Islam, mijn islam (3)
Dave Sim

Voordat ik wekelijks naar de Anglicaanse kerk ging, heb ik de Thora, de evangeliën en de koran gelezen en ik keek trouw naar het televisieprogramma Reflections on Islam. Ik was dus op de hoogte van de vijf pilaren’ van de islam.
Eén van die pilaren was de oorzaak van iets anders, dat me irriteerde in de kerk. Ik hoopte daar nieuwe inzichten in de evangeliën te krijgen, maar voor het grootste deel bestond de twee uur durende dienst uit rituelen, orgelspel, zang en gezellige preken die (naar mijn mening) de betekenis van elk van Jezus’ parabellen en elk verhaal in de evangeliën misvormde tot een wijze les over Moeder, Vader en de Kinderen die, volgens goed politiekcorrect gebruik, altijd uitdraaide op vleierij van Moeder ten koste van Vader. Voor mij dus geen verschil (wat de spirituele inhoud betreft) met de reclame op televisie.
Of de preken gingen over de noodzaak om gulhartig en vriendelijk te zijn en mee te doen aan het door de kerk gesteunde, maatschappelijke werk. Mij leek het dat de islam op dat gebied met de zakat, het recht van de gemeenschap op 2,5 procent van de vergaarde rijkdom van elk individu, verder was dan het christendom.
Moslims worden geacht elkaar te vragen of ze de zakat al hebben betaald, op een heel terloopse manier. Heb jij de zakat betaald? En jij? De zakat is een essentieel onderdeel van de islam. Je bent geen goede moslim als je de zakat niet betaalt. Je moet je rijkdom zuiveren’ door 2,5 procent van je totale rijkdom aan de armen van jouw gemeenschap te schenken. Doe je dat niet, dan moet je niet klagen als je rijkdom in rook opgaat of als je erdoor in grote moeilijkheden komt. Heb je jouw rijkdom niet gezuiverd?
Wat is putz in het Arabisch?
Daarom is het niet echt nodig om het tijdens de vrijdagdienst in de moskee uitgebreid over de zakat te hebben, zoals de preek in de kerk op zondag ook niet begint met Gij zult niet doden’. Gij zult niet doden, kent u die uitdrukking? Laten we vandaag op weg naar huis allemaal extra ons best doen om niemand te doden!
In de islam staat de plicht, voor elk individu, om aan de armen te geven, net zo centraal als het gebod Gij zult niet doden’ in het judaïsme en het christendom. Maar de zakat staat niet boven de plicht om te bidden – salat, eveneens één van de vijf pilaren. Dat is in het judaïsme en het christendom vaak wél zo, waardoor het voor een kerk of synagoge makkelijk is om van de verheven staat van Beth-El (Huis van God’) af te glijden naar een grotendeels seculiere, humanistische vestiging van de sociale dienst (dit geldt vooral voor Godshuizen waar vrouwen een grote rol spelen, aangezien de drie-eenheid van vrouwen meer een drie-eenheid is van Darwin, Marx en Freud dan van Vader, Zoon en Heilige Geest).
Als je eenmaal een letterlijke moslim bent de letterlijke vertaling van zowel islam als moslim is die zich onderwerpt aan de wil van God’ zijn de armen en achtergestelden per definitie nooit ver van je gedachten. Offer een uitnemende gift aan Allah’, spoort de koran herhaaldelijk aan.
Wat natuurlijk betekent dat het raadzaam en prijzenswaardig is om meer te geven dan de zakat vereist om in de gunst van God te komen. Als je eenmaal het directe effect ervaart van het offeren van uitnemende giften aan Allah’, is het heel makkelijk om te gaan overdrijven. Geen wonder dus, dat koran 17:31 waarschuwt: En houd uw hand niet op uw zak, noch open haar al te wijd, anders zult gij nederzitten in zelfverwijt en spijt.’
Er is een mooi traditioneel verhaal over Abu Bakr (die later, na de dood van de profeet, de eerste kalief zou worden) die al zijn geld aan de armen gaf. Mohammed was verbijsterd en vroeg hem: Heb je niks voor jezelf gehouden? Daarop zou Abu Bakr hebben geantwoord: Ik heb mijn geld aan de armen gegeven en het woord van God voor mezelf gehouden. Nu keerde Mohammed zich tot Omar (die later de tweede kalief zou worden) en vroeg: En jij dan? en Omar antwoordde: Ik heb de helft aan de armen gegeven en de andere helft krijgt God nog van me.
Niemand is ooit failliet gegaan door de zakat te betalen, luidt een profetisch gezegde. Jullie wordt nog niet zoveel als de holte in een dadelpit onrecht aangedaan. Een goede beschrijving van wat beloning inhoudt.

Dave Sim (1956, Ontario) heeft bijna dertig jaar lang een maandelijkse comic gepubliceerd, Cerebus. Hij is één van de grondleggers van het Comic Book Legal Defense Fund, dat het opneemt voor stripmakers, -uitgevers en -verkopers wier vrijheid van meningsuiting wordt bedreigd. Hij is ook moslim. De serie essays Islam, my Islam verscheen in Cerebus 276 tot en met 282. De eerste delen zijn hier en hier te lezen.





RSS