De imaginaire, academische penis van postmoderne leuteraars
Marco de Baar

Illustratie: Achille Devéria
In april had ik een lunch met Tosca, een vriendin die ik al geen tien jaar had gezien. Tijdens de lunch keek ze me opeens samenzweerderig over de maaltijdsalade aan. Ik heb wat bij me… echt iets voor jou, lachte ze. Ze duwde een plastic zak in mijn richting, met daarin het boek Intellectual Impostures van Alan Sokal en Jean Bricmont.
Hoe zat het ook weer? In 1996 was Alan Sokal het ondoordachte, onjuiste en misleidende gebruik van exacte wetenschappen door postmoderne schrijvers zo beu, dat hij een eigen postmoderne spoof inzond aan het tijdschrift Social Text. Het stuk,Transgressing the boundaries: toward a transformative hermeneutics of quantum gravity, werd hilarisch genoeg direct geaccepteerd.
Heftige emoties
Toen Sokal zich daarna bekendmaakte en zijn bedoelingen uitlegde, maakte dat heftige emoties los. Sokal werd ervan beschuldigd rechts-reactionair te zijn, tegen de sociale wetenschappen, en nog veel meer onplezierigs. In 1997 publiceerden Sokal met Bricmont Intellectual Impostures, waarin het gebruik van natuurwetenschappelijke en mathematische concepten door vooraanstaande postmoderne denkers tegen het licht werd gehouden.
Thuis heb ik het boek direct opengeslagen. Ik moet bekennen dat ik rode oortjes kreeg van de voorbeelden van postmoderne abuse of science. Wat te denken van Jacques Lacan, die op nogal vage wijze de wiskunde in stelling brengt om te bewijzen dat de imaginaire eenheid i en de penis identiek zijn.
Waarheid bestaat niet
Ik loop al wat jaartjes mee en kan Lacan verzekeren dat zo’n imaginaire penis een slechte binnenkomer is. De aangedragen voorbeelden gaan van kwaad tot erger. Geformuleerd in lange, grammaticaal correcte maar volstrekt betekenisloze zinnen, worden grote theorieën zoals de topologie, de kwantummechanica, het theorema van Gödel, de relativiteits,- en de chaostheorie gemutileerd, verkeerd geïnterpreteerd en misbruikt.
Vaak worden de grote theorieën er aan de haren bijgesleept om het Sterke Programma, een radicaal-relativistische stroming in de wetenschapssociologie, te ondersteuen: waarheid bestaat niet, alles is consensus, objectiviteit is een machts,- en uitsluitingsstrategie etcetera.
Als diepzinnigheid vermomde flauwekul
Als het boek zich had beperkt tot het tonen en aantonen van de nonsens, dan was het een grappig boek geweest met enig belang. Maar Sokal en Bricmont gaan verder en wijden veel tekst aan de kentheoretische context van wetenschapsbeoefening in de praktijk, het epistemologisch relativisme en de wetenschapsfilosofie in relatie tot de moderne natuur,-en wiskunde. Persoonlijk vind ik, zeker in de huidige context, die passages nog veel belangrijker.
De auteurs laten aan de hand van zeer concrete voorbeelden zien hoe wetenschap succesvol werkt en hoe beperkt de reikwijdte is van het scepticisme. We hebben niets tegen scepticisme, houden Sokal en Bricmont hun lezers voor, maar wel tegen slodderargumenten, tegen het gebrek aan specificiteit, en als diepzinnigheid vermomde flauwekul.
Linkse elite
Sokal en Bricmont maakten zich twintig jaar geleden zorgen over een linkse elite die de arbeidersklasse in de kou liet staan. De tekst heeft – bijna twintig jaar na publicatie – een nieuwe betekenis gekregen. Veel van de argumenten uit het Sterke Programma worden namelijk tegenwoordig ingezet door populistisch rechts.
Toegegeven, het proza is minder erudiet, maar de lading is hetzelfde als die van het Sterke Programma: Wetenschappers worden beschreven als een monolithische groep met belangen en macht. Hun doel is het vergroten van die macht, of het verwezenlijken van een linkse, Marxistische agenda. Wetenschapsfraude wordt zelfs beschreven als een poging tot machtsvergroting van de groep. Politici hoeven derhalve niet naar wetenschappers te luisteren, of kunnen selectief winkelen in de wetenschap, want de mening van deskundigen is ook maar een mening. En zo kan ik uren doorgaan.
Knutsel je eigen postmoderne nonsens!
Wil je zelf ook aan de slag en mooie, postmoderne zinnen maken? Dat kan! Om te beginnen kun je gebruikmaken van POMO, the postmodernist language generator. Dit programma does exactly what it says on the tin: het genereert probleemloos – I kid you not – postmoderne, academische teksten.
Wellicht is POMO wat teveel gevraagd voor een simpele demonstratie. Dan is er speciaal voor jou een simpele editor die grammaticaal correcte, maar betekenisloze, academische zinnen genereert. Je kunt kernbegrippen opgeven die tot een zin verwerkt worden.
Het kan nog mooier
Maar leuker is het misschien om hele zinnen te laten genereren door Pootwattle, de Virtual Academic(TM). Pootwattle neemt zichzelf nogal serieus. Wat te denken van juweeltjes als: ‘The fallacy of communicative rationality displaces the expropriation of corporeality.‘?
Maar het kan nog mooier. Smedley, de virtual reviewer (TM) geeft direct – nogal neerbuigend en arrogant – feed-back op Pootwattles zinnen: ‘Pootwattle’s ambiguous reaffirmation of the relationship between the fallacy of communicative rationality and the expropriation of corporeality is somewhat naive.‘
Veel plezier!
Marco de Baar is als liberaal voor de volle ontplooiing van het individu, inclusief een rijke intellectuele en culturele ontwikkeling. Hij kan niet accepteren dat de VVD de anti-intellectuelen en de cultuurbarbaren van de PVV gedoogt. Bovenstaand stuk is eerder gepubliceerd op activescience, blog over Wetenschap en Wetenschapsbeoefening.





RSS