranders en kunstcensors. Naar lieden als Anil Ramdas zelf, dus. Op 22 november 2004 schreef hij in de NRC:

Het is domweg niet praktisch mensen te beledigen en te kwetsen. Zelfs de herboren moslim wil simpele dingen als een baan en een huis. Maar als je hem sart en plaagt, vat hij het letterlijk op, met gevolgen die niet zijn te overzien. Het is een simpele, heldere benadering van de werkelijkheid die je in Nederland weinig tegenkomt.

‘Als je van Nederland een leefbaar land wil maken’, citeert Ramdas Jacques van Doorn, ‘is het doelmatiger om elkaar niet nodeloos te kwetsen’. Om vervolgens te verzuchten: ‘Helaas zijn er momenteel veel Nederlanders die niets om leefbaarheid geven. Ze willen haat en geweld, en beide zijn even onpraktisch.’

Stelt u zich Ramdas’ innerlijke verscheurdheid eens voor. Hij is zo idolaat van de schrijver van het voor moslims zeer kwetsende The satanic verses dat hij indertijd per nachtboot naar Londen is gereisd om het eerste exemplaar te bemachtigen van diens essay Is nothing sacred. Tegelijkertijd vindt hij blijkbaar dat tegenstanders van een verbod van The satanic verses haat en geweld willen. Ik zou best willen weten wat Ramdas met zijn exemplaar van The satanic verses heeft gedaan. De volgende observatie uit Shalimar the clown deed me trouwens aan hem en Van Doorn denken:

Everybody was sensitive nowadays. Everybody had a vocabulary to peddle. Words had become as painful as sticks and stones, or maybe skins had grown thinner.

De betogen die Rushdie de afgelopen jaren heeft gepubliceerd, tégen de politieke islam, tégen de moslimapologeten, vóór absolute vrijheid van meningsuiting, zijn door zijn fans blijkbaar volkomen verkeerd begrepen. Of ze hebben ze niet wíllen begrijpen. Neem nou Chris Kijne, die Rushdie mocht interviewen voor de VPRO-televisie. Chris Kijne behoort tot die Weldenkende Nederlanders die vinden dat Theo van Gogh zijn gruwelijke dood aan zichzelf heeft te danken. De man zat zijn best doen om uit Rushdie een keiharde veroordeling van Van Gogh te krijgen. Hij loog zelfs dat Van Gogh alle moslims voor geitenneukers uitschold. Maar daar kon geen sprake van zijn. Rushdie verbaasde zich zichtbaar over het feit dat Kijne verontwaardigder is over dat ‘geitenneukers’ dan over het feit dat Van Gogh in naam van Allah werd geslacht.

Kijne gaf niet op. Hij herinnerde Rushdie eraan dat hij eens had gezegd dat we, vanwege de dreiging van het moslimterrorisme, een aantal vrijheden zullen moeten inleveren. Kijne heeft geen probleem met het verbieden van boeken, toneelstukken en andere kunst om de lieve vrede te bewaren. Rushdie leek geamuseerd door zoveel onnozelheid. “Ik bedoelde daarmee dat we op het vliegveld door een paar extra poortjes zullen moeten, niet dat we onze vrijheid van meningsuiting inleveren”, schamperde hij.

De bewakers van ons nationale geweten zijn bang dat moslimcritici de nieuwe Rushdie zullen gebruiken om hen mee om de oren te slaan. Vandaar die koppen: ‘Rushdie haalt uit naar moslimterrorisme‘ en ‘Rushdie laakt radicale islam’. Dus dat wij, met onze domme onderbuikgevoelens, niet gaan denken dat het Rushdie om moslims, of de islam gaat. O nee, het gaat om moslimterrorisme en radicale islam. Dat moest dan ook groot in de krant. De inhoud van de nieuwe Rushdie werd ondergeschikt gemaakt aan de boodschap die ons door de strot moest worden geduwd.

‘Beste jongens en meisjes, lezers en recensenten, als dat Rushdies bedoeling was, had hij wel een pamfletje geschreven, en geen meesterlijke roman van 428 pagina’s’, schreef een geïrriteerde Anil Ramdas in reactie op die koppen. Ramdas heeft hier volkomen gelijk. Ik vraag me af of Zeeman en de anonieme kunstredacteur van de NRC wel hetzelfde boek hebben gelezen als ik. Misschien ligt het aan de Nederlandse vertaling (ik heb op de verschijning van de Engelstalige versie gewacht), maar uithalen naar moslimterrorisme of de radicale islam doet Rushdie in Shalimar the Clown per se níet. De clown uit de titel sluit zich bij moslimterroristen aan om persoonlijke redenen die niets met zijn geloof te maken hebben. Hij wil zich wreken op zijn vrouw en de voormalige Amerikaanse ambassadeur in India, Max Ophuls, die haar bij hem heeft weggekaapt, gecorrumpeerd en daarna gedumpt.

Shalimar the Clown is een behoorlijk romantisch boek waarin het verhaal over twee geliefden, die door toedoen van een Don Juan-achtige charmeur elkaars ondergang worden, zich laat lezen als een parabel voor de ondergang van het paradijselijke Kashmir, waar hindoes en moslims door toedoen van Indiase, Pakistaanse en Amerikaanse bemoeienis elkaars vijanden zijn geworden. Tegelijkertijd heeft Rushdie het moslimterrorisme een gezicht gegeven. Hij heeft geprobeerd (en is daar ook prima in geslaagd) iets van de motivatie van moslimterroristen duidelijk te maken, door ons met personages te confronteren voor wie we empathie kunnen hebben. Dat is bewonderenswaardig voor iemand die nog altijd een direct doelwit voor moslimterroristen vormt. Rushdie gaat heel ver in de vereenzelviging met zijn belagers. Op zeker moment krijgt Shalimar de Clown de opdracht een schrijver te vermoorden:

The man he was going to kill was a godless man, a writer against God, who spoke French and had sold his soul to the West.

Dan volgt een bloedstollende passage waarin Shalimar fantaseert over de moordaanslag die hij op het punt staat uit te voeren:

Then the man in the photograph appeared, wearing blue-tinted sunglasses and an open white shirt and cream slacks and carrying a folded newspaper in his left hand. The man walked quickly towards the car park and Shalimar the clown took off the vending tray, picked up the cloth with the pistol inside and followed him. He was holding the cloth in his left hand and didn’t take the gun out because he wanted to know what it would feel like when he placed the blade of his knife against the man’s skin, when he pushed the sharp and glistening horizon of the knife against the frontier of the skin, violating the sovereignty of another human soul, moving in beyond taboo, towards the blood. What it would feel like when he slashed the bastard’s throat in half so that his head lolled back and sideways off his neck and the blood gushed upwards like a tree. What it would feel like when the blood poured over him and he stepped away from the corpse, the useless twitching thing, the piece of fly-blown meat.

Overigens is Rushdie er de man niet naar de verantwoordelijkheid voor het moslimterrorisme op het bordje van de Amerikanen, Europa of de Indiase regering te leggen. In de persoon van de Joodse oud-verzetsstrijder Max Ophuls die voor de Amerikanen ‘in some pretty muddy waters’ heeft gezwommen, wordt meesterlijk de tragiek weergegeven van de naoorlogse wereldleiders die door allerlei omstandigheden (Everywhere was now a part of everywhere else. Russia, America, London, Kashmir. Our lives, our stories, flowed into one another’s, were no longer our own, individual, discrete…. The world was no longer calm.) in rap tempo steeds verder van hun ideaal van een op consensus gerichte wereldgemeenschap verwijderd raakten.

En uiteindelijk is Shalimar, hoeveel verzachtende omstandigheden er ook zijn, gewoon een levensgevaarlijke gek die moet worden uitgeschakeld. Niets meer en niets minder.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home