Handbagage
Loor

Illustratie: Ilah
Over een aantal dagen vlieg ik naar mijn zusje, die al bijna twintig jaar in het mooie en inspirerende San Fransisco woont. Een ticket richting zonnig Californië leek haar het perfecte ontsnappingscadeau voor mijn verjaardag vanaf maandag tel ik dan toch echt 40 lentes. Nu maar hopen dat het leven daadwerkelijk zal beginnen bij ‘The Big Four-O‘ – ik heb namelijk hoge verwachtingen van dit cliché.
Precies vier jaar geleden vloog ik ook naar de VS met dezelfde bestemming. En met dezelfde travel-jitters als nu pakte ik al een week van tevoren mijn koffer in, om die ook weer minstens vijf keer uit te pakken, alvorens ik hem tevreden dicht kon ritsen.
Inmiddels heeft de samenstelling van de inhoud van mijn koffer niet meer mijn hoogste prioriteit en smijt ik er lukraak wat zomerjurken en teenslippers in. Nee, deze keer vergt mijn handbagage meer hoofdbrekens, gezien de onwaarschijnlijk zware beveiligingsmaatregelen die nu gelden voor al het vliegverkeer.
De waterbidon die ik mee wil nemen voor deze uitdrogende en lange vlucht, zet ik peinzend terug in mijn keukenkast. Niet meer dan 100 ml vloeistof van het een of ander mag ik meenemen op een vlucht van ruim elf uur. Zelfs het kleinste flesje lenzenvloeistof dat ik kan vinden bij mijn opticien, bevat nog steeds 120 ml – dat wordt dus flink klungelen met het overgieten in een nog kleinere verpakking.
Een paar van mijn antimigraine-powerpillen voor je-weet-maar-nooit en een slaappilletje mogen slechts onder een begeleidend schrijven van mijn huisarts mee in mijn tas. Op het briefje heeft hij ernstig en plechtig geschreven dat ene Loor niet zonder haar ‘in pilvorm gegoten redders in bange dagen’ op reis mag.
Tijden veranderen en voor mijn vaste lezers is dit onderwerp vast oud en uitgekauwd nieuws. Maar ik, die de laatste paar jaar alleen met de auto de grens over ging, moet nog even wennen aan het idee dat er mensen zijn die zelfs middels een strip hoofdpijnpillen in staat zijn een aanslag te plegen in het luchtruim. Ik kan me er niets bij voorstellen en wil me er ook niets bij voorstellen. Vliegen is op zich al een bezoeking voor een claustrofobisch en hoogtevrezend persoon als ik , maar nu mogen ze mij onder narcose en in een zilveren cocon richting eindbestemming katapulten, alwaar ik aan een plaatselijke en trendy bar zal worden bijgebracht. See no evil, fear no evil.
Het meest schrijnende aan deze ontwikkeling is dat zij onomkeerbaar is. De dreiging zal nooit meer verdwijnen, maar eerder toenemen. Verhalen over knalgele See Buy Fly tassen, gevuld met flessen sterke drank en parfum, die je nog net naast je beautycase (ook weer gevuld met allerhande overbodige maar heerlijk luxe vloeistoffen) in het handbagagevak kon proppen, zullen onze kinderen en kleinkinderen in de toekomst als onwaarschijnlijke sprookjes in de oren klinken.
Het zij zo. Mijn trip naar zonnig Californië wil ik niet laten overschaduwen door deze gedachten, maar liever had ik mij, onbezonnen als altijd, gestort op het dagenlang hysterisch in- en uitpakken van mijn koffer, die nu teleurgesteld in een hoek van mijn kamer staat en niet mag delen in de voorpret.
Loor (1967) verwondert zich in toenemende mate over het gebrek aan zelfspot en zelfbewustzijn bij haar medemens. Deze column is eerder gepubliceerd op Het Vrije Volk





RSS