Istanbul
Peter Breedveld

Illustratie: Nikolai Fomin
Na ons bezoek aan het Topkapi-paleis wilden we naar het restaurant Âsitane, dat zijn gerechten zou maken op basis van eeuwenoude recepten uit het archief van Topkapi. “Not a good restaurant”, zei de taxichauffeur. Hij wist veel betere maar wij zeiden nee, we willen naar dit restaurant en anders nemen we wel een andere taxi.
Hij reed als een gek, gebruikte vluchtheuvels als springschansen en gedroeg zich als een volbloed hufter. Reed keihard op voetgangers op de straat af om pas vlak achter ze plotseling af te remmen. Hinderde opdringerig een automobilist die probeerde in te parkeren, minderde geen vaart in kleine steegjes en bochten. Als daar een kind liep, had het gewoon pech gehad.
Zat te kloten met de meter, de zoveelste taxichauffeur die opzichtig probeerde ons een loer te draaien en nu was de maat gewoon vol. Ik vroeg hem naar het bedrag en hij wilde niks zeggen voor Hassnae was uitgestapt. Dat deed ze niet. “Uitstappen!” blafte hij. Ik wist niet wat ik hoorde. Solliciteerde hij naar een pak slaag of zo? Toen draaide hij zich naar mij en zei, zonder met z’n ogen te knipperen, dat het 48 Turkse lire was.
Ik zei: “48? Een 4 en een 8?” Hij zei ja. Ik zei “Als je niet snel met een normale prijs komt, bel ik de politie, lul.” Hij begon te schreeuwen dat het 48 was. “48 lire verdomme! Kijk naar de meter!” Daar stond inderdaad een getal van heel veel cijfers, waarvan de eerste twee 48 waren. Maar vlak voor onze bestemming was het nog 14 lire en nog wat. “Je liegt”, zei Hassnae, die nu naast de auto stond. “Ik bel de politie.” Ze pakte haar telefoon. Ik zat nog achterin de taxi.
“Verdomme!” Schreeuwde hij, terwijl hij met beide handen naar de meter gebaarde. “Ik zeg je dat het 24 is! Kijk dan! 24!” Maar op de meter stond nog hetzelfde getal. Hij begon zenuwachtig op een knopje te drukken, zodat het startbedrag van 2,50 op de display kwam te staan. Ik zei: “Je kunt vijftien lire krijgen, hufter, en waag het niet me ooit weer eens te belazeren.” Ik stapte uit. “No Ingeris”, zei hij. “I will teach you some English”, antwoordde ik. Hij staarde me aan. Ik zei “fucking” en toen zei ik “asshole”. “A fucking asshole, that’s what you are.” En toen gooide ik het portier dicht en trapte tegen zijn auto. Vol gas stoof hij weg, op naar zijn volgende slachtoffer.
Op de stoep zag ik een gehoofddoekte vrouw naar me staren. Ze grijnsde.
Het restaurant Âsitane is het beste waar we in Istanbul hebben gegeten.





RSS