Istanbul (2)
Peter Breedveld

Illustratie: Nikolai Fomin
Dankzij al die oneerlijke taxichauffeurs kennen we Istanbul nu op ons duimpje. Elke rit voert ons namelijk door de hele stad, waarbij de kleinste steegjes minstens één keer worden aangedaan. Buurtbewoners herkennen ons inmiddels en zwaaien uitbundig als we weer eens langskomen. Voordat we een taxi aanhouden, slaan we daarom altijd wat cadeaus in.
Vandaag bezochten we het luxe winkelcentrum Kanyon, waar de Ebru Umars hun sushi zitten weg te knagen met tassen van Chanel en Tiffany naast hun tafeltjes. De chauffeur die ons bracht, kon het weer niet laten met de meter te kloten. “Wat ben je aan het doen?” vroeg ik. Hij zei “niks”. – “Maar waar is het bedrag gebleven, dat net op de display stond?” De chauffeur deed net of zijn neus bloedde: “Wat?” – “Waar kan ik nu lezen hoeveel ik moet betalen?” Die chauffeur weer: “Wat?”
“Luister, zakkenwasser”, zei ik. “Je probeert de boel de belazeren en dat pik ik niet. Denk je nou echt dat ik achterlijk ben? Je hebt de verkeerde te pakken, lul.” Hij schrok: “Oké, oké, rustig! We maken er dertig lire van!” – “Ben je godverdomme helemaal van de ratten besnuffeld, klootzak? Hoe dom denk je eigenlijk dat ik ben, rat? Weet je wat? Ik haal de politie er wel even bij!”
De chauffeur werd lijkbleek en begon hevig te trillen. “Is meter! Is probleem!” – “Die meter is helemaal het probleem niet, zak stront! Het probleem, dat ben jij! Het probleem, dat zijn de taxichauffeurs van Istanbul! Het schuim der aarde zijn jullie! Dieven zijn jullie! Fraudeurs! En jij, schurftige hond, bent de laaghartigste, lafste, weerzinwekkendste dief van allemaal! Vijftien lire kun je krijgen en anders helemaal niks, hoor je, stuk vuil? Mij belazer je niet!”
Ik gaf hem een honderdje maar hij huilde dat hij daar niet van terug had. Is Hassnae dat honderdje gaan wisselen terwijl ik naast hem bleef wachten, hem beledigingen naar zijn mottige knaagdierenkop slingerend. Eigenlijk had ik gewoon weg moeten lopen. Ik ben veel te goed. Hij wilde stelen van mij, maar ik niet van hem. De volgende keer dat een taxichauffeur met de meter kloot, verspeelt hij gewoon zijn recht op een vergoeding.
Een paar uur later liepen we het Topkapi-paleis voorbij, stond daar de hufter van gisteren met zijn maten. “Kijk wie we daar hebben!” zei Hassnae. Hij zette grote ogen op, en richtte zijn blik toen snel naar zijn schoenen, de wezel.
Morgenochtend zitten we weer in het vliegtuig naar Nederland. Thuis schrijf ik over de léuke dingen, die we in Istanbul hebben meegemaakt.





RSS