Blind date
Loor

Patrizia Laquidara (foto: Luigi de Frenza)
Er zijn van die dingen waarvan je van tevoren al weet dat je ze eigenlijk niet moet doen, maar je doet ze toch. Zo ook toen een bevriend stel onlangs een blind date voor me had geregeld. Met de nog beschikbare en in Parijs woonachtige broer van de mannelijke helft van het stel.
Omdat de mannelijke helft van het stel een in vele opzichten bijzonder aangenaam mens is, durfde ik een blinde ontmoeting met iemand die dezelfde genen draagt wel aan. Ook het Parijs-aspect speelde een niet onbelangrijke rol (ondanks het minitrauma dat ik eens in die stad heb opgelopen) en dus stond ik een week later op Schiphol om mijn afspraak te verwelkomen, me licht nerveus afvragend of dit allemaal wel zo verstandig was.
Het antwoord op die vraag kwam al snel, toen De Broer Van ineens voor mijn neus stond, zijn armen spreidde (als was hij Jezus himself), mij stevig in diezelfde armen sloot en vervolgens zijn tong in mijn mond duwde.
Op het moment dat ik mijn spraakvermogen weer terug had en hem naar lucht happend probeerde te zeggen dat hij toch echt een paar stappen oversloeg, sleurde hij mij in hoog tempo en nog steeds in de houdgreep houdend richting de uitgang. Ontsnappen was schier (goed woord) onmogelijk.
Waarom ik er toch niet als een haas vandoor ging? Ja, ja nou kijk, mijn primaire gedachte was inderdaad ‘gillend naar huis en nooit meer omkijken’, terwijl mijn secundaire gedachte heel hard ‘to hell with dating, for once-and-for-all!‘ schreeuwde. Maar het was De Broer Van en hij kwam helemaal overgevlogen uit Parijs én er werd een beroep gedaan op mijn avontuurlijke aard, waar ik altijd zo prat op ga, dus wilde ik niet meteen de handdoek in de ring gooien. Een overduidelijke catch 22.
Na een hysterische taxirit naar het door mij besproken restaurant (én een goed glas wijn, waardoor de levensgenieter weer in mij opspeelde) probeerde ik, nog steeds gelovend in Het Avontuur, de tongzoen en de houdgreep van me af te schudden. Dat hij non-stop en vol ontzag naar de borsten van de wulpse serveerster bleef loeren, negeerde ik voor de lieve vrede ook maar.
Mijn verwoede pogingen om de broer in De Broer Van te ontdekken, leverden mij die avond niets op. De appel was nog nooit zo ver van de boom gevallen. Het schaap was nog nooit zo zwart geweest. En hoe meer ik zijn zelfgenoegzame monologen aanhoorde, hoe meer walging ik weg moest slikken. Nog niet eerder had een mens zó geboft met zichzelf.
Het toppunt van mijn geduld werd bereikt toen hij mij midden in een zin met een heftig handgebaar onderbrak, omdat hij ter plekke een Intens Muziekmoment beleefde. Vol ongeloof heb ik zeker vijf minuten naar zijn gesloten ogen en trillende mond zitten staren, terwijl hij helemaal opging in de muziekkeuze van het hippe en overvolle restaurant. Hij hield zich daarbij zo griezelig stil, dat ik nauwelijks een hap durfde te nemen van mijn eten. Zijne Heiligheid mocht niet gestoord worden in zijn ‘beleving’, dus zweeg ik tot zijn uitgestoken hand mij weer toestemming gaf te spreken en verder te eten.
Een kleverig drankje in het gezicht van De Broer Van was natuurlijk de enige aanvaardbare afsluiting van deze avond geweest. Ik was kwaad, uitgeput, maar uitte dat niet verbaal. Of fysiek. Nee, ik, Loor, Vrije Geest en Avonturierster met een grote bek, bracht hem keurig naar zijn logeeradres, bedankte hem voor het eten en de genomen moeite, daarmee mijn vriendschap met het stel zeker stellend.
Daten. Soms leuk, vaak een gruwel. Vooral de ‘blinde’ versie ervan. Na dit zoveelste fiasco wil ik dapper blijven roepen ‘ach mensen, dit is genieten!’ en ‘ach mensen, dit is leven!’, maar voorlopig vind ik het wel weer even mooi geweest, qua treurnis. To hell with dating. For now…
Loor (1967) is individualist tegen wil en dank. Ze heeft een broertje dood aan middelmatigheid. Ze is een warm, lief en mooi mens, maar niet geheel ongevaarlijk.





RSS