Linkse slavernij
Frans Smeets

Wie kent ze niet? Kringloopwinkels. Zelf kwam ik er ooit graag. Heel incidenteel liep je tegen fantastische curiosa aan. Wie echter nu in kringloopwinkels komt ziet slechts waardeloze meuk. Schappen vol dierenbeeldjes, wat bestek, lelijke meubels en meer van die dingen die je absoluut niet wilt hebben.
Vaak komen deze spullen uit bejaardentehuizen of uit de huizen van overledenen. De familie heeft geen zin in slepen of opslag. Zelf heb ik dat enkele keren meegemaakt. Opvallend is dat je de spullen, die nog enigszins waarde hebben, nooit in de Kringloopwinkel terug ziet. Waar zouden die spulletjes blijven?
Ook het publiek is veranderd. Ooit was de Kringloop het winkeldomein van de onderkant van de samenleving. De armen hebben zich echter richting Action
verplaatst, omdat die nieuwe spullen verkoopt, die goedkoper zijn dat de tweedehandspullen in de Kringloopwinkels. De enige klanten die je daar nu nog tegenkomt, zijn van die typische linksdraaiende yoghurtmensen, die bewust teveel betalen, omdat hun gedrag binnen de eigen groep statusverhogend is.
Het mag verbazen dat een gesubsidieerde zaak, die zijn personeel geen loon hoeft te betalen, en die de producten tegen een prijs van nul kan aanschaffen, niet kan concurreren met een Action. Ergens moet het geld verdwijnen.
Bij uitbuiting krijgt de “rechtse” werkgever meestal de zwarte piet toegespeeld. De werkgevers die ik echter ken, zijn begaan met hun personeel, zorgen voor het pensioen, proberen mee te denken, en willen bovenal loon betalen. Natuurlijk zijn er ook rotte appels. Maar als er èrgens mensenmisbruik en slavenarbeid is, dan is het wel in de linkse werkgeversbolwerken. De duizenden stichtingen in de sociale- en culturele sector denken, omdat ze geen winstoogmerk hebben, aanspraak te kunnen maken op gratis personeel.
Onder de categorie van de gesubsidieerde arbeid heb je nog de groep van psychisch labielen, verstandelijk gehandicapten en andere onplaatsbaren voor de arbeidsmarkt. Deze worden door de reïntegratiebureaus vaak verplicht tewerkgesteld als vrijwilliger in de sociale- en culturele sector. Het reïntegratiebureau verdient er geld mee en de gemeente kan weer een vinkje richting Den Haag zetten.
Deze werkgevers-zonder-winstoogmerk gebruiken met een schaamteloze vanzelfsprekendheid deze onderkant van de samenleving. Zozeer, dat de dankbaarheid niet eens meer in hen opkomt. Als voor mij iemand gratis werkt, dan komt er ‘s avonds een royale maaltijd op tafel en mag hij met zijn partner een weekendje gaan bubbelen in een viersterrenhotel. Maar niet bij de werkgevers in de sociale- en culturele sector. De leiding mag zelf lekker veel verdienen en de hele dag geloven in de noodzaak van marktconforme salarissen voor henzelf, de labielen moeten geloven dat, met de worst van een vaste aanstelling die toch nooit zal komen, de onbetaalde arbeid goed voor hen is en dat ze blij moeten zijn dat iemand hen deze opportunity geeft om ervaring op te doen. Volgens mij zijn deze labielen geschikt voor de arbeidsmarkt als ze een dikke middelvinger naar deze opportunity geven.
Ik geef nu een aantal schrijnende voorbeelden van de uitbuiting door ideële stichtingen en dergelijke. Bijvoorbeeld een vrouw die van 18 tot 3 uur moest werken in een theater, waarbij er nog geen taxi vanaf kon om haar veilig thuis te brengen. Van een uit de kliniek ontslagen alcoholist die voor vijf consumptiebonnen op het Noorderzon festival in Groningen achter de bar moest werken. Van conciërges die vanuit hun luie stoel vrijwilligers, onder het mom van “werkervaring opdoen”, het vuile werk lieten opknappen. Van het Groninger Museum, dat als kunstinvesteringsmaatschappij verplicht tewerkgestelden gebruikt om de collectie in stand te houden.
Als je er eens op gaat letten, dan valt je op, dat deze vrijwilligers op een indirecte manier gekleineerd en vernederd worden en subtiel worden rondgecommandeerd. Ze kosten niks, ze moeten dankbaar zijn, en er kan nog geen bloemetje vanaf. Lekker goedkoop.
Het argument “dat er geen geld is” klopt niet. Het gaat niet om het in stand houden van de locale voetbalclub, maar juist om organisaties waar heel veel geld in omgaat. Terwijl er in het echte bedrijfsleven relatief eerlijk gedaan wordt over winstmotief en verrijking, wordt er in deze sectoren heel vermijdend en terughoudend over het geldmotief gedaan. “Het zijn immers goede doelen zonder winstoogmerk. Je doet iets terug voor de samenleving. Het is kunst en cultuur. Dan praat je niet over geld.”
En het is juist dit sfeertje dat deze werkgevers gebruiken om via de achterdeur en over de ruggen van de vrijwilligers er voor te zorgen dat ze zelf goed betaald krijgen! Ze profileren zichzelf graag als professionele organisaties, maar loon betalen, ho maar.
Dit mensenmisbruik vindt vaak plaats in een een-tweetje tussen gemeente en de sociale diensten. In de behoefte van de overheid aan een sociale -en culturele sector, hebben de “werkpleinen” zich ontwikkeld als hofleverancier van gratis arbeid door onbemiddelbaren voor een vaak linkse agenda. De stichtingen zonder winstoogmerk worden opvallend vaak bemand door mensen die gelieerd zijn aan linkse politieke partijen.
Misschien staat dit misbruik van de vrijwilliger door links wel symbool voor de reden van het verval van links. Een links dat in zijn redden van de mensheid de mens is vergeten.
Knutselaar Frans Smeets heeft de vreemde opvatting dat hedendaagse kunst behalve oeverloos gezwets en geld ook nog schoonheid in zich mag herbergen.





RSS