Frontaal
Naakt
5 december 2014

Kafka in de Ghanese ambassade

Anita Brus

kerst3

Als ik niet bijna in huilen uitgebarsten was bij de Afrikaanse op de gang van de Ghanese ambassade, had ik mijn visum nog steeds niet gehad. Nadat ik een klein halfuur eerder door was gestuurd naar de wachtkamer, waar ik op een van de veelkeurige stoeltjes in de frontlinie was gaan zitten, bevond ik mij nu in wat ze in Spanje ‘al borde de un ataque de nervios‘ noemen.

Alle vooroordelen over Afrika, waarvan ik dacht dat ik ze na het lezen van talloze boeken over primitivisme en postkolonialisme – en de zwarte piet documentaire van Sunny Bergman – wel kwijt was, kwamen subiet weer boven drijven. Hoezo klopten mijn ‘references‘ niet? Want dat was wat de Afrikaanse loketdame (dezelfde als die van vorige week) mij te verstaan gaf nadat zij, chagrijnig omdat ik niet meteen was opgestaan toen zij mijn naam riep, de papieren en mijn paspoort weer in mijn richting had geschoven. Alle eerder gedane moeite leek voor niets geweest en ik verwachtte dat de loketdame opnieuw zou gaan vragen naar Mr. Mensah die ik vorige week ter plekke had kunnen strikken als tweede contact op het formulier. Maar Mr. Mensah bleek nu slechts nog een deel van een, naar het zich liet aanzien, groter probleem.

Surrealistische toestand

The numbers of your references do not work, you have to call them“, bitste zij. Call them? Moest ik nu naar het hotel bellen? En naar Mr. Mensah die ik amper kende en van wie ik het visitekaartje nu ook niet bij mij droeg? Het hotel was toch gewoon een bekend hotel in Accra waarvan je in een oogopslag het nummer kon zien? Wat schoot het op als ik hen ging bellen en ze misschien daarna onder hetzelfde nummer opnieuw niet bereikbaar waren voor de ambassade. Ik zag hele doemscenario’s voor mij en droop af, maar niet nadat ik mijn hart had uitgestort bij de vriendelijke Afrikaanse in de ontvangstruimte op de gang.

“Geef mij je papieren”, reageerde zij en dat deed ik, want ik zag haar als laatste strohalm in deze surrealistische toestand. Vervolgens stuurde zij mij opnieuw de wachtkamer in, waar ik inmiddels andere half huilenden trof met min of meer dezelfde visumperikelen. “Wij komen al voor de derde keer”, vertelde een blond meisje dat hier was met haar Ghanese vriend, en een vrouw wiens kinderen naar Ghana wilden om te surfen kreeg ook nul op het rekest. Ik begon het somber in te zien.

Veel contacten

Toch kwam binnen niet al te lange tijd de Afrikaanse van de gang weer opdagen met mijn documenten om mij te vertellen dat het hotel goed bevonden was. Mr. Mensah kon zij echter niet bereiken, maar ik moest het nog maar een keer proberen bij het loket waar men mij nog wat vragen wilde stellen. Dit keer kreeg ik aan het loket niet de vraag wie Mr. Mensah was, maar waar hij op dit moment was. Dat wist ik natuurlijk niet en hoe zou ik dat moeten weten? “That’s no answer“, brieste de loketdame mij in het gezicht en ik kon weer gaan zitten, mij inmiddels afvragend of ik het pand ooit nog met een visum zou verlaten.

Toen de Afrikaanse van de gang opnieuw naar mij toe kwam, legde ik haar nog maar weer eens uit dat ik gewoon een toerist ben en dat toeristen nu eenmaal niet al te veel contacten hebben in een land waar ze nog niet eerder waren. En Mr. Mensah had ik hier leren kennen en niet in Ghana. Hem had ik als referentie opgegeven omdat hij mij in Accra had uitgenodigd. Ze keek mij aan met een blik die zei dat het allemaal wel goed zou komen.

Randje van een zenuwinzinking

En inderdaad, uiteindelijk werd mijn naam omgeroepen en kreeg ik mijn paspoort terug met het indrukwekkende visum van de ‘Republic of Ghana‘. Een visum dat maar liefst geldig blijft tot zeven maart 2016, al heeft het mij dan wel ‘op het randje van een zenuwinzinking’ gebracht.

Anita Brus is docent in de Spaanse taal/literatuur/kunst en schrijft over tango in het tijdschrift La Cadena. Zij publiceert ook teksten in het Spaans en in het Nederlands op haar eigen weblog. Lees het verbijsterende relaas over haar domrechtse date. Volg haar op Twitter.

Anita Brus