Spreadsheet-fundamentalisme
Frans Smeets

Laatst wilde ik mijn smurf naar de crèche brengen. De twee ochtendjes kostten mij 260 Eurootjes per maand. Er waren minstens twee intake-gesprekken met de overkoepelende zorginstelling nodig eer hij geplaatst kon worden. Dan hebben we het niet eens over de wachtlijst. En dat in een klein dorpje! Zelfs hier was het schijnbaar onmogelijk om snel iets te regelen.
Nu moet u niet verwachten dat ik waar voor dat geld kreeg.
De kinderen worden opgevangen door onderbetaalde jonge krachten en stagiaires waarvan er niet één zelf moeder is. Ze werken zich de tyfus met de beste bedoelingen, maar je merkt dat het ontbreekt aan ervaring en leeftijd. Ik wil graag een goedbetaalde Big Mama die van wanten weet. De Big Mama krijgt echter zo’n baan niet, omdat ze of de juiste opleiding niet heeft, of te duur en waarschijnlijk niet kneedbaar is.
Na enkele weken opvang stond ik samen met mijn smurf ineens voor een gesloten deur! “Moest van hogerhand. Veiligheidsredenen. De meiden (waar zijn de jongens?) wilden dit ook niet, maar ja. Het had iets met België te maken.” Zucht…..
En dit gemierenneuk in een klein dorp is kenmerkend voor hoe in Nederland alles georganiseerd is. De stortbak aan protocollen en maatregelen die over vaklui heen gekieperd wordt door een nieuwe bureaucratenklasse die zich vermomt in de gedaante van manager, bestuurder en adviseur. Ontstaan in de jaren ‘90 uit de dogma’s van schaalvergroting met kostenreducties (commerciëel) en privatiseringen (overheid). Wie komt er niet met hun ridiculiteit in aanraking? Van accountmanagers met hun Kafkaiaanse call-centers tot Diagnose Behandel Combinaties en Indicatiestellingen in de zorg.
De nieuwe bureaucraten zijn duizendvoud erger dan de uit het raam hangende ambtenaar. Deze laatste presteert misschien niks, maar hij maakt in ieder geval ook niets stuk. De moderne bureaucraat mag zichzelf misschien een actief ondernemend baasje vinden, maar hij is alles, behalve een ondernemer. Hij is een actieve bureaucraat. Dé nachtmerrie voor iedereen die vooruit wil in zijn leven en een passie in zijn vak legt.
Er wordt wat geld rondgepompt in het circus van cursussen, opleidingen en workshops waar dit soort nietsnutten elkaars nuttigheid bevestigen.
Het ergste is hun prietpraat, waar gewone stervelingen, die hun vak uitoefenen, niet zonder mogen kunnen. Targets, procesmanagement, kantelen van de organisatie, competentieprofielen, kwaliteitszorgsystemen, outsourcing, downsourcing, corebusiness, consultancy, workflowcharts, businesscases, planningtools, benchmarken, empowerment, implementatieplannen. Er wordt wat afvergaderd en -geschreven door deze actieve gastjes. Woorden die geen enkele betekenis hebben voor de werkvloer. Woorden die, ondanks alle pretenties, in alles contraproductief zijn. De baasjes mogen zich ontzettend wentelen in hun eigen drogbeeld van efficiency, in feite zijn het actieve -en commerciële ambtenaren die zichzelf heel belangrijk vinden, maar die nutteloos zijn.
De nieuwe klasse denkt de werkelijkheid van een vak of bedrijf te kunnen ontleden als legohuisjes die je vervolgens weer op de juiste manier opbouwt. Een parallelle schijnwerkelijkheid van papier. Vaak is deze papieren werkelijkheid gebaseerd op een kosten/baten-analyse of ontstaan uit het bezweren van gevaren en het noodlot. Een opgelegde maakbaarheidgedachte die de vaklui niet aan het werk zet, maar ze juist van het werk houdt. Het slaat mensen, die met passie een vak hebben gekozen, dood. De beroepseer wordt beetje bij beetje vervangen door een controlesysteem met een logica waar op de werkvloer niets van wordt begrepen. De manager maakt van ‘zijn’ werknemers kistkalveren. De samenleving wordt als een programmeerbare Tom-Tom, waarin elk eigen initiatief of gevaar is buitengesloten. Hij probeert elk noodlot te vangen in zijn eigen illusie van voorspelbaarheid. “Het is de manager die weet wat goed voor ons is.”
Deze nieuwe bureaucraten hebben een hekel aan niet-weten, pluriformiteit, chaos en organische dynamiek. Ze eisen van de concrete werkelijkheid dat die hun papieren werkelijkheid ondersteunt. Ze maken er een simplistische werkelijkheid van, met ingewikkelde oplossingen. Het is niet de bedoeling dat ik mijn Big Mamma opbel om te vragen of ik met mijn smurf naar de middag kan. De manager wil dat ik via het call-center een mutatieformulier met een hoop onzinnige vragen aanvraag. Bij management werken klant en vakman voor de manager zijn controledrang.
De gevolgen zijn soms stuitend. Van conducteurs die gedwongen worden goedwillende toeristen te bekeuren, tot bedrijven die elke dag iemand anders sturen om oma te verzorgen. Je mag hopen dat de spreadsheet-fundamentalist, die dit met zijn laptopje op schoot verzint, zelf op zijn oude dag iedere keer door iemand anders betast gaat worden. De oplossing voor dit soort gevallen is natuurlijk niet om de uitvoerende de vrije hand (verantwoordelijkheid) te geven, maar het opzetten van kwaliteitsborgsystemen en certificeringen. Je raadt nooit wie de formulieren voor dit soort systemen moet invullen!
Als het misgaat door oplopende kosten of financiële problemen, blijven deze actieve bureaucraten altijd buiten schot. Ze snijden nooit in eigen vlees.
De laagstbetaalde krachten zijn niet de simplistische spreadsheet-fundamentalisten die de ingewikkelde taak hebben om me een mutatieformulier te sturen, maar degene waaraan ze hun baan te danken hebben. Zo gaat op het moment zestig procent van het budget aan onderwijs op aan het organiseren van het onderwijs. Managers hebben het voor elkaar gekregen dat beroepsgroepen met een groot eer- en trotsgehalte gedegradeerd zijn tot werkende armen die als gewillige zombies hun formuliertjes invullen.
En o wee! als het noodlot toeslaat en het helemaal misgaat! Dan verschuilen de managers zich achter hun papieren werkelijkheid en is er uiteindelijk niemand verantwoordelijk. Ze hebben immers alle vakjes aangevinkt. Wie er op gaat letten, merkt dat veel papierwerk niet een betere organisatie dient, maar het afdekken van verantwoordelijkheden. Hoogstens wordt er iemand van de werkvloer geslachtofferd. Een bekend voorbeeld daarvan is de zaak rond de vermoorde peuter Savanna, waarbij uiteindelijk de gezinsvoogd voor de rechter werd gedaagd (hij werd vrijgesproken). De deur van de crèche gaat niet dicht omdat dit de veiligheid dient, maar om de manager voor een eventueel noodlot uit de wind te houden.
De managementcultus heeft de samenleving de laatste decennia meer schade toegebracht dan wat dan ook. Het heeft de publieke ruimte ontmenselijkt en vervuild. Natuurlijke omgangsvormen, verantwoordelijkheden en de spannende dynamiek tussen mensen zijn vervangen door systemen die slechts onverschilligheid, vervreemding, agressie en ruigheid oproepen. De menselijke maat vervangen door de maakbaarheidgedachte en schijnwerkelijkheid van een controlefreak.
Frans Smeets heeft besloten om vanuit religieuze overwegingen managers geen hand meer te geven.





RSS