Voor mijn Verlater
Hassnae Bouazza

Liefste Verlater, hoe groot de verleiding ook is om alles opnieuw tot leven te roepen en hier vast te leggen voor jou en mij, kies ik er toch voor de details nu even te laten, wellicht dat ik er later alsnog op terugkom en elk moment zal herscheppen. Het is namelijk nu eenmaal zo dat ieder moment bijzonder is geweest en ik in herhaling zou vallen over die ene blik, dat ene moment of die speciale lach. Samen vormen ze ons.
En dat is waar het nu om gaat. Ons. Al weet ik op dit moment niet zeker of er ooit een ons is geweest.
Ik wilde aanvankelijk niet. Ik probeerde van alles te verzinnen en in mijn hoofd had ik hele betogen die ik dan op je af zou kunnen vuren, maar ik heb ze je nooit laten horen.
Ik was weerloos, totaal weerloos. En ook nu, nu ik het schrijf, voel ik alle gevoel uit me wegvloeien. Je maakte me het hof. Anders kan ik het niet omschrijven. Je belde me, schreef me en je kwam naar me toe. Je nam me mee naar fijne plekken en hoewel de gedachten aan later me niet verlieten, liet ik me meevoeren. Je was alles wat ik ooit wilde: elk moment dacht je aan me, en elk moment dat je dat deed, liet je me dat merken. Je belde me talloze keren op een dag, je nam me mee uit, mailde, belde, belde nog eens en nog eens, mailde weer en als je daarmee klaar was, kwam je naar me toe. De inhoud was steeds hetzelfde, maar verveelde nooit: hoe gek je op me was, hoe blij je met me was, hoe ik mooi ik voor je was en hoe graag je toch bij me wilde zijn.
Hoe kan ik je uitleggen hoe ik me voelde? Je overviel me. Ik werd licht in mijn hart. Een gevoel van springerigheid beving me. Totale onbezorgdheid. Vaak zei ik dat het mooiste, wat ik kan bereiken, geestesrust is die voortvloeit uit een zuivere liefde. Die geestesrust had ik bij je en die zuivere liefde dacht ik ook gevonden te hebben. Je lichaam waar ik eerst weerstand tegen bood, werd mijn thuis. Ik wilde in je opgaan en jou in mij op laten gaan. Ik verloor me in jou, in jouw lichaam en in dat volkomen ongeremde gevoel van onvoorwaardelijkheid.
Daar waren we dan; twee mensen die geen seconde doorbrachten zonder de ander in gedachten met zich mee te dragen, met een onstilbaar verlangen dat alleen maar groter werd en onbedwingbaar. Ik wilde oplossen in jou en één met je worden, voorgoed. Jou in mij voelend, raasde er slechts één gedachte door mijn hoofd: dit wil ik nooit meer kwijt. Zoals ik mijn thuis niet kwijt zou willen. Zoals ik mijn been niet kwijt zou willen, zo wilde ik jou niet kwijt, want waar is een mens zonder zijn huis, zonder al zijn ledematen.
Ik wil ineenkruipen en tegen je aan liggen. Mijn rug krommen, mijn benen optrekken en mijn kromme rug tegen je holle buik voelen. Ik wil dat je me omsluit zoals de schil van een vrucht. Ik wil onscheidbaar worden van jou. En dan zachtjes je lippen tegen me aan voelen. Eerst in mijn nek, dan richting mond, en vervolgens je tong proeven. Je tong wil ik opdrinken. Ik wil je tong niet meer uit mijn mond, ik voel hoe je mijn benen spreidt, en hoe ze zich gulzig om je heen slaan. Nu omvat ik jou. Ik wil jou. Ik kan niet zonder jou. Je tong gaat mijn hele lichaam af en ik wil jou in mijn mond voelen. Ik wil elke vezel van je lichaam proeven. Ik sluit mijn benen nog harder om je en voel je in mij. Onlosmakelijk.
Ik voel jouw leven in mij en jij mijn leven om jou. Samengesmolten. Het is te veel, ik kan het gevoel niet aan, maar zo kanaliseren we het. Ik kijk je aan en zie hoe je je mond tuit en nog dichter bij me wilt zijn, nog dieper. En al ik kan doen is je nog meer omsluiten, nog meer tot me nemen, als een dorstige die eindelijk in het water springt en haar zinnen verliest. Jij hebt mijn zinnen. Jij bent mijn zinnen. Je bent mijn ochtend, het kloppen van mijn hart, de aders die mijn bloed laten stromen, je bent mijn eten dat me sterk houdt en het water dat mij laat leven. Bij jou ben ik als een klein vogeltje dat onrustig in het nest wacht op de moeder die haar komt voeden. Ik open mijn mond naar je en lever me aan je over. Je voedt mijn lichaam, mijn geest, mijn fantasie. Ik geef me aan je over.
Dan hoor ik je. Een glimlach vormt zich rond mijn mond. En om de jouwe. Ik voel je borstkas op een neer gaan en hoor je diepe adem.
Dat zijn wij.
Hassnae Bouazza is schrijfster, journaliste, documentairemaakster (Vrij Nederland, VPRO, NIO), tolk Arabisch/Engels en een total fox. Bovenstaand fragment komt uit een bundel kortverhalen van haar, te verschijnen bij uitgeverij Prometheus.





RSS