Frontaal
Naakt
22 december 2007

Eén klein sneetje

Peter Breedveld

Pinup7 (18k image)

Ik ben eindelijk toegekomen aan het eerste deel van Philip Pullmans His Dark Materials, Northern Lights. De trilogie (waarvan de titel verwijst naar Miltons Paradise Lost) staat al jaren op mijn must read-lijstje (het is zo verdomd verleidelijk het stugge Nederlands te doorspekken met het plooibare Engels; ‘lijst-van-boeken-die-ik-beslist-nog-moet-lezen’ zou bijna een hele regel in beslag hebben genomen), onder andere omdat Philip Pullman mijn held werd na lezing van dit artikel in The New Yorker, waarin een Britse conservatief hem ‘de gevaarlijkste schrijver van het land’ noemt, de schrijver ‘waar atheïsten voor zouden bidden, als atheïsten zouden bidden’.

Een veel geciteerde uitspraak van Pullman is dat ‘iedere monotheïstische religie uitmondt in het vervolgen en uitmoorden van andersdenkenden’. Nectar voor een inwoner van een land waar zelfs zelfverklaarde atheïsten als Job Cohen het monotheïsme als bindmiddel voor de samenleving zien. Gelukkig is nog niet iedereen gek geworden. Er zijn nog verstandige mensen met invloed.

Pullmans invloed is enorm. Miljoenen exemplaren zijn er verkocht van His Dark Materials en het eerste deel is inmiddels verfilmd en draait nu in de bioscoop. Christenen, las ik in de krant, lopen te hoop tegen de atheïstische boodschap die Pullman in zijn werk zou verkondigen en roepen (hoe verrassend) om censuur, waardoor Pullman nóg meer boeken verkoopt en nóg invloedrijker wordt. Gelovigen zijn zo dom. Ik geloof niet dat het ooit is gebeurd dat ze iets probeerden te verbieden dat zich niet juist dáárom stevig in het collectieve bewustzijn van de hele mensheid heeft genesteld. Ze leren het fucking nooit.

Het is niet alleen Pullmans antireligieuze, anti-autoritaire houding die me aantrekt. In The New Yorker veegt hij ook de vloer aan met C.S. Lewis (schrijver van The Chronicles of Narnia (‘Moreel verwerpelijk […] de misogynie, het racisme, de sadomasochistische hang naar geweld waarmee het werk is doordesemd’) en met The Lord of the Rings (‘Niet meer dan een suikerspin, zonder enige substantie’).

Wie Tolkien aanpakt, heeft bij mij een streepje voor. Eens in de zoveel tijd word ik door iemand, meestal een vrouw, om de één of andere mysterieuze reden aangezien voor iemand die The Lord of the Rings wel zal kunnen waarderen en die geeft me dan een dikke pil met het complete werk cadeau. Ik heb inmiddels een indrukwekkende verzameling Lord of the Rings en ben van plan ze op enig moment ritueel te verbranden.

Nu ben ik alweer vier alinea’s verder en heb ik nog niet gezegd waar het me eigenlijk om ging: Northern Lights is een echte page-turner. Ik kan niet zeggen dat ik het in één adem heb uitgelezen, want het boek is vierhonderd pagina’s dik en ik heb verantwoordelijkheden, waardoor ik me er steeds – met enorme tegenzin – uit los moest rukken. Om te beginnen is het verhaal waanzinnig spannend, het is zo’n ouderwets boek waarvan je wilt weten hoe het verder gaat. Het bevat personages waarvan je gaat houden. Sommige gaan dood, waardoor het gevaar, dat in het verhaal dreigt, wezenlijk is. Daarnaast is Northern Lights een filosofisch werk, over de ethiek van wetenschap, de ontwikkeling van het geweten, persoonlijke moed, zelfopoffering in dienst van de vrijheid.

Maar waar niemand het over heeft, en ik vraag me daarom af of het aan mijn verdorven geest ligt, is dat Northern Lights volgens mij ook heel erg over seks gaat.

Het verhaal speelt zich af in een alternatieve versie van onze wereld, waar wel een Reformatie heeft plaatsgevonden, maar in plaats van een splitsing van het christendom in Rooms-katholicisme en protestantisme is daar een soort oppermachtige gereformeerde Rooms-katholieke kerk uit voortgekomen die zijn zetel van Rome naar Genève (de stad van Calvijn) heeft verhuisd. De kerk, in Northern Lights aangeduid als the Magisterium, subsidieert een aantal Inquisitie-achtige organisaties die ze gebruikt om het volk eronder te houden en die tegen elkaar uitspeelt om de eigen macht te consolideren. Eén van die organisaties is the General Oblation Board, die kinderen ontvoert naar een laboratorium in de poolcirkel, waar ze worden gescheiden van hun dæmon.

Dæmons zijn alterego’s in de vorm van dieren, elk onlosmakelijk verbonden met een mens, wiens gemoedstoestand hij weerspiegelt. Dæmons fungeren ook als een soort geweten. De dæmons van kinderen kunnen van vorm veranderen, die van volwassenen hebben de onveranderlijke vorm aangenomen die de essentie van hun mens het best weergeeft. De volwassen dæmon van de slechterik in Northern Lights, Mrs Coulter, is een gouden aap.

Mrs Coulter, hoofd van de General Oblation Board, onderzoekt de eigenschappen en herkomst van Dust, elementaire deeltjes die zich concentreren rond volwassen, niet rond kinderen, en die daarom door de kerk worden beschouwd als een concrete manifestatie van de Erfzonde. Mrs Coulter denkt dat de veranderlijke vorm van hun dæmons er de oorzaak van is dat kinderen geen Dust aantrekken. Ze haalt ze daarom uit elkaar, om te zien wat er gebeurt. De gevolgen zijn verschrikkelijk: de kinderen veranderen in zombieachtige, getraumatiseerde spoken en vaak sterven ze.

De hoofdpersoon in Northern Lights is de elfjarige Lyra Belacqua, die met een groep gyptians, een soort waterzigeuners van Nederlandse afkomst (Geuzen?) naar de Poolcirkel reist om de ontvoerde kinderen te redden, waaronder haar vriendje Roger en haar oom Lord Asriel (die haar vader blijkt te zijn), een avontuurlijke wetenschapper die de ketterse theorie aanhangt dat er parallelle universa bestaan en dat Dust het middel is om naar die parallelle universa te reizen.

Die dæmons, dat zijn natuurlijk metaforen voor seksualiteit. Dæmons zijn vrijwel altijd van het andere geslacht dan hun mens en kunnen elke dierlijke vorm aannemen die ze willen, maar dat begint te veranderen in de puberteit en volwassen dæmons zitten vast aan hun gestolde vorm: de vorming van de seksuele identiteit. Het beroven van de ontvoerde kinderen van hun dæmons staat dan voor de onderdrukking en verminking van de seksualiteit waar het monotheïsme het patent op heeft.

Lord Asriel wijst Lyra op zeker moment op het verhaal van de zondeval in de bijbel, waarin Adam en Eva zich na het eten van de Boom des Kennis plotseling bewust worden van hun naaktheid en elkaars dæmons kunnen zien. Ik heb het verhaal van Adam en Eva altijd gelezen als een parabel over de ontluikende seksualiteit van jonge mensen. Ze verliezen er hun kinderlijke onschuld mee en worden zo verstoten uit hun paradijselijke staat. Nooit meer samen in bad, met smart kinderen baren. ‘En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.’

Kinderen worden van hun dæmons gescheiden door middel van ‘just a little cut‘, in de woorden van Mrs. Coulter. Dat doet Lord Asriel denken aan de castraten, zangers in kerkkoren die voor hun tiende werden gecastreerd, zodat hun stem niet zou breken. ‘It means removing the sexual organs of a boy so that he never develops the characteristics of a man. A castrato keeps his high treble voice all his life, which is why the Church allowed it: so useful in Church music. (…) But the Church wouldn’t flinch at the idea of a little cut, you see.

Just a little cut. Ik hoef hier niet te verwijzen naar die andere monotheïstische wereldreligie onder wier hoede kleine mensen zo van hun seksualiteit worden beroofd. Hun seksualiteit, hun diepste wezen, hun essentie, hun dæmon.

De band tussen Lyra en haar dæmon, die Pantalaimon heet, blijft intact, althans in het eerste deel (de twee volgende delen moet ik nog lezen) en haar seksualiteit ontluikt dus ongestoord. Maar wat dát moet worden… Lyra’s liefde voor de gepantserde beer Iorek Byrnison is wel héél passievol. Iorek, die is verbannen uit het gepantserde berenrijk Svalbard, moet het in een gevecht opnemen tegen de corrupte berenkoning Iofur Raknison. Lyra gooit al haar vrouwelijke charmes in de strijd om Iofur te misleiden, door hem wijs te maken dat ze liever bij hem is dan bij Iorek. Voor het gevecht begint, fluistert ze echter in Ioreks oor: Fight well, Iorek, my dear. You’re the real king, and he en’t. He’s nothing. Arme Iofur. En als we hier Lyra’s vrouwelijkheid niet tot volle wasdom zien komen…

Tijdens het gevecht, waar Lyra behoorlijk opgewonden van raakt, spat een druppel van Ioreks warme bloed op haar bontjas (‘fur‘). ‘And she pressed her hand on it like a token of love.’

Lyra berijdt Iorek als een paard. Aanvankelijk heeft ze moeite op hem te blijven zitten, maar uiteindelijk worden zij als één:

His motion was now so much a part of Lyra’s being that to sit balanced was entirely automatic. He ran over the thick snowy mantle on the rocky ground faster than he’d ever done, and the armour-plates shifted under her in a regular swinging rhythm.

Een elfjarig meisje en haar stoere beer. Hier moet Ernst Hirsch Ballin natuurlijk keihard tegen optreden, want dat kán niet goed gaan.

Peter Breedveld leest nu met rooie oortjes The Subtle Knife (wat een erotisch geladen titel!), deel twee van His Dark Materials.

Algemeen