Iftar
Peter Breedveld

Illustratie: Mirjam Vissers
En het was op de twintigste dag van de heilige maand Ramadan, dat de VU samen met de stichting Islam en Dialoog een iftar organiseerde in de foyer van het VU-hoofdgebouw.
Op het menu staat Marokkaanse soep, een Turks vleesgerecht (pech voor de vegetariërs) en Limburgse vlaai. Het thema van de VU-iftar is de Dialoog’.
Voor wie de afgelopen jaren op de maan heeft gezeten: de iftar is de eerste maaltijd na zonsondergang tijdens de Ramadan. In de huidige roerige tijd heeft de iftar een maatschappelijke functie gekregen, zegt Emir Ertas van Islam en Dialoog in zijn toespraakje. Nu er geen dag meer voorbijgaat zonder dat je het walgelijke woord ‘moslimextremisme’ hoort en in de krant leest over mensen die het geloof misbruiken voor vreselijke misdaden, dient de iftar om onze buren ontmoeten. Vanavond is voor mensen die het belangrijk vinden om hier met elkaar te zijn, aldus Kees Rutten van het College van Bestuur. Hij spreekt de hoop uit dat mensen iets met elkaar krijgen.
Ik heb wel het gevoel dat ik tijdens deze iftar, de eerste iftar van mijn hele leven, iets heb gekregen met mijn tafelgenoten Latifa, Naaziha, Jamila, Naima, Renée, Titia, Sharona en Job. Het is nogal wat om in je eentje aan te schuiven bij een tafel waaraan allemaal onbekende mensen zitten. De tafels waar alleen mannen zitten loop ik sowieso voorbij. Straks gaan die alleen maar over voetbal praten en daar weet ik niets van. Maar ik zie een tafel met vrouwen die me sympathiek lijken en mijn geluk is dat de Iraanse vluchtelingstudente politicologie Sharona Asghari er ook zit en die ken ik, omdat ik haar een paar keer heb geïnterviewd.
Er zit wel één man, iemand van de afdeling Internationalisering van de psychologische faculteit, maar die lijkt ongevaarlijk genoeg.
Toch is hij degene die me meteen op mijn vingers tikt als ik al contact begin te maken met de andere tafelgenoten. Ik denk dat het de bedoeling is dat we eerst naar de muziek luisteren, zegt hij bestraffend. Er is inderdaad een meisje, Karsu Domez, heel mooi onder pianobegeleiding aan het zingen, maar ik ging ervan uit dat dat achtergrondmuziek is. Bovendien: ik ben niet de enige die praat. In de zaal klinkt flink geroezemoes.
Ik voel me ongemakkelijk vanweg mijn faux pas. Gelukkig redt Naaziha Eddaoudi me uit mijn benarde positie. Kom tussen ons in zitten, zegt ze, wijzend naar de krappe ruimte tussen haar stoel en die van haar buurvrouw, Jamila Aanzi. Dan kunnen we beter praten. Van een schotel voor haar pakt ze een dadel. Kunnen we al eten? Volgens mij kunnen we al eten. Ja, daar zitten ze ook al te eten.
Naaziha, doktersassistente in een kliniek voor kleinchirurgie, is actief in allerlei jongerenorganisaties. Mooi dat er iftars worden georganiseerd om de dialoog te bevorderen, vindt ze. Het probleem is dat de mensen die naar zo’n iftar komen, toch wel van goede wil zijn. Mensen die nú al niet in dialoog’ zijn, bereik je niet.
Die opmerking had ik voor aanvang van de iftar al gemaakt tegen Adem Kotan, VU-alumnus, medeoprichter van studentenvereniging Anatolia en nu coördinator van Islam en Dialoog voor de regio Noord-Holland. Dat is waar, beaamde hij. Sterker nog, ik hoop ook altijd maar dat er niet alleen maar allochtonen komen. Daarom organiseren we de iftars bij voorkeur in open ruimtes, zoals afgelopen vrijdag op de Dam. Dan kunnen we toevallige passanten uitnodigen een hapje mee te eten. Wat kun je anders doen?
Wat Naaziha doet, is mensen aanspreken die duidelijk hoorbaar opmerkingen over haar maken, zoals laatst nog in de Ikea. Maar mensen met hardnekkige vooroordelen verander je toch niet, zegt ze. Naaziha draagt een hoofddoek (die ze combineert met een nauwsluitende trui, een hippe broek en stoere cowboylaarzen) en dat lokt soms reacties uit. Bijvoorbeeld mensen die ik aan de telefoon heb gehad en die, als ze me daarna zien, zeggen: Nee, ik heb niet met jou gesproken, dat was een Nederlands meisje’.
Jamila, die wel moslim is, maar geen hoofddoek draagt, merkt nooit iets van de spanningen’ tussen moslims en niet-moslims waar iedereen het altijd over heeft. Jamila doet de masteropleiding Beleid, Communicatie en Organisatie en is actief voor de PvdA, maar ze twijfelt wel aan de verhalen van discriminatie op de arbeidsmarkt, die ze vaak hoort. Bij veel Marokkanen zit dat vast in hun hoofd, maar eerlijk gezegd zou ik ze vaak zelf ook niet aannemen als ze bij mij kwamen solliciteren.
Het probleem, vertelt ze, is nogal eens het CV. Ik zet al mijn nevenactiviteiten op mijn CV en ik heb gemerkt dat veel anderen dat niet doen. Maar tijdens de sollicitatiegesprekken die ik al heb gehad, ging het bijna alléén maar over die nevenactiviteiten! Een oplossing, bedenken we samen, zou een serie sollicitatiecursussen kunnen zijn.
Kijk, en dát is dialoog.
Een iftar-deelnemer met een autochtoon voorkomen (je weet het nooit zeker) vertelt dat hij vaker bij iftars aanschuift. Dan raak je bijvoorbeeld in gesprek met Marokkaanse jongens die je ook wel eens op straat ziet rondhangen, en dan krijg je toch een ander beeld, bekent hij.
Naaziha vertelt over haar werk in de kliniek, waar besnijdenissen en sterilisaties worden verricht en spiraaltjes geplaatst. En ik geef seksuele voorlichting! Haar beschrijvingen van de ingrepen beginnen een beetje plastisch te worden als Latifa, de zus van Jamila, een eind aan het gesprek maakt. Hallo, ik zit te eten!
Latifa wil niet dat ik schrijf dat ze net heeft voorgedrongen in de rij voor het eten. Nee, wijst Naaziha haar met een quasi-plechtig gezicht terecht, Hij heeft persvrijheid en dat moet je respecteren. Maar ik beloof Latifa met de hand op mijn hart dat ik niet zal schrijven dat ze heeft voorgedrongen.
Dit is een iets gewijzigde versie van het artikel ‘Hallo, ik zit te eten!’ in het VU-weekblad Ad Valvas van deze week.
20 oktober 2006 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS