Droge Hollandse vrouwen
Anita Brus

Hij beschrijft ze beeldend, die blonde Nederlandse vrouwen met wie hij te maken kreeg in het AZC: “Elly was een droge vrouw […] en het was duidelijk dat ze altijd droog zou blijven, zonder de mogelijkheid dat de meest sexy man ter wereld of de zwaarste regenbui haar nat zou maken.”
Voor dergelijke bloemrijke taal was natuurlijk geen ruimte bij aankomst in Nederland, waar hij bovendien bij elk ‘gehoor’ te horen kreeg: “Hou het kort”. Het ongeduld van ambtenaren leidde er toe dat hij dan maar zei waarvan hij dacht dat zij het wilden horen, waarop zij hem het stempel opdrukten van leugenaar. En dat maakt in zo’n AZC al gauw een verschil van tien jaar wachttijd.
Kille Nederlander
Het gaat over Kariem, hoofdpersoon in de roman ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg‘ van Rodaan Al Galidi. Ik lees met aandacht en stijgende verbazing over alle misverstanden tussen de culturen; de Hollandse kordate formulierencultuur en andere culturen die niet in zo’n formulier passen.
In Irak worden geboortedata nu eenmaal niet zo vastgelegd als in Nederland, waarop de kille Nederlander koud en kaal zijn (foute) conclusies trekt. Van de hoop van de asielzoeker die zojuist de “hel van Bagdad in de hemel en op aarde” is ontvlucht, is bij aankomst in dit kikkerland al snel niets meer over. Het is het verhaal van de vluchteling die zich geconfronteerd ziet met een manier van doen die hij niet begrijpt, terwijl de ander ook hem niet begrijpt.
Berekenende ambtenaren
Hoeveel mensen wonen er in dit land die elkaar niet begrijpen? Kinderen die hier opgroeien en hun eigen ouders niet meer begrijpen omdat zij een andere taal spreken. Niet dat zij die taal niet verstaan, maar omdat zij de diepere betekenis van de woorden van hun ouders kwijt zijn en hun ouders daarom niet meer kunnen volgen.
Rodaan al Galidi beschrijft voorbeelden van mensen die veel woorden nodig hebben vanuit hun culturele achtergrond of eenvoudigweg omdat zij de weg kwijt zijn in de “stromende rivieren” van de nachtelijke gangen van het AZC. Dat zijn omschrijvingen die door droge Hollandse vrouwen, berekenende ambtenaren en menig kind dat in Nederland is opgegroeid niet begrepen zullen worden.
Werkschuw tuig
Maar begreep ik mijn Twentse moeder toen ik zelf puber was? Een moeder die niet veel meer dan lagere school had en bepaald geen begrip opbracht voor Afrikaanse rituelen in een documentaire op tv. Die Afrikanen konden volgens haar alleen maar dansen en feesten en waren allemaal lui, evenals iedereen die in de jaren zeventig werd aangeduid als ‘werkschuw, langharig tuig’.
De culturele verschillen zijn er dus niet alleen tussen ‘Holland en Afrika’, maar in die tijd bestonden ze zeker ook in Twente en tegenwoordig lijken ze overal te bestaan, waarbij het de vraag is of wij die verschillen ooit zullen overbruggen.
Zwarte pieten
Het zal waarschijnlijk altijd problematisch blijven, maar misschien is er ook troost. Ik zou er niet aan moeten denken in een land te moeten leven met uitsluitend droge, Hollandse mutsen en saaie (zwarte) pieten. Dus laat maar komen al die kleuren. Makkelijk zal het niet zijn, maar het is het gevecht waard dat het leven toch al is.
Bovendien is het gezond dat vanzelfsprekendheden, die horen bij een enkele cultuur, worden doorbroken. Rodaan al Galidi doet dat met zijn roman, waarin hij ons op fenomenale wijze een spiegel voorhoudt.
Anita Brus is docent in de Spaanse taal/literatuur/kunst en schrijft over tango in het tijdschrift La Cadena. Zij publiceert ook teksten in het Spaans en in het Nederlands op haar eigen weblog. Lees het verbijsterende relaas over haar domrechtse date. Volg haar op Twitter.





RSS