Plattelandsperikelen
Frans Smeets

Illustratie: Joaquín Sorolla
Van de week is mijn zoon, een dreumes van twee, door een Vlaamse reus gebeten. Drie diepe sneeën in een piepkleine vinger, hetgeen uiteindelijk resulteerde in drie hechtingen en behoorlijk wat lijmwerk. Frans weet in ieder geval wat er met kerst op zijn menu staat.
Toen ik hier ging wonen, was er in het dorp een huisarts die je kon bellen en waarbij je direct terecht kon voor zulke gevallen. Helaas is de man ermee opgehouden. Maar het oude ‘ingewikkelde’ systeem van bellen, even door de achterdeur van de huisarts naar binnenglippen, is heden ten dage schijnbaar te moeilijk. Ook in dit afgelegen oord hebben ondertussen de management- en spreadsheetfundi’s de macht in de zorg overgenomen.
Mijn zoon had de fout gemaakt om niet om 16.59, maar om 17.01 zijn vinger in het konijnenhok te steken. En dan kun je niet zomaar terecht bij je eigen huisarts die ‘slechts’ negen kilometer verderop zijn praktijk heeft. Nee, ik moest naar de Dokterswacht. Dat was maar liefst vijfentwintig kilometer rijden!
En als zelfs huisartsen het gaan hebben over professionalisering, herinrichting van de organisatie en optimalisering van bedrijfsprocessen, dan weet je het wel.
In de praktijk gaat dat dan als volgt…
Je rent in paniek en onder het bloed met een krijsend kind onder de arm naar de telefoon om vervolgens een antwoordapparaat aan de lijn te krijgen dat je, na een uitgebreide uitleg over de openingstijden, het nummer van de Dokterswacht geeft. “Verdomme, waarom is er nooit een pen hier in huis?!” Moet je nog een keer bellen.
Als je na de melding “dit nummer kost tien eurocent per minuut” de Dokterswacht aan de lijn krijgt, word je allereerst de onvergetelijke vraag gesteld: “Wat is uw polisnummer en de geboortedatum?” (Gegevensverwerking voor de fundi’s heeft altijd een hogere prioriteit dan het doel waar ze hun functie aan ontlenen.) “Wat is er aan de hand”, is de laatste vraag. “Oké, jullie mogen wel langskomen.”
Vervolgens probeer je vijfentwintig kilometer in een bloedhete auto in de spits over lokale weggetjes te racen met een krijsend bloedend kind achterin en ben je na een dik uur, inmiddels hoorndol, bij de wacht aangekomen. En wie schetst mijn verbazing? Mijn eigen huisarts heeft er dienst! Het zou me niet verbazen als hij in de auto voor me naar de Dokterswacht was gereden.
De receptie wordt bemand door iemand met een ‘Hup-Holland-Hup’-T-shirt aan en een beesie op zijn schouder. En dat kun je op zo’n moment echt niet hebben. De dokter zelf voelt zich niet echt thuis in de blijkbaar voor hem vreemde praktijk en weet nauwelijks waar de spullen liggen. Zo zoekt hij samen met een assistent tien minuten naar… steriele handschoenen!
Wanneer ik bij de receptie mijn beklag doe over de afstand die ik moet afleggen om met een kind een arts te zien wordt mij medegedeeld, dat dit nu eenmaal de afspraken zijn. Op mijn vraag hoe dit dan gaat met mensen die niet de luxe hebben om de auto te pakken wordt mij gezegd, dat zij een taxi moeten nemen. Op de vraag hoe mensen die èn geen auto èn geen geld voor een taxi hebben naar de Dokterswacht moeten komen wordt mij verteld, dat er ook nog zoiets als openbaar vervoer bestaat.
Ik heb het uitgerekend: openbaar vervoer vanuit mijn huis zou geeneens mogelijk zijn, omdat er tegen de avond geen bussen meer rijden. Zouden er wel bussen hebben gereden, dan zou voor mij de reisduur meer dan vier uur zijn. Loopsnelheid dus. Hoe dit te rijmen valt met het feit dat volgens de Dokterswacht de Dokterswacht alleen voor spoedgevallen is, is mij dan ook een volkomen raadsel.
Op mijn vraag of een huisbezoek van de dokter niet een stuk efficiënter is, wordt me verteld, dat het ontbreken van vervoer geen reden voor de huisarts is om een huisbezoek af te leggen. U dient zelf voor vervoer te zorgen.
Wanneer ik boos zeg, dat ik volgende keer wel 112 zal bellen, deelt Beesie me triomfantelijk mee dat 112 altijd in overleg men hen staat. Ook 112 zou me niet kunnen helpen.
Help!
Dezelfde nacht nog wordt mijn hond ernstig ziek. Ik bel de dierenarts die tien minuten later voor mijn deur staat.
Frans Smeets heeft de vreemde opvatting dat hedendaagse kunst behalve oeverloos gezwets en geld ook nog schoonheid in zich mag herbergen.





RSS