Frontaal
Naakt
5 juni 2006

Poldermarxisme

Lagonda

Billenkoek05 (95k image)

Over mijn laatste column (De Linkse Jihad), heb ik nogal wat mail mogen ontvangen. Blijkbaar heb ik veel lieden aan het lachen gemaakt. Pom pom pom, Lagonda! De linkse kerk! Toe maar! Is dat niet wat overdreven? Er zijn ook nog steeds rechtse partijen, hoor! Wat dacht je van de VVD? En je hebt het over ‘marxisme’ — dat lijkt me ook wat aan de sterke kant, niet? Immers, Marx is al lang dood, en zijn gedachtegoed wordt alleen nog in Noord-Korea, Cuba en Friesland levend gehouden; de rest van de wereld is daar toch al lang van afgestapt? Marxísme, nú en híer, in Néderland? Haha, Lagonda, laat mij toch niet lachen!

Wellicht dus de hoogste tijd om eens uit te leggen wat ik onder marxisme versta. Ik ben er namelijk van overtuigd dat Marx’ denkbeelden nog springlevend zijn, en, omgevormd naar hedendaagse grootheden, op een diep niveau de gang van zaken binnen onze samenleving bepalen. Ik gebruik de term marxisme om een *mentaliteit* mee te benoemen, of liever: een moraliteit. Het betreft een besef over “wat goed is” en “wat slecht is” dat diep is doorgedrongen in de psychosociale vezels van onze maatschappij; een moraliteit die ver boven de politieke partijen zweeft; een moraliteit waar ik ook onze koningin van verdenk; een moraliteit waar heel Nederland, ja, heel Europa ideologisch op drijft. Links of rechts, socialistisch of liberaal, het doet er niet toe: de marxistische moraliteit heeft over nagenoeg de gehele politieke linie het denken en handelen besmet en bepaald.

Onderscheiden wij eerst een viertal essentiële eigenschappen van het hedendaags marxisme:

1. De klassen: er is binnen het marxistische gedachtegoed altijd sprake van een tweedeling. Een tweedeling bestaat voor het marxisme alleen als er sprake is van een “standsverschil”; een verschil in bezit, succes, aanzien of macht. Er moet altijd sprake van een klasse waar het “goed” mee gaat, en een klasse waar het “slecht” mee gaat — andere tweedelingen zijn niet interessant, en worden derhalve niet waargenomen. Van oudsher bestond deze tweedeling slechts uit een verdeling tussen de bourgeoisie en het proletariaat, maar inventieve marxisten (lui zijn ze inderdaad niet) hebben er inmiddels een heel scala aan mogelijke tweedelingen bij verzonnen; blank en zwart, slim en dom, man en vrouw, hetero en homo, en zelfs mens en dier, of mens en milieu.

2. De Verelendung: de lagere klasse ontstaat door — en heeft te lijden van — de geldingsdrang van de hogere klasse; de succesvolle groep heeft altijd en volledig *schuld* aan de achterstelling van de onsuccesvolle groep. De manieren waarop de succesvolle groep zich handhaaft en haar initiatieven ontplooit, zijn voor de lagere groep altijd een vorm van onderdrukking of uitbuiting. Men is rijk *omdat* iemand anders arm is, men is als blanke succesvol *omdat* men de zwarte discrimineert, Europa is succesvol *ten koste* van Afrika.

3. De erfzonde van de bourgeoisie: De succesvolle klasse draagt dus een eeuwige schuld met zich mee; een schuld die op geen enkele manier is in te lossen, maar juist krachtig beleden dient te worden — meestal door de succesvolle groep waar mogelijk te beschuldigen van moreel verwerpelijke motieven. Volgens het marxisme zijn nagenoeg *alle* bewegingen van de succesvolle groep *per definitie* gericht op het onderdrukken van de onsuccesvolle groep, en zijn dus per definitie gewelddadig, fascistisch, racistisch, hebzuchtig, machtsgeil, militaristisch, controlerend of slecht voor het milieu. Dit maakt elke handeling en ook elke eigenschap van de succesvolle groep onrechtmatig, of dat nu gaat om immigratiebeleid of de grootte van je auto.

4. Het heldhaftige proletariaat: Voor de onsuccesvolle groep geldt exact het omgekeerde; zij wordt immers, buiten enige eigen schuld om, onrechtmatig onderdrukt, en mag zich daar dus tegen verzetten. Dit verzet wordt binnen het marxisme ook wel “klassenstrijd” genoemd, en deze worsteling van de lagere klasse voor een beter bestaan, vrij van het juk van de onderdrukker, is volkomen rechtmatig. De onderdrukte groep draagt dus een intrinsieke onschuld met zich mee, en dit verleent volautomatisch een nobel karakter aan alle daden en eigenschappen van de onderdrukte groep.

Deze laatste visie is gestoeld op het metafysische idee dat de schepping streeft naar alles dat goed en rechtvaardig is. Verzet tegen onderdrukking is dus een kracht van het goede, en zal uiteindelijk altijd overwinnen. Volgens het marxisme is het dus onverstandig weerstand te bieden aan de furie van deze kracht; het is beter om haar juist te faciliteren, en ervoor te zorgen dat de universele rechtvaardiging haar beloop heeft. Dit is waarom wij ten overstaan van moslimextremisme het hoofd buigen, en ons best doen om Ayaan het land uit te pesten. Dit is waarom wij ten overstaan van een Mohammed B. luidkeels verklaren dat wij Theo van Gogh ook een nare vent vonden. Dit is waarom wij ten overstaan van de Hamas ook ons best doen om een hekel aan Joden te hebben. Dit is waarom sommigen zelfs zo ver gaan de vogelpest gunstig te stemmen door de bio-industrie aan te pakken.

Dit systeem bepaalt voor een groot deel het Westerse denken, zonder dat u het in de gaten heeft. Nagenoeg alle maatschappelijke issues worden door een marxistische bril bekeken, en volgens marxistische maatstaven beoordeeld. En of het nu gaat om criminaliteit, milieu, inkomensverdeling, arbeid, immigratie of economie, ALTIJD wordt er gezocht naar de tweedeling, de schuld, de wolven en de lammeren, en ALTIJD is de wetgeving die hiervan het gevolg is, gericht op straffen en belonen. Het is een zelfbevestigend systeem van schuld; het beïnvloedt beleid, bestuur en berichtgeving; het beïnvloedt onderwijs, leermethodieken en geschiedenisboeken; het beïnvloedt kunst, films, wetenschap en literatuur, ja, het beïnvloedt zelfs Sesamstraat, kinderliedjes en de sprookjes die u ’s avonds voorleest. Onze schuld, onze schuld, onze Grote Westerse Schuld wordt er voortdurend en zo diep mogelijk ingewreven.

Tot zover een beschrijving van de marxistische systematiek. Nu een belangrijkere vraag: waarom is deze vorm van schulddenken zo populair gebleken, en waarom blijven wij er zo hardnekkig in volharden? In Die Chymische Hochzeit des Christian Rosencreutz, een allegorisch verlichtingsverhaal uit de middeleeuwen, wordt beschreven hoe het mensdom zucht onder de erfzonde:

Want nauwelijks was ik ingeslapen, of ik dacht, dat ik in een donkere toren lag, naast ontelbare andere mensen, aan zware ketenen geklonken, waarin wij, in volslagen duisternis, als bijen over elkaar kropen, waardoor wij elkaars ellende nog meer vergrootten. Hoewel noch ik noch een van de anderen in het stikdonker iets kon zien, hoorde ik toch steeds hoe de een zich boven de ander trachtte uit te werken [..] Evenals alle anderen onderging ook ik deze ellende, waarbij wij elkaar uitscholden voor blinden en gevangenen [..] Het luik van de toren werd geopend, en er viel een weinig licht naar binnen. Toen had men ons eerst recht door elkaar kunnen zien krioelen; werkelijk niemand bleef op zijn plaats, want wie zich bijgeval te veel had verheven, kwam even later onder de voeten van de anderen terecht [..] Iedereen dacht immers, dat wij zouden worden vrijgelaten, maar dat was helemaal niet het geval.

Dit stuk is gepubliceerd in 1616, maar er is sindsdien nauwelijks iets veranderd; het marxisme heeft vanaf de 19de eeuw bijna een-op-een het schulddenken van het Christendom overgenomen. Na tweeduizend jaar geleerd te hebben dat je intrinsiek “zondig” bent, is je geest meer dan rijp voor een nieuwe variant op de erfzonde. Tweeduizend jaar van blootstelling aan dit denken, heeft ons in Europa verslaafd gemaakt aan schuld en boete. Wij zijn verslaafd aan SM; wie heeft de zweep, en wie mag er een ander mee slaan, en wie moet ermee geslagen worden, en wil zelf geslagen worden, en wie mag zo meteen slaan? Ons eigen knagende schuldbesef maakt tevens dat wij de gedachte dat iemand zomaar boven ons uit zou kunnen steken, onverdraaglijk vinden. Elke vorm van zelfwaardering of zelfontplooiing is zondig. Zodra wij dit bij een ander menen waar te nemen, grijpen we naar de zweep, en, kromgetrokken van geile nijd en goddelijk oordeelsbesef, slaan we d’r op! Met dit spel van schuld en boete houden wij zondaren onszelf en elkaar in het gareel.

Het behoeft geen betoog dat een dergelijk systeem een verstoorde blik op de werkelijkheid biedt. Het behoeft uiteraard ook geen betoog dat men met een verstoorde blik op de werkelijkheid nooit in staat zult zijn om problemen naar behoren op te lossen. Immers, als maatschappelijke problemen verkeerd waargenomen worden, dan worden ze ook verkeerd geanalyseerd, en worden er ook onjuiste oplossingen bedacht — om nog maar te zwijgen van alle maatschappelijke problemen die volgens het marxistisch moralisme niet eens waargenomen mogen worden.

Wij gaan criminaliteit niet bestrijden door excuses voor de schuldigen te bedenken; wij gaan geen integratie bereiken door een niet-westerse cultuur te vrijwaren van kritiek; wij gaan geen sociale staat krijgen door solidariteit af te dwingen; wij gaan de verschillen tussen de ene mens en de andere niet laten verdwijnen door de winners te straffen en de losers te belonen; wij gaan arme landen niet helpen door onszelf te wentelen in zelfhaat; wij gaan blank racisme niet bestrijden door onszelf dwangmatig met zwarten te omringen; wij gaan de achterstand van allochtone jongeren niet wegwerken door werkgevers te beschuldigen van discriminatie; wij laten de hoge criminaliteit onder allochtonen niet verdwijnen door net te doen alsof het niet bestaat. Enzovoorts, enzovoorts.

Een diepe mentaliteitsverandering is noodzakelijk; het marxisme zit de Europeanen al eeuwenlang in ‘t bloed, en het duwt en trekt voortdurend aan ons denken. Iets zegt me dat trots en voldoening over het eigen succes van essentieel belang is voor ons zelfbehoud, maar wij leren elkaar juist succes te wantrouwen, en falen te bewonderen. Wij hechten meer waarde en authenticiteit aan de woede die afbreekt, dan aan de ijver die opbouwt.

Verleden week was ik op een feestje. Een van de gasten was een wat oudere zakenman die met oprecht enthousiasme vertelde hoe goed hij had geboerd, en hoe hij niet meer hoefde te werken. Hij had een mooi huis, een goed huwelijk, en lieve kinderen die het goed deden op school. Hij was, kortom, tevreden en gelukkig, en schaamde zich daar niet voor. Nadat hij vertrokken was, verwoordde één van de gasten het sentiment dat blijkbaar onder alle feestgangers leefde: “Wat een arrogante lul! Ik hoop dat-ie op korte termijn ziek wordt en dood gaat! Heeft-ie ook niks meer aan zijn huis, haha!”. Iedereen lachte hartelijk, maar ik merkte op dat die man in een Amerikaanse talkshow een staande ovatie had gekregen. Mijn toehoorders trokken een vies gezicht: “Amérika! Wat weten ze dáár nou? Daar zijn ze allemaal gek!”

Zou het werkelijk?

Lagonda is 49 procent mannelijk, 51 procent vrouwelijk en 100 procent esotericus. Haar schrijfstijl wordt door sommigen ervaren als ‘een warm bad’, door anderen weer als ’totaal genadeloos’. Het is maar hoe de pet staat. Meer op de Lagonda blogspot.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home