Frontaal
Naakt

21 maart 2011

Verzameldrift


Illustratie: Egon Schiele

Wat is dat toch met Nederland, dat wij elk probleem menen te moeten benaderen door zoveel mogelijk gegevens te verzamelen en deze het liefst in centrale databestanden te moeten opslaan? Na mijn akkefietje met het consultatiebureau dacht ik er wel even klaar mee te zijn. Ik realiseer me echter steeds meer, dat ik, totdat mijn kinderen volwassen zijn, zal moeten blijven vechten tegen de toenemende waanzin in onderwijs en jeugdzorg.

Nu eerst een lesje bureaucratie. Ik doe mijn best alles in appels en peren uit te leggen. Als de lezer halverwege afhaakt, heb ik daar het volste begrip voor.

In de strijd tegen taalachterstand heeft de overheid in haar wijsheid de wet OKE (Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) bedacht. Dit verplicht de peuterspeelzalen om erkende VVE -(Voor -en Vroegschoolse-educatie) programma’s aan te bieden. Deze programma’s richten zich op vier gebieden: taal, motoriek, rekenen en sociaal-emotionele competenties (wat dat ook betekenen moge).

Er bestaan zes erkende VVE-methodes. Mijn peuterspeelzaal werkt met de methode “Piramide” van CITO. Er wordt gewerkt met een uitgebreid observatie -en registratiesysteem. Van ieder kind wordt elke dag en elk half jaar een evaluatie gemaakt. Voor ieder kind dat afwijkt, kan de organisatie aanspraak maken op geld voor extra aandacht (een gratis stagiaire wordt ingeschakeld).

Let wel, we hebben het hier over peuters die worden afgerekend op rekenen en taal. Iedereen uit een groot gezin kan je zeggen dat de een na tien maanden begint te praten en de ander na drie jaar. Taal en rekenen zegt op die leeftijd niets over het cognitieve niveau.

De NTR heeft zelfs speciaal een kinderprogramma (“Het Zandkasteel”) laten maken voor de methode Piramide. Het programma getuigt van een domme zoetigheid met het geijkte roze en blauw. Waar is het “broodje poep” van Ome Willem gebleven?

Omdat iedere peuterspeelzaal tegenwoordig samenwerkt met het CJG (Centrum Voor Jeugd en Gezin), loop je het risico dat die informatie daar ook terecht komt en gebruikt gaat worden voor het EKD (Het Elektronisch Kinddossier), tegenwoordig de DD JGZ (Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg).

In tegenstelling tot het EPD (Elektronisch Patiëntendossier) kun je het EKD niet weigeren. Als je geboren wordt, krijg je een dossier en begint het grote schrijven. Dankzij voormalig minister van Jeugd en Gezin André Rouvoet is het EKD een medisch dossier gebleven. Ere wie ere toekomt. Als het aan de Nederlandse gemeentes had gelegen was het EKD een AJD (Algemeen Jeugdzorgdossier) geworden. Justitie, politie en elke hulpverlener hadden dan ongegeneerd achter de voordeur kunnen kijken wat voor vlees ze in de kuip hadden.

Nu is ‘medisch dossier’ wel een misleidende term, want voor het EKD wordt de lijst van de BDS (Basisdataset) van het NCJ (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid) gebruikt. Etnische achtergrond, woonverband, asielzoeker, religie, geletterdheid, erfelijke belasting, ouderkenmerken, eventuele bedreigingen, roken, drugs en alcohol tijdens de zwangerschap, zwemdiploma, seksueel actief, penis- en vulvabijzonderheden zijn ook medische parameters. De lijst is oneindig. Het EKD wordt tot en met je vierendertigste levensjaar bewaard.

Alleen schoolgerelateerde informatie en problemen worden niet opgenomen in het EKD. Sinds een jaartje of tien worden deze gegevens opgeslagen in een LVS (Leerling Volgsysteem). In de schaalvergroting die het onderwijs onderging werd er van de leraren en onderwijzers verwacht, dat ze van elke leerling de dagelijkse ontwikkeling bijhielden, dit, om de vele aanspraken op diverse geldpotjes te kunnen rechtvaardigen. Vanaf oktober 2010 gaan al die verschillende Leerling Volgsystemen over in het ELD (Elektronisch Leerlingendossier).

De tijd dat een groepsleerkracht of leraar voor de klas stond die de enkele leerlingen met achterstanden er zo uit kon pikken, bijschoolde of corrigeerde, is voorbij. Daarvoor hebben wij systemen en methodes. Dat automatiseren wij. Zodat iedereen hetzelfde gestandaardiseerde formuliertje heeft.

Op het moment dat de vierjarige naar de basisschool gaat wordt het Piramidedossier, waarvan de informatie waarschijnlijk al in het EKD staat, keurig overhandigd en geïntegreerd in het ELD. Het is de bedoeling dat een deel van dit ELD van school naar school gaat en aan de basis staat van elk oordeel over elk kind. Wat voor gegevens er precies in het ELD moeten staan is nog niet geheel duidelijk. De staatssecretaris heeft echter al aangegeven dat er meer in moet komen dan alleen schoolprestaties.

Maar het zijn de onderwijzers en leraren met wie je echt medelijden moet hebben. Die moeten dit nieuwe ELD gaan uitvoeren en voorzien van informatie. Daarnaast moeten ze ook nog een DOD (Digitaal Overdrachtdossier) van elke leerling gaan verzorgen.

Voorbeelden van wat zij in de toekomst moeten integreren in het systeem zijn: de referentiekaders Taal en Rekenen, Diepteproject Talent, Diepteproject Competenties, Gegevenssets en andere onbegrijpelijke zaken. De ambitie van het ELD maakt wel duidelijk dat het vooral weer een instrument wordt om de onderwijzer en leraar te dwingen om nieuwe onderwijshypes (dat is nu de obsessie met rekenen, taal, mishandeling en modeziektes) uit te voeren en de individuele kracht van de leraar verder uit te hollen.

Als je kinderen zich normaal ontwikkelen en geen ‘levenspech’ hebben, zul je weinig last hebben van dit soort systemen. Maar ‘levenspech’ heeft niemand in de hand. Zelfs zoiets simpels als ‘doktertje spelen’ kan al gemakkelijk leiden tot allerlei niet-gewenste stempels. Steeds meer ouders zien Jeugdzorg dan ook meer en meer als Bemoeizorg en als een verkapte opsporingsinstantie, dan als een vertrouwensinstituut waar je met vragen en problemen naar toe kunt.

Ook kun je je afvragen of het wenselijk is dat van iedereen dergelijke dossiers worden aangelegd. Informatie kan gemakkelijk gaan zwerven en je weet nooit wie er in de toekomst allemaal toegang tot heeft. Het kan levens vernietigen.

De beste bescherming tegenover dit soort verzameldrift van de hulpindustrie is om geen enkele informatie te geven en als je toch verplicht bent de gewenste antwoorden te geven. De werkvloer doe je er in ieder geval een plezier mee. Als er niets in staat weet ze niks en kan ze niks, al hebben verschillende consultatiebureau’s voor het niet invullen van vragen al een code “orange” bedacht. Alsof het een fucking oorlog tegen terrorisme betreft.

Op macroniveau is de schade van de verzameldrift een stuk ernstiger. Volgens een onderzoek van Beter Onderwijs Nederland wordt slechts twintig procent van het onderwijsbudget besteed aan lesgeven. Een op de tien leerlingen in het basisonderwijs en bijna een op de vijf leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft een indicatie voor, ofwel speciaal onderwijs, ofwel een ‘rugzak’. Iedere onderwijzer en leraar heeft een fulltime-kracht naast zich om alle poespas rondom het onderwijs te regelen. En nog besteedt hij de helft van de tijd aan andere zaken dan lesgeven.

De verzameldrift, noem het bureaucratisering, van de overheid getuigt van een enorm wantrouwen jegens de uitvoerende krachten. Het jaagt de kwaliteit het onderwijs uit. Het staat in ieder geval dwars op de conclusies van de Parlementaire Enquête Onderwijs, namelijk, dat het onderwijs eindelijk eens met rust moet worden gelaten.

Frans Smeets zou in het huidige onderwijssysteem na tien jaar Ritalingebruik in een sociale werkplaats geëindigd zijn.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home