Frontaal
Naakt
28 augustus 2010

Naakt zijn

Josje


Foto: Roskilde Festival

Ik ben opgegroeid met het idee als een onzichtbare door het leven te gaan. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Mijn doofheid heeft daar zeker aan bij gedragen, daar ik sowieso wel opviel als ik bij de bakker om een halfje bruin vroeg. Alle ogen op je gericht weten voelde niet altijd makkelijk aan, al helemaal niet als je nog een tiener was.

Bovendien was het bij ons thuis niet echt gebruikelijk om je eigen mening te etaleren. Je mocht het wel hebben, maar beter was om het vóór je te houden. Waarom mij dat werd geleerd, weet ik eigenlijk niet. Misschien was het beschaafd om een ander niet op te zadelen met jouw visie.

Met de jaren werd dat natuurlijk wel beter, zeker als je een partner en kinderen krijgt. Dan moet je jouw visie, jouw mening toetsen met dat van je partner en met dat van je kinderen. Maar dat blijft toch ‘veilig’, ‘binnenskamers’. Je voelt je dan nog helemaal niet naakt.

Via Twitter ben ik een aantal maanden geleden voor het eerst op Frontaal Naakt gekomen. Eerst dacht ik dat de redacteur met deze naam het naakt-zijn an sich wilde laten zien, maar navraag leerde anders: het gaat om ’t onvoorwaardelijk, ‘agressief’ etaleren van je eigen mening.

Het eerste stuk wat ik écht las, was ‘Joden’ van Peter Breedveld. De illustratie daarbij is een naaktschilderij. Ik vond dat toen erg mooi, en het verzachtte het onderwerp van het geschreven stuk. Ik begon te denken dat het etaleren van je mening, van je naaktheid niet eens zo heel bijzonder zou hoeven te zijn.

De eerste echte naaktfoto die ik zag, was bij het stuk van Suna Floret over haar moeder, ‘Herinneringen’. De foto beeldt precies de onvoorwaardelijke, naakte liefde uit die Floret in haar stuk etaleert. Of dat nu van haar voor haar moeder is, of andersom, dat maakt niet uit. Ik kon maar geen genoeg krijgen van het kijken naar de omhelzing van die naakte lijven. Ik herinnerde mij keer op keer de blote lijfjes van mijn babydochters tegen mijn borst aan. En de gevoelens van grote liefde en tederheid daarbij.

Naarmate de tijd verstreek, werden de foto’s op Frontaal Naakt steeds explicieter. Voor mij in positieve zin. Het was net of ik velletje voor velletje dichter bij mijn naaktheid kwam. De stukken – altijd open en eerlijk, over welk onderwerp dan ook – droegen ook bij aan mijn sterker wordende overtuiging dat naaktheid niet per se onzichtbaar moet zijn.

Toen – pats, boem – zag ik daar ineens het mannelijke lid in volle glorie. Ik keek er in eerste instantie gauw van weg. Het hoort niet om daar naar te staren. Het is immers iets wat niet van mij is. Wat voor mij onzichtbaar was. En toch. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Waarom raakte het mij? Ik werd er niet opgewonden van of zo, maar als ik mijn man in zijn naaktheid zie, wil ik graag dicht bij hem zijn. Ik wil zijn lijf tegen de mijne aanvoelen. Maar waarom? Daar had ik tot dan toe nooit echt stil bij gestaan.

Na enige tijd staren naar de foto in haar context, voelde ik mij ineens niet meer naakt. En ook niet meer onzichtbaar. Het is gewoon zoals het is. Een man heeft een penis en een vrouw een vagina. Niet meer, niet minder.

Maar je kunt daarmee wel elkaars naaktheid koesteren. Wanneer je elkaars lijf voelt – man/vrouw, man/man, vrouw/vrouw -, écht voelt, roept dat zoveel tederheid bij je op. Het roept jouw kwetsbaarheid op, want je voelt je veilig, gekoesterd. Dan heb ik het niet eens over seks. Het is de lichamelijke beleving die mij ontroert. Er is iemand die van je houdt. Jij houdt van iemand.

Door de benepenheid van de maatschappij – en vroeger de kerk – wordt die lichamelijke beleving weggemoffeld. De maatschappij wil graag zelf de controle uitoefenen op al jouw belevingen. Bovendien roept het etaleren van jouw kwetsbaarheid, jouw naaktheid, bij andere mensen een sterke weerzin op. Die weerzin kan voortkomen uit het feit dat die mensen zichzelf ook wel zo gekoesterd willen weten dat ze naakt durven te zijn.

Het is essentieel dat het onzichtbare zichtbaar wordt gemaakt. Hierdoor kan en durf ik dit stuk te schrijven. Kennelijk is er altijd al diep in mij iets geweest dat behoefte heeft om letterlijk en figuurlijk naakt te zijn. Alleen dan voel ik mij zichtbaar. Want gekoesterd. En kan ik ook koesteren.

Naïef is Josje nog steeds, maar juist daardoor kan ze met een naakte blik naar de wereld kijken.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home