Frontaal
Naakt
13 mei 2026

Portret van een geplaagde vrouwenhater

Peter Breedveld

De vaste lezertjes van dit fundamentalistisch-hedonistische webmagazine weten dat ik gek ben op de strips van Yoshiharu Tsuge. Ik vind hem geniaal. Zijn autobiografisch getinte verhalen spelen zich af in een sadistisch universum vol mensen die niet zozeer een slechte inborst hebben maar eigenlijk vooral te lamlendig zijn om goede daden te verrichten. Lulligheid troef, vaak doordesemd met een zekere lompe erotiek die de grauwheid benadrukt of verlicht, afhankelijk van mijn stemming. Ook met de humor kun je die beide kanten op. Het heeft ook altijd een surrealistisch tintje, niet zelden omdat iedereen zichzelf en elkaar leugens zit te vertellen.

Tsuge overleed begin maart op 88-jarige leeftijd, maar de Canadese uitgeverij Drawn & Quarterly is nog niet klaar met het uitgeven van zijn complete vertaalde werk. Onlangs verscheen een nieuwe bundeling verhalen, ‘He Rolled Me Up Like a Grilled Squid‘ en er is alweer een nieuwe bundel aangekondigd.

In de meeste verhalen in ‘He Rolled Me Up‘ voert surrealisme de boventoon, een aantal ervan zijn verstrippingen van zijn dromen, leer ik uit het lange essay achterin van mangakenner Ryan Holmberg. Tsuge tekende die verhalen naar eigen zeggen uit gemakzucht, en uit de manier waarop sommige zijn getekend, zou je kunnen opmaken dat hij er inderdaad weinig zin in had en het alleen voor het geld deed.


Scène uit ‘The Boring Room’

Vrouwenhaat

Toch zijn ze bijzonder interessant, die droomverhalen, omdat ze ons veel vertellen over wie Tsuge precies was. Ze druipen van de vrouwenhaat, of misschien meer nog van angst voor vrouwen, angst om bedrogen te worden, verlatingsangst en ook schuldgevoel over die vrouwenhaat. In het verhaal Yoshibo’s Crime martelt de hoofdpersoon de schaarsgeklede vrouwen in een tijdschrift door ze met een pincet uit hun foto’s te pakken en dodelijk te verwonden. Hij probeert daarna van het moordwapen af te komen, maar er is altijd ergens een getuige.

In het titelverhaal, ‘He Rolled Me Up Like A Grilled Squid‘, verblijft de hoofdpersoon met zijn vrouw in een vakantieoord met warmwaterbronnen, een populair tijdverdrijf in Japan. Zijn vrouw wordt er verkracht en geschaakt door een bruut op wie ze vervolgens verliefd wordt. De bruut rolt hem op, inderdaad zoals ze dat met een gegrilde inktvis doen, en in die toestand moet hij toezien hoe zijn vrouw op allerlei manier door de bruut genomen wordt.

Er zijn twee verhalen waarin de hoofdpersoon in constante paniek verkeert omdat de buitenwereld zijn huis dreigt binnen te komen. In het eerste, ‘Seized By The Night’ wil hij per se met de ramen dicht slapen omdat hij bang is dat de nacht zijn huis zal binnenvallen. Zijn vrouw kan echter niet slapen door de hitte en zet het slaapkamerraam open. Hij ontsteekt in woede en mishandelt haar, waarna ze vertrekt om de volgende dag weer thuis te komen, haar lichaam bedenkt met zuigzoenen van haar minnaar.

In ‘The Swelling Outside’ lijkt de buitenwereld een gigantisch pak watten te zijn dat zich via de ramen naarbinnen perst. In ‘The Boring Room‘ huurt de hoofdpersoon stiekem een huis om alleen in te zijn, maar zijn vrouw ontdekt het huis, laat hem er niet met rust en neemt uiteindelijk en tot zijn grote ongeluk zelfs zijn moeder mee.

Scène uit ‘The Boring Room’

Egocentrisme

Ik denk dat voor wie wil weten hoe mannen echt naar vrouwen kijken er slechtere boeken zijn dan ‘He Rolled Me Up‘. Hoezeer de hoofdpersonen overeenkomen met Tsuge zelf, blijkt uit Holmbergs essay, dat geen flatteus beeld van Tsuge schept. Die was getrouwd met Fujiwara Maki, een voormalige actrice en theatermaker die zorgde voor het leeuwendeel van de inkomsten van haar gezin. Want Tsuge deed het liefst niks, geplaagd door tal van psychische aandoeningen, waar waarschijnlijk zijn egocentrisme vandaan kwam. Tsuge was zo met zichzelf bezig dat zelfs toen zijn vrouw baarmoederhalskanker kreeg, hij vooral bang werd dat hijzelf ook kanker zou krijgen.

Niet een hele sympathieke man, dus. Terwijl zijn vrouw – of de personages die gebaseerd zijn op zijn vrouw en daar uiterlijk ook heel erg op lijken – in zijn verhalen altijd heel sympathiek lijkt. Een vrouw die probeert de relatie sprankelend te houden, die haar best doet Tsuge in beweging te krijgen, maar altijd tegen een muur van nukkige apathie oploopt. Zo typisch dat zij al in 1999 is overleden, en hij nog 26 jaar kon genieten van zijn status als gevierde undergroundartiest.

Nieuwsbrief