Frontaal
Naakt

30 april 2010

Een naakt prinsesje

Lydia Vermeer

mi5
Illustratie: Yana Frank

Mijn vriendin Petra wist ook iets te vertellen over een onderzoek naar de oorspronkelijke functie van kleding. Kleren beschermen je tegen koude, hitte, distels en andere ongemakken. Ook als ornament en om je mooi te maken zijn vormen van bedekking altijd belangrijk geweest. Mensen hebben het altijd leuk gevonden, hun lichaam te versieren met kralen, veren, ringen, kleurige verf en dergelijke. Verder hebben kleren ertoe gediend je van anderen te onderscheiden. Hoe hoger de stand, hoe gecompliceerder en duurder de kleren. Terwijl voor slaven dikwijls naaktheid regel was, waren de meesters en meesteressen rijk uitgedost. Dat is goed te zien op een Egyptische schildering:

Prinsesje (215k image)

Daarop zie je overigens dat de dienares, die verfrissingen aanreikt van een welvoorzien buffet, niet gekleed, maar wel versierd is: zij draagt een hoofdtooi, een kraag en een ceintuur. Heel creatief, ik wil dat wel eens onthouden. Pure naaktheid heeft een eigen waarde, maar zo’ n variant heeft ook wel iets.

Ook het omgekeerde kwam voor. De hogere klasse had het recht, naakt te zijn en de lagere klasse moest het lichaam bedekken. Volgens Petra staat in Van Dale bij naaktheid een zinsnede uit Couperus: ‘De edele naaktheid, die haar prinsesselijk privilege was’. Leuk idee, alleen het prinsesje had het recht bloot rond te lopen en bewondering te oogsten. Zij was het middelpunt. Haar kameraadjes moesten gekleed zijn, omdat zij de minderen waren. Soms voel ik me ook zo’n bevoorrecht prinsesje.

Er zijn dus volgens Petra in wezen drie beweegredenen voor het dragen van kleren. Die conclusie berust op onderzoek bij natuurvolken. Dat noem ik nog eens leerzame antropologie. Het verhullen van lelijkheid lijkt me dikwijls een belangrijk motief, maar dat zal wel vallen onder het versieren. Hoe dan ook, volgens Petra staat vast dat het in oorsprong en in wezen niet de bedoeling van kleding is dat daarmee het lichaam wordt bedekt vanwege zedelijkheid of zo iets. Die conclusie vind ik leuk, natuurlijk vooral omdat het me goed uitkomt.

Naaktmodel te zijn is een respectabele bezigheid en een rechtvaardiging heb ik niet nodig. Maar ook in mijn privéleven vind ik het dikwijls onnodig om gekleed te zijn. Als ik thuis of op mijn balkon of ergens in de natuur naakt rondloop, kan dat in de ogen van anderen wel eens een typische eigenzinnigheid lijken. Niet dat ik daarmee zit. Maar het is toch wel prettig ook eens van een ander te horen dat het heel begrijpelijk en natuurlijk is om naakt te willen zijn als ik mijn kleren niet voor de warmte nodig heb.

Naaktheid geeft me een zalig opwekkend gevoel. Binnenshuis kun je zelf voor een lekkere temperatuur zorgen en bescherming tegen distels en zo heb ik al helemaal niet nodig. En in mijn eigen omgeving heb ik kleding ook niet nodig om me van een ander te onderscheiden. Kleding, of liever kledingstukken, als versiering heb ik pas geleden gezien in een fotoboek van David Hamilton. Die heeft een voorliefde voor jonge meisjes, bloot, maar wel met kousen aan. Dat ziet er spannend uit. Dat moet ik maar eens onthouden.

Fragment uit Terug naar Ariadne: bespiegelingen van een naaktmodel, uitgeverij Panta Menei, 1998.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home