Frontaal
Naakt
22 oktober 2005

Een les in democratie op de Nederlandse Antillen

Thomas Colignatus

Bathseba3 (121k image)

Democratie is moeilijker dan je denkt. De basislessen zouden eigenlijk op school geleerd moeten worden, zoals figuurzagen en het alfabet, zodat je het nooit vergeet. Maar een school is ook een (verlichte) dictatuur, dus ergens is het ook niet zo’n geschikte leerplek. De meeste mensen hebben pas ruimte voor democratie wanneer ze de school verlaten, maar, dan zijn ze weer druk met werk en inkomen, trouwen en kinderen, en zo komt het er nooit van.

Ikzelf kwam pas met de nodige vertraging tot een analyse van de democratie. Pas op mijn 36e – dat was in 1990 – had ik aanleiding om de paradoxen van Kenneth Arrow eens grondig te bekijken. Democratie bleek moeilijker dan ik ooit had gedacht. Met enige vertraging heb ik het in 2001 in mijn boek “Voting theory for democracy” nog eens toegankelijk uitgewerkt. Als wetenschapper had ik daarbij het voordeel van een onderzoekstraditie met de nodige wiskunde. Men vraagt zich af wat de gewone burger wel niet aanmoet, die in eigen huis en tuin de democratie moet beoefenen.

Wie geen wiskundige knobbel heeft en gewoon de krant leest of de televisie volgt wordt met allerlei verkiezingspropaganda doodgegooid waarin het dogma van “de meeste stemmen gelden” hoogtij viert. Je hebt Idols, Big Brother, de Gekozen Burgemeester, het Referendum over de Europese Grondwet, en wat al niet. Het lijkt wel of het paradijs van de democratie is aangebroken. Is dat werkelijk waar? Of is het eigenlijk zo dat de chaos steeds groter wordt?

Om daar helder over te zijn: Ja, de chaos wordt steeds groter. Dat komt omdat er op allerlei plekken mensen zitten die eigenlijk niet goed weten wat democratie is. De Idols-makers, de Big Brother-producenten, de EU Commissie. Ze organiseren iets met “de meeste stemmen gelden”, en dan lijkt het democratisch, maar eigenlijk is het dat niet. Het is alsof ze een mooie taart maken, vol met karton en namaak slagroom, het ziet er fantastisch uit. Ondertussen blijft het karton en geen cake, en het is een chemische goedje en geen echte slagroom.

Een tijdje terug heb ik het Europese Referendum gebruikt als voorbeeld hoe het niet moet. Maar er zijn meer voorbeelden. De Nederlandse Antillen – en daarbinnen Curaçao in het bijzonder – geven met hun recente referendum een nieuw voorbeeld van wat democratisch lijkt maar het eigenlijk niet is. Daaruit kunnen we leren wat juist wel democratisch zou zijn.

Curaçao – Korsou

Op 8 april 2005 kon de bevolking van Curaçao zich per referendum uitspreken over vier opties omtrent de gewenste staatkundige toekomst van het eiland. De uitslag was, in aantallen stemmen en percentage per optie:

42425 = 68 procent. Optie A: Autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden (Status Aparte)

3014 = 5 procent. Optie B: Totale onafhankelijkheid

2342 = 4 procent. Optie C: Behoud van de huidige Nederlandse Antillen

14769 = 24 procent Optie D: Provincie van Nederland

Ongeldig 474 stemmen, met een opkomst van 55.04 procent.

Waar het mij om gaat is dat 68 procent voor optie A wel een meerderheid lijkt maar dat 55 procent opkomst maal 68 procent slechts een minderheid van 37 procent oplevert. De rest wil iets anders dan A of heeft een reden gehad om niet te komen stemmen.

Drie inzichten lijken mij democratisch belangrijk:

1. Wanneer er meer opties zijn dan twee dan is het verstandig om te stemmen via rangordes zoals de methode van Borda, met als uitslag bijvoorbeeld het Borda Fixed Point. Immers, een optie kan altijd nog punten verzamelen wanneer het bijvoorbeeld vaak op de tweede plaats genoemd wordt. In het geval van Curaçao is dat niet waarschijnlijk omdat al zo’n groot aantal voor optie A bleek, maar, wanneer de stemmethode a priori fout is, blijft de uitslag ook dubieus, al was het maar omdat het gedrag van mensen kan veranderen.

2. Je moet hoe dan ook in de gaten houden of er een absolute meerderheid is (dus opkomst maal preferentie geeft minstens 50 procent). Het volstaat niet altijd om een relatieve meerderheid van 50 procent te nemen van wie is komen opdagen. (PM. Soms maakt men het nog bonter om te zeggen dat 40 procent ook een meerderheid is wanneer andere opties nog minder krijgen.)

3. Zeker bij wijzigingen van de grondwet wordt vaak een eis van tweederde meerderheid gevraagd. In het geval van Curaçao is 68 procent groter dan 66,7 procent maar alleen relatief. In absolute termen is 37 procent ver verwijderd van deze norm van 66,7 procent.

Democratie is vooral ook de bescherming van de minderheid tegen de meerderheid. De meest zuivere norm is dat mensen eerst aangeven welke voorstellen hun belangen schaden, welke voorstellen dan geschrapt worden, zodat alleen die voorstellen overblijven die Pareto-optimerend zijn. De Pareto-regel biedt geen uitkomst wanneer er meer voorstellen overblijven, en dan kan de keuze verder bepaald worden met de meerderheidsregel. De regel van “de meeste stemmen gelden” is slechts een manier om het staken van stemmen te doorbreken, en niet echt een zelfstandig beslissingsmiddel. Wanneer de stemuitslag op deze manier verwerkt wordt dan kan een meerderheid nooit iets opleggen aan een minderheid.

Politiek schept zijn eigen realiteiten

Ondertussen is de politieke realiteit dat er op de Nederlandse Antillen veel te doen is over de ontmanteling van het Koninkrijks Statuut. De Land wordt opgeheven en de eilanden gaan ieder hun weg. Minister Pechtold reist tussen Nederland en de Antillen op en neer om te kijken hoe Nederland hiermee moet omgaan en zijn beste bijdrage kan leveren. Als wetenschappelijk ingesteld persoon bezie ik het gebeuren met enige verwondering. Aan beide zijden van de oceaan valt er veel te leren van wat wel en niet democratisch is, denk ik dan af en toe. Maar het heeft ook iets moois, alles wat er zo gebeurt, zeker op Dushi Korsou.

Thomas Colignatus is econometrist, auteur van “Voting theory for democracy” (2001) en samen met journalist Hans Hulst auteur van “De ontketende kiezer” (2003). Momenteel is hij op Curacao (Korsou) werkzaam.

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.