De smerige praatjes van Pechtold
Peter Breedveld

Over een paar jaar weet bijna niemand meer wie Alexander Pechtold is. Ik wist het vorige week al bijna niet meer, totdat ik de Trouw van zaterdag 3 september opensloeg. Daarin zegt de minister van bestuurlijke vernieuwing dat de islam een vreedzame godsdienst is. Volgens Trouw-columnist Willem Breedveld getuigt dat van lef. Nu weet ik dat het Nederlandse volk niet het meest krijgshaftige van de wereld is, maar Jezus Christus zeg, mag de lat misschien een ietsje hoger, meneer Breedveld?
(Ome Willem, hij is het zwarte schaap van de familie Breedveld. Of moet ik zeggen: witte schaap’? Op verjaardagen zit-ie meestal een beetje ongelukkig te wezen terwijl wij op moslims schelden en racistische moppen vertellen. Iedereen drinkt bier, maar ome Willem niet, die drinkt wijn. Die voelt zich beter dan wij. Aan het einde van de avond, als de stemming er goed in zit, knippen we altijd zijn stropdas af.)
Die Pechtold maakt er wel een potje van in dat Trouw-interview. Maar niemand die goed leest wat hij beweert. Heel politiekcorrect Nederland zit weer fanatiek van ja’ te knikken en wat goed dat iemand het voor de vijfentwintigduizendzeshonderdnegenentachtigste keer zegt’! Dus kom, laat ik eens wat gaten schieten in Pechtolds rare betoog. Ik heb toch niks beters te doen.
Door te kakelen over islamitische terreur verbind je een hele godsdienst aan criminaliteit’, kakelt Pechtold.
Ik leg het dus gewoon nog een keertje uit: Niet door te kákelen over islamitische terreur verbind je de islam aan criminaliteit, maar door islamitische terreur te bedríjven doe je dat. Moslims, en moslims alleen, geven de islam een slechte naam. Wanneer moslims ophouden islamitische terreurdaden te plegen, houd ik op met kakelen over islamitische terreur. Weet u nog dat Wrongel en Stremsel door Hells Angels in elkaar werden geslagen omdat ze hadden gezegd dat Hells Angels criminelen zijn? Daar doet de rare logica van Pechtold me heel erg aan denken.
Nederland heeft zich bij de keel laten pakken door angst’, zegt Pechtold verder. Volgens ome Willem is daar geen speld tussen te krijgen’. Ik krijg er een woudreus tussen. Sinds 9/11 en de rituele slachting van Theo van Gogh gaat het leven zijn gebruikelijke gezapige gangetje in Nederland. De treinen zijn tijdens het spitsuur overvol, ondanks de terreurdreiging, en iedereen maakt zich al wekenlang heel erg druk over een paar procent koopkrachtverlies. Ik vind dat wonderlijk gedrag voor een land dat zich bij de keel heeft laten pakken door de angst’. Maar ik heb dan ook niet zo lang gestudeerd als meneer Pechtold en ome Willem.
Pechtold benadrukt dat we zijn gebazel niet moeten zien als kritiek op het kabinet waarvan hij zelf deel uitmaakt. Tegelijkertijd schetst hij een soort horrorscenario als gevolg van de antiterrorismemaatregelen van zijn collega Piet-Hein Donner. Wat als je de koran leent in de bibliotheek of je surft op een internetsite omdat een bepaald onderwerp je belangstelling heeft?’, vraagt de minister, die zich blijkbaar flink bij de keel heeft laten grijpen door de angst’, zich af. Komt dat dan straks ineens op tafel bij een sollicitatie? Het maakt ons angstig in ons eigen huis’.
Ome Willem heeft zich ook al bij de keel laten grijpen door de angst’ en maakt het nóg bonter. Hij is namelijk bang dat je het risico loopt jaren achter de tralies te verdwijnen op basis van zo’n vaag artikel als samenspanning’. Wat me steeds weer opvalt bij al die politiekcorrecte handelaren in angst en haat is dat ze zich geweldig druk maken om allerlei niet bestaande dreigingen (Big Brother, deportatie van moslims, arrestaties op basis van vage wetsartikelen, Ausweiss‘!) en net doen of allerlei werkelijk bestáánde gevaren (moslimterrorisme, moslimintolerantie, moslimmisogynie, moslimhomofobie, moslimantisemitisme) zijn verzonnen door racisten en getraumatiseerde gekken.
Laat ik ome Willem en zijn vriend Pechtold de reikende hand toesteken en hen geruststellen met de mededeling dat de Europese regelgeving voorziet in een adequate bescherming van de individuele burger tegen willekeur en aantasting van de persoonlijke integriteit. Ik leg mijn oor nog wel eens te luisteren bij mensen met kennis van zaken, heren. Moeten jullie ook eens doen. Moet je zien hoeveel vooroordelen er dan wegvallen, en wat een opluchting dat is!
Maar! Het is niet alleen maar kritiek die de minister levert in zijn interview. Nee! Hij draagt ook oplossingen aan. Met alleen repressieve maatregelen tegen radicalisering van moslimjongeren kom je er niet, zegt hij. Je moet ook enthousiasmeren’: Zo’n allochtone jongen in een buitenwijk moet je ervan overtuigen dat wat wij hier doen veel leuker is dan wat enkele malloten (…) hem via de satellietschotel of Internet vertellen’.
Ik voel me nu nogal gediscrimineerd, want ik heb indertijd zelf moeten ontdekken wat er voor leuke dingen zijn in Nederland (het is me nog gelukt ook, op eigen kracht!). Maar goed, daar gaat het nu niet om. Laten we eens kijken wat Nederland volgens de minister zo leuk maakt, hij zegt het verderop in het interview. Dan heeft hij het over immigranten die rechtstreeks uit de Middeleeuwen’ komen (híj zegt t), en die dan belanden in het Nederland van de spermashows’.
Toe maar. We hebben hier in Nederland Vermeer, we hebben Spinoza, we hebben vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, we hebben gratis klassieke concerten in het park, we hebben gratis popconcerten in het park, we hebben multiculturele festivals, we hebben theaterfestivals, we hebben de mooiste vrouwen ter wereld: Hollandse vrouwen, Surinaamse vrouwen, Marokkaanse vrouwen, Indische vrouwen, we hebben Willem Frederik Hermans en Hafid Bouazza, we hebben Slauerhoff, we hebben twintig soorten pasta in de supermarkt, we hebben Hans Teeuwen, Theo Maassen en Najib Amhali (De Grote Drie’) we hebben de beste dansgroepen ter wereld. En zo kan ik nog uren doorgaan.
Helaas hebben we ook een minister die van al het moois, dat Nederland te bieden heeft, alleen spermashows weet te noemen. Nu heb ik het woord spermashow’ de afgelopen weken vaak gelezen en gehoord, maar ik heb nog nooit van mijn leven een spermashow gezien, en ik denk dat de kans groot is dat ik er ook nooit een zál zien. Ik ben dan ook niet gediend van de smerige praatjes van minister Pechtold. Evenmin ben ik gediend van een Nederlandse minister die op zo’n badinerende wijze over zijn eigen land praat. Pechtold roept herinneringen op aan minister van buitenlandse zaken Joseph Luns, die tegenover zijn -ik meen Franse- vakbroeder de Nederlandse taal vergeleek met het ‘geblaf van honden’.
Joseph Luns vond blijkbaar van zichzelf dat hij klonk als een blaffende hond en Alexander Pechtold kijkt na een dagje goedbetaald wartaal uitslaan kennelijk het liefst naar spermashows, maar ik wil er ten overstaan van onze buitenlandse lezers toch graag nadrúkkelijk op wijzen dat deze twee freaks níet representatief zijn voor Nederland en het Nederlandse volk.
Joggen doet Peter Breedveld op het lawaai van Tool.





RSS