Frontaal
Naakt
2 oktober 2010

Emotionele chantage

Frans Smeets


Illustratie: Hans Sebald Beham

Het budget voor kunst en cultuur staat onder druk. De belanghebbenden voelen de bui al hangen bij de komende ronde van bezuinigingen. Op Facebook is er een account geopend met als gaapverwekkende argumentatie dat ‘kunst en cultuur mensen verbindt en de wereld helpt een beetje beter te maken.’ Als je actievoert, kun je dan echt niets beters verzinnen dan zo’n slaapverwekkende dooddoener?

FNV-KIEM voert, onder leiding van Casper de Kiefte, actie met de slogan Stop de Culturele Kaalslag. Er dreigen volgens de Kiefte tweeëndertighonderd voltijdbanen verloren te gaan. Op een door hetzelfde FNV georganiseerde actiedag in de Rode Hoed domineren grote woorden. “Een volk dat zijn cultuur begraaft, verliest zijn identiteit”. Sinds wanneer wordt een cultuur door overheidssubsidies gedragen?

Op radio en televisie jammert de ene na de andere kunstenaar over hoe erg het zou zijn wanneer een kabinet zou snijden in de cultuursubsidies. Daarin lijkt de kunst -en cultuursector veel op de ontwikkelingssamenwerkingssector van weleer. Die begon ook altijd direct te miepen zodra er korting dreigde.

Van mij mag het budget van ontwikkelingssamenwerking vertienvoudigd worden als daarmee de armoede de wereld uitgaat. Idem dito voor het budget van kunst en cultuur als we daarmee een mooiere maatschappij maken. Maar daar geloven ‘we’ juist niet meer in. Het is een vertrouwenszaak.

De kritiek op wat Wilders de linkse hobby’s noemt, gaat niet over de doelstellingen van ontwikkelingssamenwerking of over cultuur, maar over het wantrouwen naar de organisaties en de mensen die daar werken. En dat hebben deze organisaties volledig aan zichzelf te danken, door met een soort emotionele chantage zichzelf decennialang buiten debat, kritiek of controle te plaatsen, met alle wantoestanden van dien.

Als je kritiek had op ontwikkelingssamenwerking, werd je weggezet als een egoïst die anderen liet creperen en het liefst over lijken ging. Een kritische houding ten aanzien van cultuursubsidies en hun nut stond garant voor het predikaat cultuurbarbaar. (Opvallend is dat er in deze sectoren nooit een organisatie verdwijnt. Hoe klein de waterput ook moet zijn, schijnbaar wordt dit nooit gerealiseerd.)

Nu moet ik zeggen dat er binnen ontwikkelingssamenwerking veel veranderd is. Je ontkomt er niet aan verantwoording af te leggen en de jaarrekening te publiceren. Er is op het moment volop debat en zelfreflectie omtrent methodiek en resultaat. De kritiek heeft ze goed gedaan. De sector heeft door dat de emotionele chantage met de bekende gephotoshopte traan onder de Bambi-ogen van een overbelicht negerkindje anno 2010 echt niet meer werkt. Mensen willen weten of hun geld terechtkomt en of het zin heeft.

In de kunstsector gaat echter alles nog steeds op de oude voet verder. Zodra de kunstgelden ter discussie worden gesteld, schiet men in de bekende stuip van de emotionele chantage. Ben je voor, dan behoor je tot de elite van cultuurminnend Nederland en ben je een goed mens, ben je tegen -en je bent ook tegen wanneer je slechts een discussie wilt voeren-, dan ben je een Wildersaanhanger en die de kunst niet begrijpt. In ieder geval ben je zeer rechts.

Dat elke introspectie uitblijft nu de blonde barbaar aan de poort rammelt, zegt iets over hoe star en wereldvreemd de cultuursector eigenlijk is geworden. Is er werkelijk niets anders dat ze kan verzinnen dan een kleinzielige en naargeestige slachtofferrol? De arme Calimero, die bedreigd wordt door de grote boze buitenwereld. Het is de enige maatschappelijke sector die maar niet wil snappen dat de samenleving toch echt veranderd is.

Als de staat van de Nederlandse cultuur werkelijk afhankelijk is van twintig procent van de overheidssubsidies, dan is er behoorlijk wat mis met de cultuur in Nederland. Dat zou namelijk betekenen, dat de cultuur niet gedragen wordt door de maatschappij zelf, met alle dynamiek en chaos, maar door tweehonderd miljoen Euro vanuit de overheid.

Men is gewoon bang voor verandering. Alsof er nooit iets mag verdwijnen en elk orkest, theaterclubje of belang tot in den eeuwigheid voort moet duren.

De reflex van de kunstsector gaat over verlies van geld, macht, baantjes en artistieke sturing. Een opschudding van het subsidielandschap zou op termijn wel eens verademend kunnen werken. Het zou een nieuwe dynamiek kunnen creëren, kansen voor nieuwkomers en bovenal een sector creëren die niet zwemt in afhankelijkheid, onderdanigheid en stilstand. Een sector die, in plaats van op de knieën de overheid smeekt de status quo te handhaven, een dikke middelvinger opsteekt.

Frans Smeets komst steeds meer tot de conclusie dat de Beeldende Kunst geen enkele toekomst heeft.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home