Goede feministen, foute feministen
Roos Schippers

Illustratie: Edwin Bower Hesser
De ideeën van Machteld Zee als olie op het vuur van de groeiende polarisatie veroorzaakten commotie, laat ik het zó formuleren. In de Volkskrant verscheen een artikel van Jolande Withuis, deel van een speech die ze ter ere van Zee’s presentatie van haar boek ten beste gaf. De kop ‘Het Verraad van de Feministen’ toont een gezochte tweedeling in feminisme. In helder zwart en wit.
Dat doet opgang sinds de op alle mogelijke manieren geïnterpreteerde “massale verkrachtingen” in Keulen met Oud en Nieuw dit jaar. Withuis hekelt de relativering van de etnische achtergrond van de vermeende daders door de directeur van emancipatie-instituut Atria en een juriste van het Clara Wichmann instituut. In de ogen van Withuis zijn die kennelijk “afvallige” feministen.
Domme-dozen-feministen, nazi-feministen, domlinkse feministen, wegkijkfeministen. Het fulmineren kent al langer geen eind bij het -ha ha- zo geestig duiden van die blinde ontspoorde soort onder het vrouwvolk.
Boze Moslim
Over Keulen schreef ik zelf een stukje in reactie op een column van Elma Drayer, die er toen ook al wat van vond dat weldenkende vrouwen die zich niet in een reflex op de Boze Moslim stortten, en zich niet lieten rekruteren voor de Kruistocht Nieuwe Stijl. Die vrouwen leden volgens Drayer aan politieke correctheid, relativeringsziekte, en waarschijnlijk aan hersenverweking en degeneratie.
Is het niet zo dat feminisme in de eerste plaats zelfbeschikking en keuzevrijheid, maar ook autonomie in denken en in leven van vrouwen voorstaat? En niet het opleggen van een “vrijheids”-ideaal door een als beter ervaren vrouw, vanuit een als beter ervaren cultuur?
Die zelfbeschikking geldt voor een zelfgekozen invulling van het feminisme, maar ook voor de keuze van levensfilosofie en levenswijze, zelfexpressie, seksuele vrijheden, zelfs seksuele onvrijheden, en noem maar op.
Verkrachting binnen het huwelijk
Withuis verwijst naar de zeventiger jaren, waarin feministen volgens haar al de fout in gingen. Het is een ongelukkig verwijt. In de nadagen van de Tweede Golf waren vrouwen hier in Nederland nog druk zich vrij te vechten van de beperkingen van de (joods-)christelijke traditie. Die patriarchale traditie die, onze seculiere samenleving ten spijt, nog weerbarstig weerspiegeld werd in onze wetgeving.
Om een voorbeeld te noemen: verkrachting binnen het huwelijk bestond wettelijk niet. Het door de man nemen, consumeren van zijn bezit heet geen verkrachting, tenslotte. Tot in de negentiger jaren duurde dat. Onze abortuswet werd pas in 1981 door de Eerste Kamer in behandeling genomen, en trad pas in 1984 in werking. Daarvóór was abortus strafbaar, in alle gevallen, zoals nu nog in Noord-Ierland.
Moesten wij ons vooral als bevoorrechte onderdrukten verzetten tegen patriarchale uitwassen in de islamitische cultuur? “Kijk maar bij ons, hier heerst sinds de Verlichting! Voortreffelijk respect voor de vrouw, en gelijkheid!”
Religieus fanatisme
Het Clara Wichmann Instituut heeft zich (recent) ingespannen de relatief ongevaarlijke SGP van het archaïsche standpunt af te brengen dat vrouwen geen plaats verdienen in het openbaar bestuur en dus geen passief kiesrecht gegund mag worden. God wil dat niet, schijnt het. Withuis neemt dat het instituut kwalijk. Wellicht hadden die feministen dat laatste restje ongevaarlijk religieus fanatisme als cultureel erfgoed intact moeten laten? Opdat de SGP de kerkklokken mocht laten beieren, tot in den eeuwigheid? Ter behoud van onschuldige onderdrukkende folklore?
Mijn feministische standpunt: breng eerst het eigen huishouden op orde voor je hoog van de toren blaast over de missers in dat van een ander.
We vallen in herhaling, en dat kenmerkt het debat over feminisme en islam. Van Keulen, de invasie van testosteronbommen als gevaar voor “onze” vrouwen, de “indecente” burkini, de onderdrukkende hoofddoek, naar de opvattingen van mevrouw Zee.
Roos Schippers is sekswerker, lid van het activistenplatform SWexpertise, van ICRSE en van belangenorganisatie Proud.





RSS