Pakistaanse travestiet slecht islamitische taboes
Salman Masood
In Pakistan, waar de moslimgeestelijken zelfs een minieme aanpassing van de antiverkrachtingswetten ten gunste van vrouwen afdoen als onislamitisch’, kan een travestiet alles zeggen. Als zij spreekt, doorbreekt hij alle islamitische taboes.’
Ali Saliem uit Karachi heeft misschien wel de volmaakte, zij het ongelooflijke, dekmantel bedacht voor het doorbreken van taboes in het conservatieve, islamitische Pakistan.
In een land waar je absoluut niet openlijk over seks kunt praten, is het Saleem niet alleen gelukt dit onderwerp te behandelen in zijn televisietalkshow op prime time, maar ook nog zonder enige tegenstand van de moslimse clerus.
En dat doet hij als vrouw [zie foto, red.].
Als Mr. Saliem zijn programma presenteert, is hij Begoem Nawazisj Ali, een kokette weduwe die de Pakistaanse beau monde interviewt en soms vooraanstaande politici. Een echte vrouw zou dat nooit kunnen doen. Zelfs al zou een omroep zoiets uitzenden, wat al zeer onwaarschijnlijk is, dan nog zou de gastvrouw door iedereen worden gemeden. Ook zou ze zich nooit kunnen voordoen als getrouwde vrouw wier deugd van groot belang is voor haar hele familie.
Maar blijkbaar is een travestiet die doet alsof hij weduwe is een totaal andere kwestie.
Het blijft raadselachtig dat een man die openlijk biseksueel zegt te zijn hier zo’n sensatie is. De traditionele islamitische leer wijst biseksuelen en homo’s af en homo’s hebben in Pakistan nauwelijks een uitlaatklep of een sociaal leven. De homoscene in Lahore en Karachi zit zeer diep ondergronds.
Saliem heeft een theorie over zijn populariteit: hij denkt dat Pakistan altijd opener is geweest dan buitenstaanders aannemen.
Het is waar dat Pakistan in zekere zin twee gezichten heeft. Je hebt het stedelijke Pakistan, waar de westerse zeden langzamerhand meer geaccepteerd raken, ofschoon bloot er nooit op tv te zien is, net als schaars geklede vrouwen op reclameborden. En dan heb je de provincie, waar de islam over het algemeen fanatieker wordt beleden.
Ook is het waar dat de Pakistaanse president, generaal Pervez Moesjarraf, relatief tolerant is over wat de media kunnen brengen. Weliswaar kwam generaal Moesjarraf in 1999 aan de macht door een onbloedige militaire staatsgreep, maar hij staat meer open voor politieke kritiek dan sommige democratisch gekozen voorgangers.
Ali Saliem (28) is verrukt over zijn succes, zowel om politieke (hij is er trots op een wegbereider te zijn voor het bespreken van gevoelige thema’s) als persoonlijke redenen. Mijn grootste kick is als ik in de spiegel kijk en er fantastisch uitzie’, zei hij onlangs, achteroverleunend in een kleedkamerstoel. Terwijl de visagiste zijn ogen verfraaide met glitter en oogschaduw zei hij: Ja, misschien ben ik wel een diva.’
Het is moeilijk te schatten hoe succesvol zijn show is; men doet hier niet aan kijkcijfers. En er zijn duidelijk mensen die het programma walgelijk vinden.
Maar het valt niet te ontkennen dat het succes heeft. Televisierecensenten staan over het algemeen achter hem en ondanks de naam, Late Night Show Met Begoem Nawazisj Ali’, wordt het uitgezonden op prime time. Saliem zegt dat de naam kwam door de pikante inhoud, die meestal ’s avonds laat wordt uitgezonden, maar de omroep besloot het programma eerder uit te zenden in de hoop op meer advertentieinkomsten.
Stadsmensen krijgen ondertussen maar geen genoeg van de wekelijkse talkshow, die tweemaal herhaald wordt. Saleem wordt overladen met lof vanwege zijn rol als weduwe van middelbare leeftijd, gekleed in glamoereuze sari en met blinkende diamanten, die politici, filmsterren en mensenrechtenadvocaten uit Pakistan en India in haar salon ontvangt.
Met haar knipperende oogleden en glanzende lippen flirt Begoem Nawazisj Ali (Begoem betekent dame of mevrouw in het Oerdoe) met haar mannelijke gasten, waarbij ze plagerig doet en seksuele toespelingen maakt. Vrouwelijke gasten daagt ze uit over wie er beter uitziet. Haar vragen zijn puntig en indringend. Ze mengt politiek, democratie en pittige roddel door haar conversatie.
Mr. Saliem ziet de acceptatie van de talkshow en het commerciële succes als een bewijs van de tolerantie van het gematigde Pakistan, een land dat door de buitenwereld vaak wordt gezien als balancerend op de rand van militant extremisme.
De kleurrijke, geestige Saliem is open over zijn eigen seksualiteit en doorspekt zijn interviews met tweeslachtige frasen: Mijn leven gaat heen en weer tussen twee uitersten. Ik zeg altijd: ik ben man en ik ben vrouw. En ik probeer daar voortdurend een evenwicht tussen te vinden.’
Van de kritiek dat haar talkshow vaak tegen het ranzige aanzit, is Begoem niet onder de indruk: Zittende senatoren dienen een verzoek in om in mijn programma te mogen.’
Begoem is maar al te graag bereid over keiharde politieke thema’s te praten. Ze heeft openlijk kritiek op de heersende positie van het leger in Pakistan.
Maar Saliems talkshow is niet het enige grensverleggende programma over gevoelige onderwerpen. In een ander programma, Aalim Online’, zaten godgeleerden van de sjiïtishe en soennitische sekten naast elkaar om vragen van kijkers over allerlei onderwerpen te beantwoorden vanuit hun respectievelijke overtuigingen.
Op de Pakistaanse televisie wordt wel vaker kritiek geleverd op de steun van eerdere regeringen aan de Taliban en op het politieke beleid in Kasjmier, dat door zowel India als Pakistan wordt opgeëist.
Het beleid van president Moesjarraf en de rol van de machtige geheime dienst ISI (Inter-Service Intelligence) hebben meermalen onder vuur gelegen in talkshows en actualiteitenprogramma’s. Nog maar een paar jaar geleden was dat ondenkbaar.
Dat wil niet zeggen dat alles mag. De beperkingen voor de geschreven media zijn over het algemeen strenger dan voor radio en tv en sommige onderwerpen kunnen niet.
Owais Aslam Ali, algemeen secretaris van de Pakistaanse persorganisatie, een onafhankelijk mediaonderzoeksbureau in Karachi, zei dat er nog steeds beperkingen kleven aan zaken die gevolgen hebben’. Daarmee doelde hij onder meer op verslaggeving over de stammengebieden aan de grens met Afghanistan, waar de Taliban en Al Qaida zich verschuilen.
Volgens Ali rusten er ook niet met name genoemde beperkingen op verslaggeving over Baloetsjistan, de zuidwestelijke provincie waar al tijden op een laag pitje een burgeropstand aan de gang is. Dit is een groot zwart gat voor de media’, zei hij. De grenzen zijn bepaald. Je gaat er overheen op eigen risico.’
Saliem, die vermomd als Begoem Nawazisj Ali vaak de dans ontspringt met vragen aan politici die krantenjournalisten nooit zouden durven stellen, zegt dat zijn show tien jaar geleden onmogelijk zou zijn geweest: Ik dank Begoem Nawazisj Ali in zekere zin aan generaal Moesjarraf.’
Maar ook hij kent zijn eigen grenzen. Hij haalde zijn schouders op na de vraag waarom hij de generaal dan niet uitnodigt voor een interview, waarmee hij te kennen gaf dat hij dit taboe niet zomaar kon doorbreken. Maar hij flirtte wel met de gedachte, vooral nadat generaal Moesjarraf vorig jaar tijdens zijn bezoek aan de Verenigde Staten zo open met de media omging.
Ik zou het enig vinden als hij kwam’, aldus Saliem. Waarom niet? Hij was ook bij Jon Stewart.’
The New York Times, 3 januari 2007





RSS