Ayip
Suna Floret

“De Nederlanders zijn zo individueel. Ze gaan bijna nooit bij elkaar op bezoek en kennen hun eigen neef niet eens!” Dit hoor en denk ik zelf ook vaak genoeg. Als ik denk aan de Turkse tradities die ik heb meegekregen, dan snap ik de achterliggende gedachte en het doel van deze tradities, maar of het (nog steeds) mooi is, dat denk ik niet. Het is namelijk niet zo makkelijk om de schoonheid van de Turkse tradities in Nederland in praktijk te brengen. Sterker nog; het wordt bijna iets lelijks.
Ik begin met het Suikerfeest. Een feestje waar vooral de kinderen, terecht, van kunnen genieten. Ze krijgen snoepjes, zakgeld, een nieuwe outfit en een hoop kusjes. In het dorp waar mijn ouders vandaan komen was het Suikerfeest een gelegenheid om gezamenlijk eten te maken, schapen te slachten, het vlees uit te delen aan de armen en respect te tonen aan de ouderen. Daar nam je dan ook uitgebreid de tijd voor. Ochtenden, middagen, hele avonden zaten de buren bij elkaar muziek te maken, te eten en van elkaars vriendschap te genieten. Dit begon voor de vrouwen al dagen voor het Suikerfeest om het eten en dergelijke voor te bereiden. Het was een feest. Het had een betekenis.
Dat is in Nederland anders. Het voelt, voor mij in ieder geval, meer als een sleur in plaats van een feest. Ik vind het een groot toneelstuk. Je moet een paar dagen bij mensen langs die je de rest van het jaar niet ziet of spreekt. Maar omdat ze ouder zijn, moet je respect tonen en langs gaan. Dan ben je daar op visite, bij mensen die negen van de tien keer de vrienden van je ouders zijn en jij ze dus weinig te vertellen hebt. Er wordt gevraagd of het goed met je gaat, je krijgt thee en zoetigheid en na een kwartiertje gaat de deurbel: de volgende gasten. Daardoor ontstaat er de gelegenheid om op te staan, op weg naar het volgende adres. De jongeren proberen dit vaak in een avond al op te lossen, want drie avonden op bezoek, dat trek je niet.
Als je tegen je ouders zegt dat je geen zin hebt, krijg je het woord ayip naar je toe geslingerd, wat zoiets als ’schaam je’ betekent. Dan ga je alsnog, want je wilt je niet schamen. Het wordt vaak vergeten dat het ayip is in de wereld van de ouderen en het de jongere generatie niks kan schelen. Mij niet in ieder geval. Als je niet op bezoek wil komen, dan kom je gewoon niet, simpel zat.
Toen ik als student nog bij mijn ouders woonde en toevallig tentamens had, had ik gewoon pech. Want in je kamer blijven zitten, terwijl er binnen zoveel visite zit, dat is ayip. Dus dan zit je in de woonkamer, zwijgend, met de vrienden van je ouders, te luisteren naar gesprekken die weinig te maken hebben met jouw belevingswereld.
Dan komt er nog eens bij dat je langs moet bij mensen die een kind krijgen, iemand die pas getrouwd is, als een oudere naar Mekka gaat, van Mekka terugkomt, een nieuw huis heeft gekocht, een been heeft gebroken, op vakantie gaat, terug is van vakantie en ga zo maar door. Voordat je op vakantie gaat heb je het vaak al stervensdruk en dan komt er ook nog allemaal bezoek over de vloer. Als je terug bent van vakantie, wil je de eerste dagen graag bijkomen, maar ook dat gaat niet.
Als je een dag na de bevalling thuis bent, dan lijkt het mij dat je even wilt bijkomen en met je partner wil genieten van de baby. Maar oh wee als je zegt dat je de eerste paar dagen geen bezoek wil. Dat is ayip. Dus zit je daar, volop moe, lief te zijn tegen ongewenst bezoek.
Het is allemaal sociaal en goed bedoeld, maar het klopt gewoon niet. Omdat het als ayip wordt gezien als ik niet ga, krijgt het een nare smaak. Het is een taboe om nee te zeggen. Oké, dan zijn we hechter en zien we onze vrienden en kennissen vaker dan de gemiddelde Nederlander. Maar hoe echt is het? Ik heb liever dat er vier personen op bezoek komen omdat ze bij me willen zijn in plaats van twintig mensen waarvan meer dan de helft in mijn huis zit omdat het anders ayip is.
Ik vraag me af hoe lang deze tradities zouden voortbestaan als de kracht van het woord ayip opeens zou verdwijnen. Alsof het nooit bestaan heeft. Dat het ‘nee’ zeggen opeens niet zo erg is. Volgens mij lijkt de groepsgerichte Turk dan opeens veel meer op de individuele Nederlander. Hoe fijn en dankbaar het groepsgerichte denken ook kan zijn, de Nederlandse Turk zou de keuzes in het leven niet moeten baseren op zijn of haar sociale omgeving. Of op de verwachtingen van ouders.
De Nederlandse Turk moet meer individuele keuzes durven maken, met een eigen doel voor ogen en met beide benen op de grond. Al is de eerste stap een nogal beladen nee.
Suna Floret (27) is journalist. Ze schrijft wat ze ervaart en fotografeert wat ze ziet. Haar weblog is meer dan de moeite waard.





RSS