‘Kom je aan Allah, dan word je vermoord’
Peter Breedveld

Weg met de angst, kies voor hoop, zei de Amsterdamse burgemeester Job Cohen bij de herdenking van de moord op Van Gogh. Hoop kreeg ik even toen ik Trouw van 1 november opensloeg. Er stonden interviews in met drie gelovige moslims die ongezouten kritiek hadden op de moslimgemeenschap. Gewoon met hun volledige naam en hun portretfoto in de krant: Faysal Ramsis, Mehmet Erik en Sam Roshan.
Volgens de 28-jarige Faysal Ramsis kenmerken de moslims in Nederland zich door ‘verdeeldheid en achterlijkheid’. Faysal bezocht verschillende moskeeën in Nederland en ontdekte: De haat en minachting zijn vaak vanzelfsprekend.’ Faysal probeert de moslimgemeenschap wakker te schudden en publiceert op twee websites: hier en hier.
Mehmet Erik (22) vindt dat moslims in Nederland niet stevig genoeg in hun schoenen staan: Dat wij als moslimgemeenschap achterlopen (…), werd voor mij weer duidelijk na de moord op Van Gogh. Want wat was de reactie van de moslims hier nou eigenlijk? Het bleef toch vooral stil.’
Sam Roshan (25) stoort zich aan het beeld dat ultra-orthodoxe en radicale moslims over zijn geloof neerzetten. Je hoort ze voortdurend in de media over de bezetting van Afghanistan of Irak. Maar dat sinds het aantreden van een nieuwe president Ahmadinejad in Iran, eind juni, zeker vijftig mensen zijn geëxecuteerd, daar hoor je ze niet over. Wat heeft vijftig jaar sharia dat land nu eigenlijk gebracht? Alleen maar prostitutie, opiumverslaving en onderdrukking.’ Sam is niet bang: Hij vertrouwt op de kracht van zijn argumenten, en rekent op de hulp en het begrip van Nederlanders. En de Nederlandse moslims? Die moeten niet meer zo kleinzerig doen.’
Eindelijk’, dacht ik. Eindelijk eens moslims die zich niet in het slachtofferschap wentelen, die niet altijd maar anderen overal de schuld van geven. Eindelijk een moslims die kritisch durven te zijn ten opzichte van de eigen gemeenschap, en die kritiek ook keihard durven te uiten. Maar diezelfde dag nog werd alle hoop meteen weer de bodem ingeslagen door het artikel Jongeren tussen Osama en Lonsdale in NRC Handelsblad:
Voor sommige jongeren is Mohammed B. een held. Zo is er de jongen die Mohammed B. ,,een mujahid” (strijder voor de islam) noemt, maar niet met zijn naam in de krant wil omdat hij vreest in de problemen te komen. Van Goghs dood deed hem niks, vertelt hij. ,,Ik moest er zelfs om lachen.” Volgens de jongen is het heel simpel: in de Koran staat dat iemand die de profeet uitscheldt, gedood moet worden.
In dezelfde krant een artikel Kleine jihad tot hij er klaar voor is, over radicaliserende jongeren:
Mohammed T. woont in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. Hij is tweedejaars mbo-leerling informatietechnologie. ,,Ik denk dat ik minstens tien jongens in mijn directe omgeving ken die zouden willen doen wat Mohammed B. heeft gedaan”, zegt Mohammed T. ,,Als Nederlanders de islam blijven beledigen, kan het weer gebeuren.”
Verderop is de vijfentwintigjarige drop-out Redouan aan het woord: Kom je aan Allah, dan word je vermoord. Dat is de consequentie.’
Ik vind de gedachte onverdraaglijk dat er zich onder ons lieden bevinden die bereid zijn ons af te slachten wanneer we iets zeggen dat hen niet bevalt. Dat zo’n stuk schorem me even onder de neus wrijft dat dat nou eenmaal de consequentie is als ik aan Allah kom. En ik weet wel, we worden ook bedreigd door Hells Angels, kampers, dierenactivisten en allerlei ander gespuis, maar iedereen is het er ten minste over eens dat die bedreigingen niet kunnen, punt. Wie door een moslim wordt bedreigd, krijgt van Laurens-Jan Brinkhorst, Jacques van Doorn, Anil Ramdas, Bas Heijne, Geert Mak, eigenlijk zowat de hele intellectuele elite, te horen dat dat een logisch gevolg is van het feit dat je je mond opendoet.
Job Cohen verklaarde in het televisieprogramma Buitenhof zijn weigerachtigheid om Hirsi Ali die op 2 november in zijn stad kwam debatteren- te beveiligen als volgt: Als we alleen maar hekken plaatsen, en beveiliging is hekken plaatsen, dan krijgen we polarisatie die alleen maar doorgaat en die polarisatie, daar strijd ik tegen.’ Volgens Job Cohen is Amsterdam een moslimcity’, een soort Teheran aan de Amstel dus. Homoseksuele toeristen die de stad bezoeken, wordt door het Amsterdamse bureau voor toerisme afgeraden hand-in-hand te lopen.
Ik hoorde dat een Rotterdammer achtentwintig miljoen heeft gewonnen in de loterij. De man durfde de eerste dagen van pure paniek zijn huis niet uit. Als ik achtentwintig miljoen zou winnen, zou ik mijn gezin bij elkaar roepen en dit land onmiddellijk verlaten. Ik zou geen moment aarzelen. Ik ben meteen weg, waarschijnlijk naar Amerika. En ik kom nooit meer terug. Nooit meer. Op de televisie zou ik de godsdienstoorlogen volgen. De vrijheid zou me daardoor extra goed smaken.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS