Bij de dood van Kees Kousemaker
Peter Breedveld

Illustratie: Peter Pontiac
Ik kende Kees Kousemaker, die afgelopen zondag op 68-jarige leeftijd overleed, niet persoonlijk, maar hij heeft wel een hele grote rol in mijn leven gespeeld. Hij is de ‘samensteller’ van Wordt Vervolgd – Stripleksikon der Lage Landen, dat ik op mijn elfde verjaardag van mijn tantes kreeg. Ze hadden allemaal geld bijgelegd om dit vreselijk dure boek (een gulden of veertig, meen ik me te herinneren) voor me te kopen.
Het was – hoewel beschadigd – mijn liefste cadeau en ik heb het van voor tot achter gelezen. Het boek bevat een wereldgeschiedenis van de strip, per land behandeld, en daarna een korte beschrijving van alle dode en levende striptekenaars, stripfiguren en bladen in het Nederlandse taalgebied – op alfabetische volgorde. Elke letter werd ingeleid met een grote tekening van een bekende tekenaar. Inhoudelijk én visueel was het boek een feest. Ik was al fan van strips – Donald Duck en Robbedoes en dergelijke, maar door Kousemaker ben ik er echt door bevlogen geraakt en heb ik ook veel verstand van strips gekregen.
Daarnaast is Kees Kousemaker de man achter eerste stripboekwinkel van Europa. In 1968 – mijn geboortejaar – opende in de Amsterdamse Kerkstraat Lambiek en die bestaat nog steeds, zij het op een andere plek in de Kerkstraat. Ik spaarde vroeger altijd geld en als ik een substantieel bedrag bijelkaar had, zeg honderd gulden, kocht ik een treinkaartje naar het verre Amsterdam om daar het overgebleven geld stuk te slaan op een Spirit Magazine, of een prentje van Peter Pontiac.
Ik vond Amsterdam trouwens een enge stad – en dat vind ik nog steeds. Ik durfde ook nooit in één keer Lambiek binnen te stappen. Ik liep altijd een paar keer langs de voordeur om genoeg moed te verzamelen er naar binnen te gaan, en de aandacht van alle aanwezigen op me gevestigd te weten. Dat heb ik nog steeds, bij bijna alle Nederlandse stripwinkels. Nergens word je zo angstvallig in de gaten gehouden als in een stripwinkel. Let er maar eens op.
Ik weet dat Kousemaker een joviale man was, want veel later kocht ik eens iets van de Amerikaanse striptekenaar Michael Mignola bij hem en toen raakten we erover in gesprek. Kousemaker vond Mignola niks, maar er was sprake van dat Mignola naar Nederland zou komen en dan zou hij in de woonruimte boven Kousemakers winkel overnachten. En of ik dan zin had om met hem te dineren. Nou, dat had ik natuurlijk wel en Kousemaker schreef mijn naam en telefoonnummer op.
Dat vond ik zo aardig, dat hij dat aanbod deed aan iemand die hij niet eens kende. Zo atypisch voor stripbobo’s ook. De stripwereld zit vol bobo’s, die zichzelf vreselijk belangrijk vinden, al kunnen ze geen rechte lijn op papier zetten, en die van elke obscure strip precies de cataloguswaarde weten. Kousemaker was niet zo. Bij Kousemaker ging het om oprechte, pure liefde voor de strip, en voor mensen. Dat zie je ook aan zijn Stripleksikon. Van elke striptekenaar en elke strip wist hij precies de betekenis te duiden, en de context en hij deed niemand tekort.
Stripliefhebbers over de hele wereld raadplegen nu zijn Comiclopedia, een virtuele stripencyclopedie die volgens mij al vóór Wikipedia bestond. Dus al is Kousemaker dood, mensen over de hele wereld zullen nog lang blijven profiteren van zijn nalatenschap, die van letterlijk onschatbare waarde is.





RSS