Frontaal
Naakt
13 november 2010

Veelmannerij

Paul Lafargue


Illustratie: Walter Sickert

De Naïrenvrouw bezit meerdere mannen, tien, twaalf en nog wel meer, wanneer het haar bevalt en die zij naar goeddunken wisselen kan; zij volgen elkaar langs de rij af op; ieder heeft zijn bepaalde echtelijke dag, gedurende welke hij in de kosten voor de huishouding bijdragen moet. Om aan te duiden dat zijn plaats bezet is, hangt hij zijn zwaard en zijn schild boven de huisdeur op. De vrouw wordt des te meer geacht en bewonderd, hoe meer echtgenoten zich tot haar onderhoud verenigen.

Om niet te moeten hongeren op de dagen, dat hij geen toegang tot zijn dame heeft, mag hij zich aansluiten bij andere huwelijksgezelschappen; hij kan ook naar believen het ene huwelijksgezelschap uittreden, om in een ander te gaan, en zijn dame heeft het recht hem af te wijzen, wanneer hij haar niet bevalt of zijn plichten niet voldoende nakomt. De Naïrenvrouw leeft in de veelmannerij (polyandrie) en de Naïr in de veelwijverij (polygamie of polygynie).

De kinderen volgen de moeder, deze heeft de plicht hen te voeden: ‘Geen Naïr kent zijnen vader’, zegt Buchanan, ‘veel meer beschouwt ieder zijn zusterskinderen als zijn erfgenamen’. Nog meer, hij voelt werkelijk voor hen die genegenheid, welke in andere delen van de aarde de vader alleen zijn eigen kinderen toedraagt. Ja, hij zou als een monster gelden, die bij de dood van een kind, dat hij wegens de gelijkenis en het lange samenleven met de moeder als zijn eigen beschouwen moet, dezelfde droefheid aan de dag legde, en evenveel tranen vergoot, als bij de dood van een zusterskind.

De Naïren schijnen zich tot taak gesteld te hebben, de zedelijke begrippen van de goede Europeeër ‘‘t onderste boven te gooien. Het recht, een jonkvrouw haar maagdelijkheid te ontnemen, ‘’t welk de ridderschap van de middeleeuwen als een kostbaar voorrecht voor zich alleen behield, komt de Naïren als een hoogst lastige herendienst voor. Zij huren daarom voor dit doel vreemden, wie zij daarvoor een loon betalen. Bartema* verhaalt: ‘De Radjah van de Indische stad Tarnassari laat zijn vrouw tot ontmaagding over aan. . . blanke mannen, christenen of mohammedanen. Alvorens zij hun bruid naar huis voeren, zoeken zij een blanke op, nemen hem, wie hij ook zijn moge, mede naar huis en geven hem hun vrouw.’

George IV, koning van Engeland, deelde deze beschouwing van de Naïren, hij zei dat dit een arbeid voor stalknechts was.

Barbosa, die een levendige beschrijving van de huwelijksgebruiken bij de Naïren geeft, roept uit: ‘Een meisje, dat jonkvrouw blijft, vindt, naar hun wereldbeschouwing, geen toegang in het paradijs.’

*) Ludovico Bartema was de eerste Europese pelgrim die Mekka bezocht in 1503.

Paul Lafargue was de schoonzoon van Karl Marx. Een leider in de Franse socialistische beweging, speelde ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Spaanse socialistische beweging. Hij schreef orthodoxe marxistische werken over verschillende onderwerpen als vrouwenrechten, antropologie, reformisme en economie. Bovenstaande tekst is een fragment uit Le matriarcat – Etude sur les origines de la famille (1886). Vertaling afkomstig van het Paul Lafargue Internet Archief.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home