Alle Turken moeten Nederland uit!
Zihni Özdil

Foto: Dawn Grayson in The Nine Ages of Nakedness
Jawel, ik gooi de handdoek in de ring. Na me drie jaar lang druk te hebben gemaakt over hoe Nederland – zowel ruimtelijk als mentaal – aan het segregeren is, heb ik het opgegeven.
Lawine aan haat
Ik wees bijvoorbeeld Turkse Nederlanders – u weet wel, de groep die steevast wordt geduid als ´beter integrerend´ terwijl ze in werkelijkheid het meest gesegregeerd leven van alle zogenaamde ´niet-westerse allochtonen´ – erop dat hun ‘Turkije-boven-alles’-mentaliteit funest is.
En wat kreeg ik een enorme lawine aan haat naar mijn hoofd geslingerd. Terwijl ik consistent heb beschreven dat het claimen van de Nederlandse identiteit de eerste stap is naar een beschaafder Nederland, waarin ‘allochtonen’ niet meer ‘De Ander’ zijn, maar een wezenlijk onderdeel van de samenleving.
Flikker die naar een gaybar moet
Maar nee, het feit dat ik niet blind achter een franchise van een foute politieke of religieuze segregatieclub uit het land van mijn opa hol en geen fervente Erdogan-fan ben, maakt mij een ‘landverrader’. Of zoals velen het uitdrukten in hun prachtige emails in gebrekkig Turks: ‘een flikker die naar een gaybar in Amsterdam moet’ of ‘je bent vast een Koerd of een Aleviet (…) Uit je achternaam blijkt wel hoe waardeloos je bent’ enzovoort, enzovoort.
Het feit dat ik (anti-Turks) racisme alsook islamofobie aan de kaak stel, doet er dus helegaar niet toe voor de ultranationalistische Turkse onderbuik in Nederland.
Onderhuids racisme
Zelfs artikelen waarin ik het onderhuidse racisme van de Hollanders hekel, werden me niet in dank afgenomen. Bijvoorbeeld, door dit satirische stuk over het paspoortfundamentalisme kreeg ik een enorme berg haat- en dreigberichten: ‘Hoe durf jij je Turkse paspoort te verbranden!’
Dat niveau dus.
Anyways, ik geef het op. Bekijk het maar, Turkse Nederlanders. Gewoon lekker door blijven idealiseren, dat land van je opa. En lekker al die beroepsturken blijven steunen omdat ze een mening hebben over een politiek issuein Turkije, want daar worden jullie warmer van dan, zeg, het zorgstelsel of de fileproblematiek in Nederland. Boeien dat die beroepsturken over jullie rug allerlei reactionaire politiek bedrijven en soms zelfs samenwerkenmet de PVV.
“Rot op naar je eigen land”
Maar mij niet steunen in de strijd tegen racisme, discriminatie en het neoliberale beleid waarmee onze Nederlandse samenleving wordt afgeschaft. Sorry, ik bedoel ‘hervormd’ naar een neoliberale‘participatiesamenleving’ zonder betaalbaar onderwijs, zorg of kunst en cultuur.
Ook van ‘autochtone’ zijde kreeg ik vooral reacties die niet veel verder kwamen dan het wereldvreemde ‘er is niks mis met segregatie, want het is geen segregatie maar verschil vieren‘ of het ‘je bent een islamist en er is geen racisme in Nederland. Rot op naar je eigen land als je zeikt over ons’.
Rottend karkas
Ik heb ontelbare mails, tweets, Facebook-rants ontvangen van ‘autochtonen’, de één nog bizarder dan de andere. Zo was er de meneer die he-le-maal losging op mij op Facebook. Hij noemde mij een ‘fascistoïde Turk’ en een ‘Anatolische boer’ die zich moest ‘schikken aan de Nederlandse cultuur’. Waarom? Omdat ik het gore lef had om een kritische kanttekening te maken bij de ‘Grote Geschiedenisquiz’. Ik herhaal, hij schold me helemaal verrot omdat ik kritiek had op een showtje op de Nederlandse TV.
Dat niveau dus.
Niet bereid als boksbal te dienen
Het netto resultaat van mijn poging het maatschapelijke debat over ‘íntegratie’ in de afgelopen jaren op te schudden is dat ik tot de conclusie ben gekomen dat – behoudens enkele uitzonderingen – het van alle kanten een dood paard is. Hoe meer je eraan trekt, hoe meer het rottende karkas gaat stinken.
Anyways, ik geef het op want ik ben de meest ‘eenzame Turk’ in dit land. Na zoveel haat en onbegrip vind ik het welletjes. Maatschappelijke betrokkenheid staat me op het lijf geschreven, maar ik ben geen idealist die bereid is om eeuwig als boksbal te dienen voor het groter goed. Zeker als de haat en nijd komt van de groepen die je juist probeert te helpen.
Wervingsverdrag tussen Turkije en Nederland
Ik besloot gisteren dus mijn archief op te ruimen. In mijn boekenkast heb ik ruimte nodig voor thema’s die meer de moeite waard zijn en die minder hoofdpijn bezorgen dan Turken in Nederland, zoals politieke economie en structureel racisme.
Maar warempel, daar vond ik het wervingsverdrag uit 1964 tussen Turkije en Nederland.
Een aantal jaren geleden had ik die opgeduikeld bij het Minsterie van Sociale Zaken. Ik had daar een afspraak met een ambtenaar die zou zorgen dat ik het originele verdrag kon inzien en kopiëren.
Toen ik daar was, duurde het echter heel lang voordat ik geholpen werd. Want wat bleek nou, het originele verdrag was niet te vinden: ‘Hij zit vast ergens in een la verborgen, maar we hebben wel de officiele kopie uit 1964.’
Koningshuis door onze strot
Prima, dacht ik. De originele, officiële kopie is net zo goed als het origineel zelf. Toen ik thuiskwam ben ik het gaan lezen met grote dankbaarheid voor het Frans dat ik heb geleerd op het Gymnasium. Bilaterale verdragen tussen Turkije en Nederland werden namelijk tot vrij recent in het Frans opgesteld. Omdat de betrekkingen tussen beide landen in 1612 in het Frans begonnen.
Overigens was Nederland toen een republiek. En Turkije geen Turkije maar onderdeel van het Osmaanse Rijk. Nu is het zowat omgekeerd. Wij hebben een koningshuis door onze strot geduwd gekregen in 1813 en de Turken hebben in 1923 een republiek gesticht. Zo gaan die dingen.
Het wervingsverdrag uit 1964 zit boordevol opmerkelijke taal. In de overeengekomen bepalingen valt tussen de regels door duidelijk te lezen dat de ‘gastarbeiders’ niet veel meer dan nuttige goederen waren voor Nederlandse bedrijven. Het waren goedkope krachten die met behulp van de overheid ‘geselecteerd en getransporteerd’ moesten worden.
Tijdelijkheidsmentaliteit
Zo gaan veel bepalingen over welke overheid welk deel van de ‘selectie- en transportkosten’ tot zich neemt.
En voor de Turkse overheid waren deze arme mensen weer een last minder. En een bron van inkomsten, wanneer hun salarissen zouden terugstromen.
Kortom, een boeiend document uit een vervlogen tijd van gastarbeiders. Wie had toen gedacht dat die ‘gastarbeiders’ permanent zouden blijven? En ook, wie had ooit gedacht dat die tijdelijkheidsmentaliteit onder veel Turkse Nederlanders nog steeds springlevend zou zijn anno 2013?
Alle Turkse Nederlanders zijn illegaal
Leuk en aardig om over dit alles te mijmeren, maar het echte opmerkelijke aan het wervingsverdrag heb ik nog niet genoemd. Zei ik opmerkelijk? Ik bedoel eigenlijk schokkend. Nee, sterker nog, stop de persen!
Want ik heb breaking news: alle Turkse Nederlanders zijn met terugwerkende kracht illegaal in Nederland.
De natte droom van zowel de ‘rot op naar je eigen land’ racisten als de ‘ik ben geen Nederlander, Turkije nummer 1!’ zelfsegregeerders is uitgekomen. Het viel me een paar jaar geleden niet op, maar gisteren kwam ik tot de ontdekking dat het hele wervingsverdrag niet, ik herhaal, niet is ondertekend.
Het wervingsverdrag heeft vierentwintig bepalingen met op de laatste pagina ruimte voor de officiële bekrachtiging met de handtekeningen. Maar die zijn nergens te bekennen. Niemand heeft het ondertekend.
Regels zijn regels
Bekijkt u het zelf maar, de ruimte voor de handtekeningen is inhoudslozer dan de gemiddelde toespraak van een PvdA-Kamerlid. Net als Mark Ruttes toekomstige politieke erfenis is het helemaal leeg:

De conclusie is dus helder; ik en de circa 400.000 andere Turkse Nederlanders zijn illegaal in Nederland. Unfortunately peanutbutter, maar regels zijn regels. We moeten ’terug’.
Maar geen zorg, gelukkig hebben we ons tweede paspoort altijd bewaard en al die jaren de Turkse dienstplicht gedaan voor een schappelijke prijs van enkele duizenden euros. Die we braaf hebben afgetikt.
Schotels gaan mee
Nu zullen sommige cynici onder u wellicht denken, ‘Maar ho eens even. Dit is alleen de offciële kopie van het wervingsverdrag. Hoe weet je dat het originele verdrag niet is ondertekend?’.
Dat weet ik omdat het originele verdrag vooralsnog ontbreekt. Waarom zouden ze überhaupt een officiële kopie gemaakt hebben? Juist, ja. Voor het geval het originele verdrag kwijt is. Dusss.
Afijn, daar gaan we dan. En we nemen onze schotels mee. Die gaan trouwens nog heel handig zijn. Want we hebben de neiging om pas bij ’terugkeer’ naar Turkije te ontdekken dat we eigenlijk gewoon Nederlanders zijn. En dan richten we onze schotels op Nederland.
P.S. Ter lering ende vermaek stel ik de hele tekst van het wervingsverdrag tussen den Kaeskop en den Turck beschikbaar aan het volk. Klik hier… En graag gedaan.
Zihni Özdil is maatschappijhistoricus. Hij is als wetenschappelijk docent en promovendus verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Bovenstaande tekst is eerder gepubliceerd op zijn blog.





RSS