De epistemologie van religie
Duns Ouray

Discussie tussen een atheïst en een gelovige resulteert in frustratie, meestal voor beide partijen. De discussie faalt op twee niveaus. Om te beginnen is er vaak verschil in definitie van ‘God’ en ‘bestaan’. Belangrijker is echter dat atheïsten en gelovigen verschillende waarheidsbronnen hanteren. De atheïst beperkt zich tot de empiricisme en het rationalisme. Het empiricisme zegt: ‘Ik kan God niet waarnemen, dus kan ik niet zeggen dat Hij bestaat’. Het rationalisme stelt: ‘Een niet-materiële entiteit die bestaat, dat is absurd, dus God bestaat niet’.
De gelovige hanteert hele andere waarheidsbronnen:
1.- Fundamentalisme: Alles wat in mijn Heilig Geschrift staat is waar; en er staat dat God bestaat.
2.- Authoritarianisme: De priester / mijn ouders / etcetera zeggen dat God bestaat, dus het is waar.
3.- Subjectivisme: Ik weet van binnen gewoon dat God bestaat, dus is het waar.
Wil men de gelovige begrijpen, dan is de eerste vraag: wat is uw Bron van Waarheid?
Hoewel we bij fundamentalisme denken aan oude mannen en barbaarse toestanden, is fundamentalisme erg jong. Een analfabeet kan geen fundamentalist zijn. Fundamentalisme is begonnen bij de Joden, circa 800 voor Christus, toen zij het schrift leerden van de Egyptenaren.
In het christendom is fundamentalisme pas ontstaan bij de Reformatie. Luther en Calvijn gingen er prat op een zuivere interpretatie van de bijbel te hebben ontdekt, ontdaan van allerlei toevoegsels en falsificaties van de katholieke kerk.
In het Westen is fundamentalisme in de 20ste eeuw zo ongeveer uitgestorven. Moderne gelovigen noemen zich ‘spiritueel’. Daarmee bedoelen ze dat ze een mengeling van authoritarianisme en subjectivisme aanhangen.
Met een fundamentalist kan men nog een zinnige discussie hebben over bijbelinterpretaties; met een spiritualist is niets meer te bespreken. Alles is immers subjectief.
In dit alles neemt de katholieke doctrine een volstrekt unieke plek in; onvergelijkbaar met enig ander geloof. De katholieke Kerk is nooit fundamentalistisch geweest; eigenlijk interesseert het ze nauwelijks wat er in de Bijbel staat en of Jezus dat inderdaad zo gezegd heeft.
Er is alle reden om aan te nemen dat Paulus, als eindredacteur van het Nieuwe Testament (NT), nogal wat invloed heeft uitgeoefend op het resultaat. Paulus, zelf een Joodse Griek, is nooit in Israel geweest. Het NT is opgetekend in toenmalig Griekenland, door Grieken, in de Griekse taal.
Het lijdensverhaal van Jezus, toch de kern van het NT, is een exacte kopie van het lijdensverhaal van Socrates, tot aan symboliek en citaten aan toe. Het ligt voor de hand dat Paulus het NT heeft aangepast om het geschikt te maken voor consumptie in het Romeinse Rijk. Het NT is dus vooral een voortzetting van de Hellenistische Beschaving.
Dit werpt een ander licht op de katholieke doctrine, die altijd gezworven heeft tussen het Platonisme en de leer van Aristoteles, en die mede omvat de wet van non-contradictie.
De wet van de logica is kinderlijk eenvoudig te bewijzen (ga ik hier niet doen, is overal op het internet te vinden), en stelt dat men uit twee waarheden, die met elkaar in tegenspraak zijn, álles kan bewijzen.
Bijvoorbeeld uit ‘het is vandaag mooi weer’ en ‘het is vandaag slecht weer’ kan ik met logische zekerheid bewijzen dat Hitler een aardige man was. Ik kan er overigens ook uit bewijzen dat Hitler een vervelende meneer was, opnieuw met absolute zekerheid.
Nu duurde het niet lang, of de katholieke schriftgeleerden realiseerden zich dat er in de bijbel de nodige tegenspraak staat:
Jesaja 44:6 schrijft dat er maar één God is, maar psalmen 136:2, 95:3, 82:1, 86:8 en 1 Corinthiërs 8:5 reppen allemaal van andere goden. Voorwaar, in het Oude Testament worden sommige andere goden zelfs met naam en toenaam genoemd (Baäl bijvoorbeeld), en wordt er een verschrikkelijke strijd tussen deze goden beschreven. Ook kunnen we lezen dat onze God (slechts) de voorzitter van de raad van goden is.
Overigens zijn ook Johannes 5:31 en 8:14 letterlijk met elkaar in tegenspraak. Om de zaak nóg erger te maken is Johannes 5:31 een variant van de beruchte liar-paradox, oftewel de stelling van Gödel avant la lettre.
Nee, het was de katholieken al snel duidelijk dat ze met letterlijke bijbelinterpretaties op een dood spoor zaten, juist omdat het bestaansrecht van de katholieke Kerk het idee is dat zij de Absolute Waarheid in pacht heeft. En katholieken zijn nooit domme jongens geweest, integendeel: briljante logici, mathematici en wetenschappers. Dus het fundamentalisme moest worden losgelaten, want dat is een belediging voor de intelligentie.
Wat restte was het rationalisme en het authoritarianisme. De katholieke doctrine is uniek, omdat ze een slimme mengeling is van deze twee waarheidsbronnen. In zoverre is het katholicisme het geloof van de toekomst, omdat zij als enige religie haar doctrine kan verdedigen tegen de claims van de moderne wetenschap. Epistemologisch is er in Rome dus niets aan de hand.
Maar de mensheid luistert niet naar de epistemologie. De mensheid heeft hele andere belangen. Mensen willen macht, aanzien, geld en seks. En religie is het middel om tot die doelen te komen. Het christendom heeft zichzelf de das omgedaan middels de scheiding van kerk en staat (het celibaat was ook geen slimme zet). Sindsdien kunnen ambitieuze, briljante jonge mannen hun doelen niet meer bereiken via het geloof. En dat is fnuikend voor het personeelsbeleid bij de Kerk. Bijvoorbeeld; sinds de scheiding van kerk en staat is de rol van de kerk in de wetenschap vooral die van nar geworden, en dat is geen toeval.
Wat dat betreft, heeft de Islam het beter geregeld. Als je daar jong bent en je wilt wat, dan moet je het geloof in. Daar is macht, aanzien, geld en volop seks te regelen. Het schaarse intellectuele capitaal dat de moslims te bieden hebben, houdt zich dus niet bezig met wetenschap of economie. Ziedaar de oorzaak van de stagnatie.
In het Westen is de religie dus op haar retour. Ten eerste door de scheiding van kerk en staat. Ten tweede door de eclatante successen van wetenschap en techniek. Wij (althans, de Amerikanen) hebben een man op de man gezet, we hebben allemaal een TV in huis, en voor de meeste ziekten slikken we een pilletje.
Deze materiële successen hebben ons er van overtuigd dat de wetenschap de juiste waarheidsbronnen hanteert: empiricisme en rationalisme.
Duns Ouray is epistemoloog, maar nu even niet. De Nederlandse politiek is vaak bron van inspiratie voor zijn tweede leven als scribent. Duns beleeft een pervers genoegen aan deze mensentuin. IJdelheid en arrogantie komen weliswaar overal voor ‘in het wild’, maar komen in de Nederlandse politiek toch het best tot hun recht. Zie ook Het Vrije Volk.





RSS