‘Soms heeft iemand een klap nodig’
Peter Breedveld

Na de moord op Theo Van Gogh stopte Elena Simons cadeautjes in de schoenen van moskeebezoekers. Een jaar eerder verscheen haar boekje Pret met moslims, een verslag van de pret die ze had met, jawel, moslims. Door dit soort zotte ‘onderzoeksjournalistiek’ gaan die randgroepjongeren nog werkelijk geloven ook dat het geloof (wan)gedrag rechtvaardigt’, schreef Ebru Umar daarover. Tegenwoordig leidt Simons de Stichting Wonder, en kun je bij haar terecht als je als ‘Burgerbuddy’ een politicus wilt adopteren.
Wat is precies je bedoeling?
Een vraag die ik mezelf vaak stel, omdat ik ook maar wat doe, gedreven door allerlei fascinaties en ideeën die daar uit voortkomen. Pas achteraf ga ik nadenken over de lijn die daar in zit. Ik wil graag maximaal bijdragen aan de veranderingen die nu in de wereld nodig zijn…
Welke veranderingen zijn er nodig?
Duurzame ontwikkeling vind ik op dit moment het spannendst. Dat we er voor zorgen dat we de natuur niet vernietigen. In plaats daarvan moeten we een economie inrichten die de natuur spaart en waar we zelf ook welvarend in zijn.
Welke rol speelt de Stichting Wonder daarin?
Nou, in het kader van de Stichting Wonder doe ik daar nog niet zoveel mee. Hoewel, ik ben zelf Burgerbuddy van staatssecretaris van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en milieu Pieter van Geel. En ik heb een idee voor een documentaire over bedrijven die klimaatneutraal worden. De laatste jaren is milieu wel mijn favoriete onderwerp geworden. Pret met Moslims is min of meer toevallig ontstaan. Er was toen veel over moslims te doen, maar het onderwerp staat niet op nummer één wat mijn interesses betreft.
Je bent vooral bekend als practical joker op het gebied van sociaal-maatschappelijke kwesties. Vlak na de moord op Van Gogh legde je cadeautjes in de schoenen van moskeebezoekers. Wat was nou precies het signaal dat je wilde afgeven?
Na de moord op Van Gogh kreeg ik veel mailtjes van mensen die zich zorgen maakten over de kant die het opging in Nederland en die iets positiefs wilden doen. Het idee van die cadeautjes stond al als tip in mijn boek. Het leuk me mooi om dat met die mensen eens te gaan uitvoeren. Er was dus veel polarisatie en wij wilden laten zien dat moslims welkom zijn in Nederland en dat moslims ook geen ruzie willen. Dat kun je het beste op een positieve manier aanpakken, maar ook wel een beetje met een knipoog. Er zit ook wel iets stouts aan. Wij brengen de Nederlandse cultuur van Sinterklaas de moskee in. Je bent een beetje aan het pushen, van: Hallo, jullie moeten wel integreren. Die combinatie maakt het mooi.
Wat vonden de moskeebezoekers daarvan?
Ik was zelf bij de uitvoering in Amsterdam-Oost, waar de reacties nogal lauw waren. Sommigen mensen zeiden netjes dankjewel, een enkeling heeft zelf thuis vijf cadeautjes gehaald om aan ons te geven, maar er waren er ook die er niet om konden lachen. Maar van de actievoerders in andere plaatsen heb ik gehoord dat het soms een groot feest was.
En nu ben je bezig met de Stichting Wonder. Met als eerste project de Burgerbuddy’s.
Ja, hoewel je dat project met die Sinterklaascadeautjes zou kunnen zien als aanleiding.
Ben je door je projecten eigenlijk zelf anders gaan denken over bijvoorbeeld moslims?
De eerste keer dat ik iemand met een hoofddoek sprak, behandelde ik haar heel voorzichtig. Ik ging heel duidelijk Nederlands praten en was bang dat ik bepaalde dingen niet kon zeggen. Terwijl ik mezelf beschouwde als superruimdenkend. Maar op zo’n moment weet je niet goed wie je voor je hebt en daar word je onzeker van. Maar de mensen die ik sprak konden hartstikke goed Nederlands en konden best wel tegen een stootje.
Nu doe je Burgerbuddy’s, waarbij mensen politici en ambtenaren kunnen adopteren. Ook zo’n verdrukte, onbegrepen groep.
De arme schatten! Nee, ze zijn in een soort machinerie terechtgekomen waarin het heel lastig is om niet af te dwalen van hoe het nou echt zit in de samenleving. Het is een cultuur van vergaderen en nota’s schrijven en die naar de bewindspersoon sturen, heel erg in zichzelf gekeerd. Dat willen we helpen doorbreken. Daarom brengen we die mensen in contact met burgers, zodat ze voor ogen houden voor wie ze het allemaal doen. Iemand die beleid ontwikkelt voor voortijdige schoolverlaters zou er goed aan doen eens met voortijdige schoolverlaters te gaan praten bijvoorbeeld. Zo’n Burgerbuddy houdt een ambtenaar ook fris door domme vragen’ te stellen over wat hij precies doet en wat bepaalde vaktermen betekenen.
Aan minister Verdonk van vreemdelingenbeleid heb je een Marokkaanse jongen weten te koppelen.
Een uitzonderlijk geval waar we ons sterk voor hebben gemaakt. Gewoonlijk krijgt iemand die een ambtenaar of politicus wil adopteren drie mogelijkheden aangeboden waaruit hij er eentje kiest. Maar deze jongen wilde heel graag Rita Verdonk adopteren, toen hebben we een videoboodschap aan de minister opgenomen> daar waren toevallig twee documentairemaaksters bij die dat filmden en die hebben Verdonk aangesproken, waardoor het goed kwam.
Zijn er veel van die ambtenaren en politici die hiervoor warm lopen?
Een stuk of vijftig, maar volgens mij gaat dat nog wel groeien.

Elena Simons
Welke plannen zijn er voor de toekomst?
Een project buurtwinkels leegkopen, koeien redden van de slacht, rent-a-muslim…
Een lobbygroep voor lelijke mensen…
Ja. De overheid houdt zich bezig met kansarme mensen. Nu blijkt keer op keer uit wetenschappelijk onderzoek dat lelijke mensen minder kansen hebben in zowel de liefde als het werk, dus misschien zou er positieve discriminatie voor lelijke mensen moeten worden ingesteld. Misschien ken je de bedenker van dat plan wel, Coen Swinckels, ook een libertariër.
Een libertariër? Er zitten dus mensen van allerlei pluimage bij de Stichting Wonder. Jij lijkt me een GroenLinkser.
Ik stem meestal GroenLinks. Ik heb ook een keer op de VVD gestemd.
Echt waar?
Ja, ik ben ook lid van de VVD, maar dat wil ik gaan opzeggen.
Hoe kun je dat nou doen, als je je zo druk maakt om het milieu?
Nou, gut, ach, die ene stem maakt niet zoveel uit. Een soort avontuurlijkheid, hihi!
Maar waarom?
Daar had ik toen zin in. Er spelen bij mij ook allerlei emoties…rationeel vind ik soms iets anders dan emotioneel. Mensen als Pechtold of Hirsi Ali, daar word ik emotioneel superenthousiast van. Ik hou van de chaos die zij creëren. Terwijl ik rationeel denk dat ze het land misschien niet zo heel veel goed doen.
Op welke VVD-er heb je gestemd?
Op Hirsi Ali.
Zou je dat weer doen?
Nee. Ik vind dat ze meer slechts dan goeds veroorzaakt.
Zoals?
Bevolkingsgroepen uit elkaar drijven. Er is veel chagrijn gekomen. Maar tegelijkertijd vind ik haar heel stoer, want ze is niet bang voor een moeilijk debat. Een cool mens, maar toch niet zo goed voor het land.
Op wie zou je nu stemmen?
Heb ik helemaal niet over nagedacht. um… tja…
Ken je die Franse film, Le fabuleux destin d’ Amelie? Daar doe je me aan denken.
Díe film in combinatie met Fight Club, zo wil ik zijn. Een grappig gegeven in die eerste film is dat Amelie, omdat ze een eenzame jeugd had, allerlei kunstmatige manieren verzon om met mensen om te gaan. Zo zou je mij ook wel kunnen analyseren. Ik was op school een buitenbeentje en heb toen ontdekt dat ik met een soort van trucjes de aandacht trok en dingetjes voor elkaar kreeg. Kunstmatige manieren om contacten te leggen dus, omdat dat op een natuurlijke manier niet ging.
Hoe kwam dat nou, dat je een buitenbeentje was? Zag je er gek uit? Gedroeg je je vreemd?
Toen ik een peuter was, kon ik goed opschieten met volwassenen, maar toen ik twee was ging ik naar de peuterspeelzaal en kwam ik ineens in een muf hol met een vochtige zandbak met gillende koters erin, en toen ben ik maar in mijn eentje met een pop gaan spelen. Daar had ik allerlei fantasieën bij, ik heb als kind ook heel veel gedagdroomd. Ik was gewoon anders.

En wat spreekt je zo aan in Fight Club?
Dat hele rebelse en rauwe, zo volstrekt losbreken van de samenleving, helemaal je eigen weg vinden. En overal waar je boos om wordt lekker met elkaar d’r uit rammen. Prachtig! Toen die film uitkwam, vond ik dat grote bedrijven slecht waren. Aan het eind van die film exploderen een paar van die grote kantoren. Nu zie ik het niet zo zwart-wit, maar ik hou wel van dat gevoel.
Van dat gevoel van polarisatie, bedoel je. Je hebt iets dubbels. Je wilt geen polarisatie, maar je houdt er wel veel van.
Ja, klopt. Ik wil eigenlijk ook wel in de aanval gaan. Ik heb het daar ook heel moeilijk mee gehad, dat ik me zorgen maakte dat ik een slecht mens was. Uiteindelijk heb ik niks gedaan, tenminste niets destructiefs. Maar ik had dat verlangen wel. Achteraf denk ik dat het feit, dat mijn carrière toen niet zo liep, een factor was. Nu heb ik minder last van die boosheid, maar het is er wel. Ik heb nog steeds wel zin om in de aanval te gaan, maar dan op een hele eerlijke manier. Ik vind dat je dat integer moet doen. Soms heeft iemand een klap nodig, maar die klap kan je alleen maar goed uitdelen als je dat met volledig respect doet. En de laatste jaren heb ik dat respect wel erg gekweekt.
Dus binnenkort ga je klappen uitdelen.
Ja. Dat wordt nog eng, want straks krijg ik een klap terug. Dan denk ik van: Héélp! Ik heb me vergist!’ Nou, daar leer ik dan weer van.
Maar hoe zit dat nou precies met die klappen en dat respect?
Ik heb mezelf aangeleerd om anderen te respecteren, ongeacht hun mening of hun gedrag. Ik vind dat ik me in iemands schoenen moet plaatsen en moet proberen te doorvoelen waarom hij bepaalde dingen doet. Dan veroordeel ik niet meer die persoon, maar hou nog wel voor ogen dat zijn gedrag moet veranderen. Dat kan ik dan op een oprechte manier aan de orde laten komen. Misschien ga ik dat doen in de documentaire die ik wil maken over bedrijven die klimaatneutraal moeten worden. Als een bedrijf daar geen zin in heeft en ik dat gevecht aanga, wordt het misschien wel een soort van stoeipartij – dat zou het mooiste zijn om ze toch zover te krijgen.
Ik zie dat veel mensen heel positief reageren op jouw acties, maar ik kan me ook wel voorstellen dat mensen het irritant vinden dat jij je met hun leven bemoeit.
Soms gebeurt dat. Bijvoorbeeld bij het moslims aaien in mijn boek. Een paar mensen vonden dat niet zo tof. Ik stond laatst op de Spreeksteen in het Amsterdamse Oosterpark, daar vertelde ik dat ik was wezen shoppen met Mohammed Cheppih. Iemand stak een tirade af dat dat niet kon, want Cheppih is een foute man, daar ga ik dan lol mee hebben.
Ben je met Cheppih wezen shoppen? Was dat gezellig?
Ja, ik had wel een klik met hem. Ik had wel vaker met hem willen afspraken maar daarvoor is hij te chaotisch. Of hij vindt het niet belangrijk genoeg. Hoewel hij toen wel zei dat hij het leuk vond om nog eens te doen.
Je vindt niet dat Cheppih bevolkingsgroepen uit elkaar drijft?
Ja, ik kan me wel wat voorstellen bij dat standpunt. Hij zal wel tegen homo’s zijn omdat dat in de koran staat. Dus misschien draagt hij inderdaad wel bij aan de afstand tussen homo’s en moslims. Ik weet niet of hij goed is voor Nederland, maar ik vind hem een leuke man.
Je hebt gezegd dat we moslims minder moeten pesten, maar meer moeten plagen. Wat bedoel je daarmee?
Pesten polariseert, iedereen wordt boos op elkaar. Maar dingen die moeilijk liggen vallen beter te verteren als je er een grapje over maakt.
Waar ligt de grens tussen pesten en plagen? Wie pest er en wie plaagt er?
Toen ik die opmerking maakte waren er veel autochtonen die moslims pestten. Maar ik wil niet beweren dat alleen autochtonen moslims pesten.
En wie plaagt er?
Ik. Ik probeer grappen te maken over burka’s en zelfmoordbommen en zo. En dat moslims aaien ook.
Is dat niet gevaarlijk, wildvreemde mensen aaien? Ik moet er niet aan denken dat ik op straat loop en iemand opeens op me af komt om me te aaien.
Ik heb het mezelf makkelijk gemaakt. Ik was al met die mensen in gesprek en toen vroeg ik of ik ze mocht aaien.





RSS