Frontaal
Naakt
12 augustus 2010

Matera (3)

Yezkilim

FKK3

Weer terug in Matera en helemaal uitgerust van de vermoeiende reis, gaan we naar de optocht ter gelegenheid van de pakweg zeshonderdste verjaardag van het feest van Maria della Bruna, in het uitbundig versierde en verlichte centrum van Matera. In het nieuwere gedeelte wel te verstaan, want het historische centrum heeft te veel trappetjes en te nauwe straatjes voor een optocht met wagen, paarden en publiek.

De straten zijn, mede door alle kraampjes, bomvol, want vandaag zijn er heel wat meer mensen in Matera dan de bevolking van 60 duizend man. Ondanks mijn lengte van slechts 160 cm kan ik hier over de schouders van de meeste mensen heen kijken, dus ik kan de optocht goed zien.

Vooraan, fraai uitgedost als ridders, zo’n tachtig Materanen te paard. Dan een flink muziekcorps, gevolgd door de notabelen en de burgemeester met een stel kleerkasten en de leden van de feestcommissie, waar ook een van onze vrienden zitting in heeft. Zwaaien dus. Daarna, begeleid door een overweldigend aantal mannen en jongens in lange zwarte gewaden onder witte kanten jurkjes (misdienaren?), de geestelijkheid, af en toe stichtelijke teksten declamerend. In hun midden de bisschop van Matera, feestelijk gekleed, en in hun gevolg een omvangrijke fanfare.

En dan, eindelijk, het laatste onderdeel. De praalwagen met beelden van engeltjes, grote engelen en heiligen waar alles om draait, die een, zo te zien gloednieuw, Maria-met-Jezusje-beeld naar de kathedraal brengt, waar het allemaal om begonnen is. Maria heeft prachtige roodbruine (bruna?) krullen.

Het allerlaatste stukje optocht wordt gevormd door een groep uitgelaten jongeren. Met touwen worden ze tegengehouden door een flink aantal carabinieri. De praalwagen wordt namelijk niet ergens gestald, ’s winters, maar elk jaar helemaal opnieuw opgebouwd, met engelen en al, omdat het feest voor met name de jeugd niet om het mariabeeld draait, maar… om het slopen van de praalwagen. Een elk jaar terugkerend, toegestaan ritueel, heftig en niet ongevaarlijk (er vallen wel eens doden), waarbij iedereen probeert om een mooie trofee van de wagen los te rukken, net zo lang tot er niets meer van de wagen over is. De aanstaande slopers worden elk jaar ongeduldiger en lijken ook nu niet te willen wachten tot Maria uitgeladen is.

Na drie moeizame rondjes om de eigen as, om tijd te rekken denk ik, wordt de kar geparkeerd en Maria eraf gehaald en de kathedraal ingedragen. De kar rijdt een stukje terug en treuzelt nog even, om de spanning op te voeren, en dan, eindelijk, wordt het startsein gegeven: enteren!

Op de kar, waar de fanatiekelingen zelfs bovenop springen, uit ramen van belendende percelen, gaat het er ruw aan toe, zien we op een projectiescherm. Maar heb je je engel eenmaal in je armen, een heel apart gezicht trouwens, dan kun je daar ongestoord mee weglopen. De trofee wordt mee naar huis genomen, want dat brengt geluk.

Het hoogtepunt van het feest, dat bijna drie weken duurt, is voorbij. Nog even kijken naar het vuurwerk op de heuvel waar het kruis stond in “the passion of the christ” en dan de stad weer in. Die ziet er, versierd als een gotische kathedraal bij daglicht schitterend uit en het is er ontzettend gezellig. We wandelen wat rond, met onze vrienden en schudden handen met en aaien over bolletjes van al dan niet eerder ontmoete broers, zussen, neven en nichten, zwagers, schoonzussen, vrienden en een enkele collega. Het voelt als één grote, warme, hartelijke familie, waarin we worden opgenomen.

Op een terras nodigen we iedereen uit om de volgende dag mee uit eten te gaan. Maar de organisatie wordt ons direct uit handen genomen door Natale, gourmet en een uitstekende kok, die een restaurant én een menu uit gaat kiezen. Restaurants zijn er in overvloed, in Matera. Net als dure winkels. En musea. Het arme zuiden heet het, maar wij hebben nergens armoede gezien, integendeel. En het knapste is, dat het de bewoners geen honderden jaren kostte om dit te bereiken, maar dat het hen, in Matera met zijn grotwoningen bijvoorbeeld, is gelukt om zich in nog geen tachtig jaar vanuit middeleeuwse toestanden naar deze welvaart op te werken!

De volgende dag zitten we dan ook heerlijk, met twintig man, buiten, onder een groot afdak aan een grote tafel, waarop als weldadige antipasto de ene na de andere lading schalen en schaaltjes met de meest verrukkelijke, ons meestal niet bekende, gerechten wordt neergezet. Cavatelli met bonen en kikkererwten bijvoorbeeld. Dan komt er, zoals dat hoort, pasta en als hoofdgerecht tenslotte worden er een stuk of wat voorgesneden pizza’s neergezet, in plaats van een vleesgerecht. Pizza met friet kende ik nog niet, evenmin als de pizza die, pas na het bakken, ruim belegd wordt met rauwe ham, vlokken parmesan, rucola en uiteraard olijfolie. Een aanrader!

Tijdens het eten delen we de kadootjes uit. Een van de bekers met stukjes Amsterdams stratenplan heeft een val van onze tas van de vensterbank, tien minuten eerder, niet overleefd. Het oortje is eraf. Maar de begunstigde reageert vrij laconiek. Een van zijn taken als medewerker van het historisch museum van Matera is het aan elkaar lijmen van scherven van antieke Griekse vazen.

De uitbaters van het restaurant, dat ‘Cola-cola’ heet (een lokale vogelsoort, begreep ik) komen uit Puglia, de provincie die een paar kilometer verderop begint. We laten ons vertellen dat de Pugliesen uitstekende kwaliteit leveren in de horeca. Over de bewoners van Altamura, een naburige en qua grootte vergelijkbare stad, is men wat minder positief. Het Materaanse brood is beroemd (onze gourmet schijnt het stiekem van huis mee te nemen in zijn rugzak, als hij buiten de stad moet eten), maar in Altamura wordt precies hetzelfde brood gebakken. Dus… ‘Jullie hebben ons recept gestolen!’ ‘Nee jullie hebben ONS recept gestolen!’ wordt er geruzied, bij de uitgang van het restaurant, waar we opnieuw niets mogen betalen.

De volgende dag bezoeken we de wijnboerderij van de buur van vrienden van ons, Michele Dragone, waar we onder andere een mooie primitivo, zijn vino spumante brut Metodo Classico en extramaagdelijke olie van superkwaliteit inslaan. In de hypermercato halen we pakken orechiette en cavatelli voor thuis en anderhalveliterflessen namaakcrodino voor onderweg. Goed dat we met de auto zijn gekomen!

’s Avonds gaan we voor de derde keer de stad in, maar nu houden we het simpel. Het concept van het etentje is echter geniaal: we schuiven op een terrasje zes tafeltjes tegen elkaar en binnen halen we plastic bekertjes, servetten en kopen we flesjes water. Die worden over de tafels verdeeld, terwijl we wachten op de bestelde pizza’s, die even later, in series van drie, voorgesneden, in de doos worden neergezet. Eten doe je uit de hand, terwijl je terloops wat passerende neefjes en nichtjes knuffelt.

Ik vertel dat ik las dat uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vrouwen die moeilijk zwanger worden, baat hebben bij een mediterraan dieet. ‘Uiteraard’, zegt Maria, ‘olio extra vergine is supergezond!’ Dan bedenk ik, ik schrik er zelf van, zomaar een Italiaans grapje. ‘Volgens mij is, als je kinderen wilt krijgen, extra vergine niet handig!’ Ze lachen er hard om.

We hebben het ook over Oost-Europeanen. Ze staan niet negatief tegenover Albanezen, hun taal en cultuur is verwant aan de Italiaanse, maar ook met de import uit de andere landen zijn ze blij: veel meisjes en vrouwen maken zich nuttig als bejaardenverzorgster aan huis. Een gat in de markt, nu niet alle ouders meer door hun kinderen verzorgd kunnen worden – die werken immers – en een stuk prettiger dan een bejaardentehuis. Wellicht ook iets voor Nederland?

De volgende ochtend rijden we terug naar huis. Ook deze keer geen files of andere problemen. Op de grens met Zwitserland, halverwege de reis, begint het zoals altijd weer te regenen. Heel verfrissend na de negenendertig graden eerder op de dag. Ongehoorzaam aan de TomTom doen we zelfs een stukje sneeuw. We slapen, in Duitsland, wat langer dan op de heenweg.

Bij thuiskomst is er een emailtje: Samen met een ons nog onbekende vriend en diens achttienjarige zoons, komt Natale binnenkort weer een paar weken logeren! Dat wordt genieten van zijn kookkunsten èn er een hoop van opsteken uiteraard. En… met Zuid-Italianen in je huis is het altijd feest!


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home