Dubbele paspoorten
Jona Lendering

Foto: Jock Sturges
Van tijd tot tijd duikt het onderwerp op: het zou onwenselijk zijn dat allochtonen in Nederland een dubbele nationaliteit hebben. Begrijp ik het goed, dan wordt momenteel diplomatiek overleg gevoerd met Marokko, dat automatisch de Marokkaanse nationaliteit geeft aan de kinderen van in Nederland verblijvende Marokkanen, en dat het niet erkent als dezen hun nationaliteit teruggeven. Zo’n dubbele nationaliteit, zo wordt vaak betoogd, verhindert de integratie van minderheden in Nederland.
Een respectabel standpunt, maar ik denk dat er twee redenen zijn om de dubbele nationaliteit toch nog maar even te handhaven. Daarvoor heb ik zowel een cynisch als een ideëel argument, waarbij het eerste politiek haalbaar is en het ander – ach, mag een mens niet dromen?
Het cynische argument: in de criminaliteitsstatistieken zijn Marokkaanse jongens oververtegenwoordigd. (Ik heb dat niet nageteld en ben me bewust dat met statistieken kan worden gelogen, maar sinds mijn buurjongen Mohammed mijn fototoestel heeft gestolen geloof ik ongezien dat die cijfers kloppen.) Zolang deze jongens, in de wandeling aangeduid als ‘kutmarokkanen’, een dubbele nationaliteit hebben, bezit Nederland een uiterste sanctie: als ze, na één keer met de politie in aanraking te zijn geweest, nog altijd niet willen sporen, kan hun het Nederlanderschap worden ontnomen. Hebben ze op dat moment een Marokkaans paspoort, dan kunnen ze het land worden uitgezet, en zoals ik mijn buurjongen ken, is dat een sanctie die hem meer beangstigt dan een nachtje in de politiecel. Kortom, laat die dubbele nationaliteit vooral bestaan.
Dan nu het argument dat alleen geldig is in een ideale wereld. Nationaliteiten zijn middeleeuwse verzinsels. In die tijd behoorde je, grosso modo, bij een der drie standen (geestelijkheid, adel of burgerij) en was van nationaliteit nauwelijks sprake. Een man als Thomas van Aquino is in Italië geboren, behoorde tot een zijtak van de Duitse keizerlijke familie en leefde in Frankrijk – maar vóór alles beschouwde hij zichzelf als geleerde.
Nationaliteiten zijn pas later ontstaan, in de tijd waarin de overheid als instituut een belangrijkere rol ging spelen. Voor dat laatste was de zogeheten prijsrevolutie een voorwaarde: de enorme inflatie in de zestiende eeuw, die de waarde van edelmetaal voldoende deed afnemen om het mogelijk te maken dat het betaalverkeer werd gemonetariseerd, wat het weer mogelijk maakte belastingen te innen en een staatsapparaat op te bouwen. Terwijl de overheid steeds belangrijker werd, groeide ook het nationalisme.
De steeds belangrijkere overheid stelde zich, althans in theorie, garant voor de burgers van het land; heel netjes natuurlijk (ik schrijf dit zonder sarcasme), maar die burgers hebben er nooit om gevraagd. Waarom zou ik, om het enkele feit dat ik in Beneden-Leeuwen ben geboren, allerlei malle administratieve handelingen moeten verrichten als ik toevallig Belg wil zijn?
En, belangrijker nog: waarom ben ik in het buitenland aangewezen op de bemiddeling van de Nederlandse ambassade? Ik kom wel eens in een land waar Nederlandse bezoekers elkaar zeggen dat, als je in de problemen komt, je het beste contact kunt opnemen met de Duitse ambassade. Helaas is dat geen oud-Hollands staaltje zelfhaat: de Nederlandse diplomatie heeft daar inderdaad steken laten vallen. Gelukkig mag je als EU-lid bij elke EU-ambassade hulp vragen, maar eigenlijk is mij dat te beperkt. In sommige landen ben je beter af door je te vervoegen bij de Amerikaanse, Russische of Saoedische ambassade, dus waarom zou je dat als burger niet mogen? Ik wil verdikkeme álle nationaliteiten, voor een optimale rechtsbescherming.
Jona Lendering is historicus en werkt momenteel aan een boek over de islamitische invloed op de Europese cultuur en een boek over het ontstaan van het Christendom en rabbijns Jodendom.





RSS