Afstompen om te overleven

Frans Smeets

sm9
Illustratie: Kitan Club, via Les Retro-Galeries de Mister Gutsy

Toen in 1968 de hongersnood in Biafra uitbrak werden we geconfronteerd met schokkende beelden van stervende kinderen. Ondanks dat je als kind werd afgeschermd van dit soort ellende, sijpelden de beelden geleidelijk door. Die beelden moesten de wereld wakker schudden en ze deden dat ook.

Sinds de opkomst van de mobiele telefoon en het Internet worden we dagelijks overspoeld met beelden van gruwelijkheden en raken ze bijna niemand meer. We zijn immuun geworden.

Janken om kanker

Goede doelen schakelen reclamebureaus in die de niche opzoeken van beelden waarop we nog wel kunnen aanslaan.

Maar hoe bloederig, zielig of pervers ook, zolang we ons er zelf niet mee kunnen identificeren (eigenbelang), komen we er onze stoel niet meer voor uit. Hoeveel beeld je er ook tegenaan gooit, andermans leed interesseert ons niet meer, tenzij we het risico lopen op hetzelfde lot. Massaal tegen een berg opfietsen en janken om kanker, maar ongevoelig voor beelden van hongersnoden in de Hoorn van Afrika. Aardbevingen in Pakistan brengen niets op, maar bij een tsunami op een vakantie-eiland waar we zelf hadden kunnen liggen, trekken we de portemonnee.

Erotische plaatjes

Op Internet bestaan veel sites die elkaar beconcurreren met de meest bloederige en vernederende beelden. Beelden van door treinen overreden mensen, executies, verbrandingen, mishandelingen, martelingen, onthoofdingen, je kunt het zo gek niet bedenken. Opgewonden kijken mensen hoe diep de krochten van de menselijke ziel zijn. De kick van “kan het nog erger, nog bloediger, nog verschrikkelijker”.

Een site als Frontaal Naakt mag door zijn erotische plaatjes adverteerders afschrikken, dit soort sites verdienen een inkomen aan de meest verschrikkelijke beelden. Het kijken naar afgerukte ledematen als business-model.

Pornoficatie van leed

Ook de reguliere media spelen bewust in op de voyeuristische behoefte van een deel van hun lezers en kijkers. Lekker meekijken hoe iemand in elkaar wordt getimmerd of gepest wordt. De beelden worden oneindig herhaald. Leuk. “Goh, zo ziet dat er dus uit als iemand stikt van gifgas.”

Een pornoficatie van leed, waarin de media menen de grenzen steeds meer te moeten opschuiven om nog kijkers of lezers te trekken. Met het bord op schoot, lekker ontspannen wat kippenboutjes kluiven, terwijl het journaal beelden laat zien van een moeder die haar gestorven kind ten grave brengt, omdat haar borsten geen melk meer gaven. “Schat, pak jij de mayonaise even?”

Dode kinderen als behang

Nieuwsuur had laatst een serieuze discussie van een kwartier over wel -of niet ingrijpen in Syrië met als achtergrond een stilstaand beeld van door gifgas gedode kleuters en gestikte mannen. Niemand die het nog ziet of opvalt. Dode kinderen als behang. Zoiets voegt twee weken na de gifgasaanval aan nieuwswaarde toch helemaal niets meer toe?

Ik weet en besef waar de mensheid toe in staat is en heb geen beelden van om hulproepende en stervende oorlogsslachtoffers nodig om me te informeren.

Knettergek worden

Een overdaad aan heftige beelden heeft ons emotioneel afgestompt en ongevoelig gemaakt voor menselijk leed. Door de intensiteit en massaliteit kan dit misschien ook niet anders. Als we de beelden tot ons door zouden laten dringen, zouden we knettergek worden en door neerslachtigheid geen stap meer kunnen verzetten.

Afstompen is bittere noodzaak geworden om te overleven.

Frans Smeets maakt sculpturen en kaptafels. Alles te zien op zijn vernieuwde website.

16 oktober 2013 — Frans Smeets

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home