Peter Breedveld

Illustratie: Jean-Léon Gérôme
De afgelopen weken heb ik vaak te horen gekregen dat ik niet van mensen mag verwachten dat ze mijn tweets in de juiste context lezen. “Twitter heeft geen context”, schreef iemand. En iemand anders betoogde dat er wel een context is, maar dat alleen mijn volgers die redelijkerwijs kunnen kennen.
Soortgelijke beweringen hoor en zie ik wel vaker, ook over het Internet in het algemeen. Dat alles anders wordt vanwege de snelheid, waarmee boodschappen worden verstuurd en ontvangen, bijvoorbeeld. Niet de domste mensen klagen over het ontbreken van ironietekens en smileys en dergelijke, waardoor ironie, sarcasme en andere stijlfiguren niet te herkennen zijn. Of dat er misverstanden ontstaan omdat er op Internet geen oogcontact is, en lichaamstaal ontbreekt.
Ik vind die argumenten nogal bizar. Mensen schrijven elkaar al duizenden jaren brieven, daarbij is toch ook geen oogcontact? In de boeken van Gerard Reve en Willem Frederik Hermans staan toch ook geen ironietekens? Gaan literatuurwetenschappers straks in aller ernst betogen dat Reve en Hermans in moeilijkheden kwamen omdat de smiley nog niet was uitgevonden?
Wat die context betreft, alles heeft een context. Er bestaan geen dingen zonder context. De context van een tweet is Twitter, zoals de context van een koranvers de koran is. De context van de zinnen ‘De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar die naaien er op los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten!’ is de roman Ik heb Altijd Gelijk.
Ik krijg ook wel eens een tweet onder ogen van iemand die ik niet volg, en als die mijn belangstelling wekt, ga ik altijd op zoek naar de context. Dit is niet ingewikkeld. Je kunt zien van wie de tweet afkomstig is, waar de tweet een reactie op is, wat er aan de tweet vooraf ging en wat er na kwam.
Veel journalisten en politici eigenen zich het recht toe zinnen en uitspraken uit hun context te halen – te stelen van hun auteur dus in feite – om ze te herplaatsen in een context die ze zelf hebben verzonnen, waardoor de zin explosiever, opruiender, schandaliger, sensationeler en daardoor belastend voor de auteur wordt. Er zijn zelfs wetenschappers zonder enige scrupules die zinnen en zinsdelen uit hun context halen om de geschiedenis te vervalsen, of een cultuur of een volk te demoniseren.
De Arabist Hans Jansen, bijvoorbeeld, doet dit met koranpassages. Hij rukt die uit hun context, verminkt en verdraait ze, om ons ervan te overtuigen dat het de heilige plicht is van elke moslim – ja, ook van die vriendelijke man achter de toonbank van uw Turkse buurtsuper – om op joden en ongelovigen te jagen en ze te doden. Dat het om passages gaat die handelen over specifieke oorlogen tussen moslims en joden in lang vervlogen tijden, dat er in die passages ook wordt opgeroepen tot menselijkheid en genade jegens een overwonnen vijand en tot het streven naar vrede met niet-moslims, dat zegt Jansen er niet bij.
Gevolg is dat korankritiek vandaag de dag niet over de koran gaat, maar over de verzinsels van van Hans Jansen, zoals discussies over de actualiteit zelden gaan over wat er feitelijk is gebeurd, maar over wat De Telegraaf, of Het Parool, of Elsevier of Trouw daarover schrijven.
Stelt u zich een alternatief universum voor, waarin het Willem Frederik Hermans was, die Martijn Koolhoven op zijn nummer had gezet omdat die klakkeloos, woord voor woord, een totaal onhoudbare beschuldiging van spekkoekcomplotman Peter Siebelt had overgeschreven. Koolhoven daarna op de voorpagina van De Telegraaf: ‘Lector Groningse Rijksuniversiteit noemt katholieken ongedierte.’
Het enige wezenlijke verschil tussen een (micro)blog en een boek in een bibliotheek zijn de lezers. De kans is aanzienlijk dat jouw tweet gelezen wordt door een semialfabeet, door mensen die zich erop voorstaan nooit een boek te hebben gelezen. Die metaforen niet begrijpen, die een grapje niet herkennen als er geen smiley bij staat, die mensen haten die wél een kunstwerk op waarde kunnen schatten, die wél eens een gedicht lezen, wél weten wie Hermans is. Die het menen als ze zeggen dat ze je nek komen breken.
Moeten wij rekening houden met die ongeletterdheid? Moeten we ons aanpassen aan deze aanstootgevende domheid? Moeten we onze columns en berichten in Jip-en-Janneketaal gaan opstellen, nu ons publiek is uitgebreid met deze angstaanjagende horde briesende barbaren?
Ik vind van niet. We moeten ons er wel bewust van zijn dat deze meute bestaat, dat ze ook toegang heeft tot het Internet, tot de massamedia, dat ze ook een podium heeft. Dat, wat er op dat podium geschreeuwd wordt, vrijwel altijd blakende nonsens is.
En dat het een misdaad is om zinnen uit hun context te rukken, niet om zinnen te schrijven die uit hun context gerukt kunnen worden.
Naast de tonnen giftige bagger, die Peter Breedveld over zich heen kreeg, waren er ook heel veel warme vriendschapsbetuigingen. Daarvoor is hij innig dankbaar. Wij zijn niet alleen.





RSS