Frontaal
Naakt
3 november 2009

Ziek

Frans Smeets

FKK1

Toen ik vanwege mijn gokgedrag en onuitstaanbare recalcitrantie in 1983 terecht van school werd getrapt, besloot ik na deze gezonde puberale dip niet nogmaals de fout in te gaan. Ik dacht veel problemen te voorkomen door op mijn nieuwe school me frontaal voor de leraar te positioneren, wetende, dat de rotzakjes zich meestal in de achterste gelederen van de klas bevonden. Aldus geschiedde.

Ik kwam naast Rene te zitten. Een jongen die me de twee jaar, dat ik de lessenaar met hem deelde, niet één keer heeft aangekeken. Rene zag eruit als een bleke, vadsige, iets te jonge monnik, die schuw en schichtig uit zijn ooghoeken keek. Ondanks incidentele pogingen van mijn kant uit – afgewezen met een minuscule, maar robuuste beweging van zijn nek – hebben we geen woord gewisseld. Zwaar zwetend zette Rene de letterlijke woorden van de leraar met verbazingwekkende snelheid op papier. Hele encyclopedieën schreef hij vol. Bij overhoringen of examens reproduceerde hij dit alles weer. De enige emotie die ik bij hem heb gezien was bij de uitslag van de examens. Bij elke tien zag je de linker mondhoek optrekken tot iets dat leek op een glimlach. Anders dan tienen heeft Rene nooit gehaald.

Op het Reneloze eindexamenfeest vertelde de aardrijkskundeleraar me dat Rene een zeer zeldzame aandoening had. Autisme. Ik had er nog nooit van gehoord.

Er is veel veranderd de laatste vijfentwintig jaar. Je kunt de voordeur niet openen of de autisten, ADHD-ers, PDD-NOSten, hoogbegaafden (ook dat schijnt een probleem te zijn), post-traumatisch-stress-syndromers, borderliners, manisch depressieven, chronisch vermoeidheidssyndroomers en de Aspergers vallen over de deurmat. Van de zomer iemand ontmoet die mij onthulde dat de reden voor zijn arbeidsloze bestaan van vijfentwintig jaar zijn oorsprong vond in een vroege ADHD-aandoening. Gevoelsmatig zou ik zeggen dat ik-loop-al-vijfentwintig-jaar-met-een-fles-bier-onder-mijn-armen meer de oorzaak is en dat een-trap-onder-je-hol-therapie wonderen zou kunnen verrichten. Als je dan ook nog diezelfde dag in aanraking komt met iemand die er heilig van overtuigd is dat haar drie kinderen ten gevolge van vervuilde inentingen respectievelijk autisme, ADHD èn PDD-NOS hebben gekregen, dan is het wel even genoeg. Een of andere Dirty Harry van kritisch prikken had haar dat aangepraat en na maanden zeuren bij de huisarts had deze dit uiteindelijk ook maar erkend. Haar drie kinderen zaten nu aan de medicijnen en volgens de hysterische mevrouw was alles nu veel rustiger geworden. De enige zieke die ik zag, was een moeder van honderdveertig kilo met diabetes die enkele gevulde koeken achterover sloeg.

Het is oppassen met kritiek op ziektebeelden. De lontjes zijn kort. Iedereen heeft een eigen verhaal. En wat weet je van een ziekte totdat het noodlot toeslaat? Maar ergens jeukt het, omdat er met ziektebeelden om je oren wordt geslagen waar je een aantal jaren geleden bijna nooit van hoorde. Voortschrijdend medisch inzicht? Zou kunnen. Zelf denk ik dat er meer aan de hand is.

Nu zijn modeziektes niet nieuw. Hele volksstammen leden, aangemoedigd door kwakzalvers, ineens aan de meest bizarre ziektes. Je hoeft niet ver in de tijd terug te gaan om een aantal oude bekenden tegen het lijf te lopen. Burn-out, bekkeninstabiliteit, whip-lash, postnatale depressie. Allemaal ziektes bij uitsluiting van andere diagnoses.

Recentelijk nog iets gehoord van de ziekte RSI die kantoorwerkend Nederland in de jaren ‘90 teisterde na de introductie van de computer? Zelf had ik het idee dat RSI al ingevoerd was met de introductie van de lopende band. Alleen heette dat toen een lamme arm.

Het laatste decennia vindt er binnen de branche van de aandachtsziektes geleidelijk een verschuiving plaats van fysieke- naar psychische -en mentale ziektebeelden en dan met name bij kinderen. Dat is verklaarbaar. Immers, al de fysieke modeklachten van de vorige eeuw zijn met de introductie van de MRI scan en andere technische hoogstandjes meetbaar geworden. De erkenning van je fictieve ziekte is veel moeilijker geworden en hyperchondische waaners en massahysterie is gemakkelijk te ontmaskeren. Ook is het in de maatschappij met het aanpakken van de WAO praktisch onmogelijk geworden om de niet meetbare klachten om te zetten in geldelijk gewin. Je hoeft echt niet meer met een bekkeninstabiliteit aan te komen bij een reintegratiearts. Die legt je direct onder de scan waarna je weer aan het werk kunt.

Dus heeft een buschauffeur bij een tik op de neus een Post-Traumatisch Stress Syndroom. (Wees blij dat de koppendokters deze ziekte nog niet na de Tweede Wereldoorlog kenden) en lijdt de helft van de bevolking aan depressies. Alsof het niet volkomen normaal is om je een tijdje zwaar kut te voelen. Ik zou niet anders willen!

Psychische klachten zijn veel subjectiever dan lichamelijke klachten en als je er vervolgens de onaantastbaarheid van kinderen bij betrekt, dan heb je een mooie combinatie van hyperchondrische massahysterie en een fantastische markt voor kwakzalvers. Een druk kind heeft ADHD, een verlegen kind PDD-NOS, een teruggetrokken kind autisme, een emotioneel kind borderline en het alom bekende wijsneusje heeft ineens het probleem van hoogbegaafdheid. Plak er maar een stempel op. Het zijn op zich terechte, maar zeldzame “aandoeningen” bestaande uit extreme gedragingen of karakters waarvan ieder mens wel iets in zichzelf herkent. Iedereen moet dus aan de pillen die buiten de gemiddelden van de consternatiebureaus vallen.

Een stempel ontlast en verklaart. Er wordt een medische oorzaak gegeven waarom dingen niet gaan zoals verwacht. De illusie van maakbaarheid en controle wordt in stand gehouden door een naam met een pilletje. Een ontkenning van de grilligheid en verscheidenheid van het leven zelf.

Knutselaar Frans Smeets heeft de vreemde opvatting dat hedendaagse kunst behalve oeverloos gezwets en geld ook nogschoonheid in zich mag herbergen.