Alles oké
Pamela Hemelrijk

Nu in Kanaleneiland min of meer de staat van beleg is uitgeroepen, is het leuk om nog eens terug te lezen wat de Volkskrant ons in 2004, twee weken na de moord op Theo van Gogh, over die wijk op de mouw probeerde te spelden. We kunnen hier met een gerust hart spreken van het meest politiekcorrecte, schijnheilige en leugenachtige artikel dat ooit van enige drukpers is gerold. De titel (Alles oké in Kanaleneiland’) spreekt voor zich. Lees, huiver, en zeg uw abonnement op die kutkrant onverwijld op.
Alles oké in kanaleneiland
DE VOLKSKRANT, 18 NOVEMBER 2004
Door Charlotte Huisman
Is Nederland een xenofobe samenleving na de moord op Van Gogh? In het hart van het Utrechtse wijk Kanaleneiland is nauwelijks sprake van extra spanning. ‘Laten we alsjeblieft zo snel mogelijk overgaan tot de orde van de dag.’
Pinguïns, ijsberen en sneeuwpoppen op grote, ronde, glimmende plateaus hangen hoog boven de hoofden van het gemêleerde publiek in grootwinkelcentrum Kanaleneiland. Donkere jongetjes zitten elkaar joelend achterna op de roltrappen; beneden hen bewegen veel gehoofddoekte vrouwen maar ook opvallend veel Nederlandse ouderen zich gestaag voort van winkel naar winkel.
Dancing Queen schalt er net een volumetje te luid door de lichte promenades, maar er zou meer kunnen zijn in dit opgepoetste winkelcentrum dat de kooplust zou kunnen bederven – de nasleep van de moord op cineast en columnist Theo van Gogh bijvoorbeeld, nu ruim twee weken geleden. Die zou hier kunnen leiden tot wantrouwende blikken over en weer als bevolkingsgroepen tegenover elkaar staan, al is het maar tijdens het boodschappen doen. Dit overdekte winkelcentrum – het grootste in de omgeving – trekt immers veel Nederlands publiek van buiten de wijk naar Kanaleneiland – een van de zwartste flatwijken van Nederland.
In Kanaleneiland-noord is nog maar vijf procent van de kinderen van Nederlandse komaf, Marokkanen zijn er in de meerderheid. Een achterstandswijk zogezegd, met de bijbehorende problemen als jeugdcriminaliteit en werkloosheid. Een kerk in de wijk kreeg ruim een week geleden bezoek van brandstichters; de moskeeën bleven tot dusver gespaard.
Of zouden juist hier spanningen een minder vruchtbare bodem vinden, in een omgeving waar autochtonen en allochtonen inmiddels wel gewend zijn aan elkaars aanwezigheid? Een winkelcentrum waar een winkelier bijna terloops opmerkt terwijl hij zijn muren boent: ‘Ze zijn nu wat uitbundiger, want de ramadan is net voorbij.’ Waar Joop van Kesteren op zijn zeventigste in zijn scootmobiel over de winkelpaden raast, de kinderwagens behendig ontwijkend.
Bij Van Kesteren moet je niet aankomen met ‘gekanker op buitenlanders’. ‘Ik woon hier ruim veertig jaar met mijn vrouw, er zijn alleen maar aardige mensen. Ik heb een mooi wagentje en ik heb hier nog nooit wat rottigs mee gemaakt.’
Niks aan de hand hier, wil ook de secretaris Kocak van de tegenover het winkelcentrum gelegen Turkse moskee graag uitgebreid benadrukken. Een moskee die is gevestigd in een merkwaardig rond bouwsel, een vroegere bibliotheek die nu behalve een gebedsruimte ook een groentezaak onderdak biedt.
Net de ramadan achter de rug, inclusief een gezamelijke maaltijd met de Nederlandse buren, alles bij het oude, zegt de moskeesecretaris. In de nabijgelegen witte wijk kijken ze je nu soms raar aan en zijn sommigen misschien wat banger geworden voor allochtonen. Maar niet hier, gelukkig niet hier, zegt Kocak.
Er zijn in het winkelcentrum groepen Marokkaanse jongeren die ‘sssssssss’ sissen als je ze aanspreekt en je vervolgens de achterkant van hun jack tonen; minachting en achterdocht spreekt daaruit en de boodschap is duidelijk: wegwezen. Er zijn Nederlandse ouderen die zeggen, zoals de vrouw met de doorleefde stem vanachter haar winkelwagentje met gevulde boodschappenzakken: ‘Ik bemoei me nergens mee, anders sturen ze hun hele familie op je af.’ En er is een zwart grapje dat sommige Nederlanders maken: ‘Hier op Kanaleneiland zal zeker geen aanslag worden gepleegd. Er zijn hier te veel van hun eigen mensen.’
De medewerker van electronicazaak Dixons heeft meer last van kleine criminaliteit, van extra spanningen tussen bevolkingsgroepen merkt hij weinig. Diefstallen zijn hier talrijker, zegt hij vanachter de balie. Zelfs vanachter het vitrineglas weten kleine jochies met dunne armpjes wel eens wat weg te peuteren, en valse bankpassen en ongedekte creditcards duiken hier vaker op dan in vestigingen elders. ‘De mensen zijn hier wel wat gewend’, besluit hij.
Maar zelfs van die klacht willen ze in de tegenovergelegen schoenenwinkel niets weten. Brede glimlachen zijn het, wel hele brede, die je tegemoet komen tussen de opgestapelde schoenendozen in Schoen Circus. Bedrijfsleider Jan Goudzwaard (54) en zijn assistent bedrijfsleider Abdilliah el Amrani (25) leunen doodgemoedereerd op de toonbank. Weinig klanten even, het lijkt ze niet te deren.
Ze kletsen, Goudzwaard vertelt zijn zoveelste sterke verhaal, El Amrani lacht. Ze verzetten hun been eens, voor die gaat slapen. Als er een groepje vrouwen binnenkomt voor een kieskeurige blik op de nieuwe modellen schoeisel, staat El Amrani ze te woord in eigen taal, terwijl Goudzwaard naar de twee peuters in de kinderwagen zwaait.
Bijna twee jaar staan ze samen in de winkel. Goudzwaard is blij met deze locatie op Kanaleneiland (‘Als ze naar Marokko of Turkije gaan, nemen ze zo twintig paar mee.’) En hij is blij met zijn assistent, die tevens fungeert als tolk. El Amrani praat graag, maar houdt politieke discussies het liefst kort. Zij laten hun goede humeur niet verpesten door gebeurtenissen elders, een chagrijnige kop jaagt alleen maar klanten weg toch?
Maar een kennis die de goedgeluimde schoenenverkopers komt groeten, is minder luchtig. Waarom komt er nooit meer iemand naast me zitten in de sneltram, vraagt deze Ali Awan (32 jaar, Pakistaan, asielzoeker) zich af. Dat moet met de angst voor moslims te maken hebben, terwijl hij notabene elke zondag een christelijke kerk bezoekt. Deed hij laatst zijn jas uit in de tram, werd het kruisje om zijn nek zichtbaar. En prompt was de zitplaats naast hem bezet.
Niet hier maar buiten Kanaleneiland, daar is het nu minder leuk voor Marokkanen, merkt Mohamed Bodara (18) even later op. Loopt hij of een vriend met een Nederlandse vriendin, dan kijken ze ‘vies’ naar hen. Ook bij zijn werk, het bezorgen van pizza’s, zegt hij hinder te ondervinden van de recente gebeurtenissen. Sinds de moord op Van Gogh heeft hij het idee dat Nederlanders die hij de weg vraagt hem óf niet willen helpen, óf hem steevast de verkeerde kant opsturen. Ziet hij vervolgens zo’n vrouw die zei dat adres niet te kennen, in de betreffende straat haar huis binnengaan.
Wat Bodara zich ook afvraagt: werd het bedreigde Tweede-Kamerlid Geert Wilders nu ook naar het leven gestaan door directe buurtgenoten uit Kanaleneiland? En door wie dan? Wilders woonde namelijk bij hem in de straat. En Wilders kwam wel eens een praatje maken als hij met zijn vrienden op straat stond. Vinden jullie dat leuk dat buiten staan, en waarom staan jullie altijd in een groepje? Dat soort dingen wilde het Tweede-Kamerlid van hen weten. ‘We hebben wel eens met hem gediscussieerd over waarom hij Turkije niet bij Europa wilde’, vult vriend Achmed (16) aan. Bodara: ‘Wilders gaf als argument: Ik maak van mijn buurman toch ook geen familielid? Wij vonden daar wel wat inzitten. Hij mag van ons zijn mening uiten hoor.’ En Mohamed en Achmed vervolgen hun weg door het winkelcentrum.
Op het terras van lunchroom Show Pain zit intussen een man achter een kop koffie die zichzelf een racist noemt. Rudie (72), wat gezet, bril en baardje rond een lachend rood gezicht, is tevens een zelfbenoemde hangoudere. Maar dat racisme toont hij hier natuurlijk niet: ‘uit lijfsbehoud’. Dus zegt hij soms de karakteristieke groet van Marokkanen te maken: met de hand naar de borst wanneer hij een allochtoon tegenkomt.
Anderhalf jaar geleden betrok Rudie een seniorenflat op Kanaleneiland. ‘Hier wil niemand wonen, ik had hier zo een huis’. Een noodgedwongen verhuizing was het, vanwege een onverkwikkelijke scheiding na 37 jaar huwelijk. ‘Ze wil nu alimentatie voor de hond, nou vraag ik je’, zegt Rudie. Zijn rollator laat hij liever thuis. Want lopend met zo’n ding, zo zegt hij, word je ‘steevast bekogeld door zulk klein tuig’.
Een winkelwagentje om op te leunen geeft hem een veiliger gevoel als hij door de winkelpromenades schuifelt. En wat voelt hij zich weerloos als hij door de smalle donkere steeg naar zijn flat loopt. Nooit neemt hij een haakse bocht, hij weet precies welke ruiten hem spiegels bieden naar donkere hoeken.
Rudie zegt ’totaal geflipt’ te zijn na de moord op Van Gogh. En zeker ook is hij anders gaan kijken naar buitenlanders. Diezelfde dag van de moord belde hij in een opwelling de huisbaas: ‘Hoe krijg ik zo snel mogelijk een aanleunwoning elders, weg uit deze concentratiewijk?’ Maar tevens belde hij die bewuste dag de thuiszorg. Juist om te benadrukken dat hij hoe dan ook zijn thuiszorgmedewerker Mohamed wilde behouden, ‘want Mohamed is goud’.
Rudie: ‘Volgens mij is Mohamed zelf een Marokkanenhater. Dan roept hij tegen mij van: ”Kijk eens uit het raam, het lijkt Marokko wel”.’ Rudie heeft, kortom, genoeg van ‘het unheimische gevoel in deze wijk’, zegt hij. ‘Zij moeten zich aanpassen, maar ze vertikken het.’
Maar even verder in het winkelcentrum schiet bedrijfsleidster Christel van videotheek Movie Max vol, als haar wordt gevraagd naar de nasleep van de moord op Van Gogh. ‘Dat ik mijn jongens nu zo moet verdedigen’, zegt ze. Haar jongens zijn de ‘gouden gozers’, de Marokkanen die voor haar werken. Maar haar kennissenkring heeft toch wel wat vragen over hun denkbeelden over de islam. ‘Omdat mensen in Kanaleneiland moslims kennen, maken ze gemakkelijker het onderscheid’, meent ze.
Verleden week zag ze hoe pal voor het raam van haar videotheek een autoruitje werd ingetikt en hup, daar fietsen twee kleine Marokkaantjes weg met een laptop. Kutmarokkaantjes zijn dat, zegt zij, ‘van de kleine groep die het voor de anderen verpest’. Terwijl een van ‘haar jongens’ nog naar de lawaaidemonstratie op de Dam geweest, ter nagedachtenis van Van Gogh. ‘Hij trekt zich het gebeuren erg aan. Ik zou het zo erg vinden als hij zich niet lekker zou voelen omdat anderen rare dingen doen.’ Zij besluit: ‘Je mag het eigenlijk niet zeggen na zo’n ingrijpende gebeurtenis als de moord op Van Gogh. Maar eeh, laten we alsjeblieft zo snel mogelijk over gaan tot de orde van dag.’
Copyright: de Volkskrant
Voordat columniste Pamela Hemelrijk doorbrak op Frontaal Naakt, schreef zij onder andere voor Metro, het Algemeen Dagblad en De Gezonde Roker.





RSS