Op vrijheid!
Alaleh Kiani

Door het lawaai van de airconditioner en het felle licht kon ik niet slapen. Blijkbaar moesten ze de hele nacht aan blijven. Ik sloot mijn ogen tegen het licht en zonder duidelijke reden barstte ik in tranen uit en snikkend viel ik in slaap.
Ik keek uit het raam naar buiten. Het sneeuwde heel hard. Ik zag Hem in de steeg lopen, naar ons huis toe. Opeens zag ik Hem niet meer. De telefoon ging. Dat moest Hem zijn! Ik rende naar de telefoon Breakfast, zei een politieman door het raampje van de cel. Ik schrok wakker, had alles gedroomd. Natuurlijk kan Hij niet hier naartoe komen en Hij kan ook niet bellen. Hij weet niet eens waar ik ben! Ik ben in Nederland, in een cel. We waren het land illegaal binnengekomen.
De dagen gingen snel voorbij, maar mijn heimwee naar mijn vrienden bleef klemmen in mijn hart, in mijn hele wezen. Ik miste ze heel erg. Ik voelde me zo alleen in dat kleine dorpje, helemaal in het noorden. Ik had het gevoel dat ik naar een andere wereld gegooid was, een wereld die heel ver weg was. Ver weg van Iran. En soms vergat ik waar ik me bevond. Ik dacht constant aan hen, aan Baran, Layla, Masoud, Payam. Ik had altijd het gevoel dat ik ze weer snel kon zien. Ik wilde gewoon niet geloven dat het voorbij was en dat ik ze in werkelijkheid nooit meer zal zien.
Het dorpje heet Midlaren en het ligt in de buurt van Groningen. Ik heb er de slechtste dagen van mijn verblijf in Nederland ervaren. Toen ik hoorde dat er in het dorpje verderop een bibliotheek was waar ik kon internetten, pakte ik snel mijn fiets. Ik kon hen mailen! Ik kon ze vertellen hoe eenzaam ik me voelde! Ik kon ze vertellen dat op de momenten, dat ze gezellig bij elkaar waren, ik in mijn eentje Nederlands aan het leren was! Door ze te schrijven hoopte ik mijn gevoel van eenzaamheid te verminderen, maar het werd alleen maar erger. Hoe meer ik hun foto´s zag en hun verhalen hoorde, hoe meer ik ze miste. De gezelligheid daar, de picknicks, de bergwandelingen in de sneeuw, de party´s, de stiekeme ontmoetingen.
Ik maakte een afdruk van een foto van mijn vrienden, die Baran naar me had gestuurd en nam hem naar mijn kamer in het AZC. Ik zette hem tegen de spiegel en staarde ernaar. Ik zag mezelf in de spiegel. Mijn vrienden lachten naar me. Opeens zag ik mezelf niet meer in de spiegel, maar op de foto, samen met mijn vrienden. En toen stond ik opeens weer voor de spiegel in mijn kamer in Iran. Ik was me aan het opmaken. Het was negen uur, ik moest opschieten. Ik wilde Leyla helpen met het klaarmaken van hapjes. Ik trok snel mijn kleding aan, deed het flesje Wodka in mijn tas en rende snel naar buiten.
De kans dat je zomaar gefouilleerd wordt is erg klein, is het toch wel een beetje angstig als je iets illegaals doet. Ze kunnen je toch met een klein smoesje oppakken: als je haar niet helemaal bedekt is, of als je je hebt opgemaakt. Maar soms was het een plezierige angst. Het deed je plezier dat je iets verbodens aan het doen was.
De taxi reed langs agenten. Ze wisten niet wat ik bij me had en waar ik naar toe ging. Wat een heerlijk gevoel als je illegale klusjes lukken! Binnen een halfuurtje was ik op de afgesproken plek. Ik zag Masoud niet. We waren bang om niet genoeg drank in huis te hebben, zei Layla. Masoud is met Payam naar de apotheek om wat alcohol te kopen. Ik haalde de Wodka te voorschijn. Ik heb wel een flesje mee. Van mijn vader gekregen, zei ik. Layla lachte. Goed! Dan gaan we nu beginnen met drinken. Kom op!. Waar zullen we op drinken?, vroeg ik. Op vrijheid antwoordde Leyla. Op de dag dat je naar een café gaat om drinken te halen, en niet naar de apotheek!. Ja!riep ik. Op de dag dat de cafés weer open gaan!
Het was gezellig. Iedereen was er. Ik had erg veel gedronken en was aan het dansen. Voelde me zo happy. Ik danste totdat ik opeens diep verdrietig werd. Dat gebeurde vaak als ik veel dronk. Ik begon toen te huilen. Ik begon onophoudelijk te huilen…
Er lagen een paar blikjes bier op de grond. Hoe laat is het? Waar ben ik? Had ik weer gedroomd? Nee! Het was in het echt. Ik was bij Hem. Ik was heel even weer bij Hem. Ik weet zeker dat het deze keer geen droom was. Ik hoorde Hem toen hij zei: Waarom huil je?
En ik wilde Hem antwoorden: Ik huil omdat ik Je mis. Ik huil omdat ik Je opeens moest verlaten en weet dat ik Je nooit meer kan zien. Ik huil omdat ik niet weet waar ik vrijheid kan beleven.
Alaleh Kiani (22) is een Iraanse vluchtelinge die vijf jaar met haar vader, moeder en twee broers in Nederland woont. Ze studeert politicologie en dreigt elk moment te worden uitgezet.





RSS