Frontaal
Naakt
9 juni 2009

Met de kolf van mijn geweer

Peter Breedveld

ronamato2 (68k image)
Foto: Ron Amato

‘Er komt een kind aan. Je zegt tegen hem: “Je mag er nu door, maar doe me een plezier en ga naar huis.” Vijf minuten later staat-ie weer voor je neus. Je zegt: “Hoor es, je zou meteen naar huis gaan, ophoepelen nu.” Na een week heb je het helemaal gehad met dat kind en met al die mensen. Je staat acht uur per dag op wacht en je bent zo moe, je bent het zo zat, dat de hele zooi je geen ruk meer kan schelen. Dan komt er weer iemand aan en het interesseert je niet of hij oud is, een man, een vrouw, een volwassene, een kind, het zal je worst wezen welk ras hij is, of welke kleur hij heeft. Je zegt gewoon “La, ruh ‘al beit” (“Nee, ga naar huis”). Heb je groenten nodig? Wat kan mij je groenten schelen? Er is een avondklok, klaar. Je gaat nergens heen, behalve naar huis. Je huis is de andere kant op? Jammer dan, je komt er hier niet doorheen.’

(Van Breaking the Silence)

Het Israëlische leger staat erom bekend de hoogste morele standaards te hebben. Alle soldaten hebben een boekje in hun borstzak waarin een ethische code, de kernwaarden van het leger staan omschreven, zoals verantwoordelijkheid, discipline en respect. Antropologe Erella Grassiani, die voor haar promotieonderzoek enkele tientallen afgezwaaide Israëlische soldaten interviewde, het doen en laten bij de controleposten in de bezette gebieden observeerde, en zich daarnaast baseert op de verhalen van ‘klokkenluiders’ die verzameld zijn door op de Israëlische organisatie Breaking the Silence, maakt zich echter geen enkele illusie over die moraliteit. “Die zogenaamde ethische code van het Israëlische leger heeft nul komma nul effect”, zegt ze beslist.

In de nasleep van de recente Israëlische aanval op Gaza was er veel media-aandacht voor de misdragingen van Israëlische militairen, die door de legerleiding en de regering werden afgedaan als incidenten, waarvoor de verantwoordelijken beslist zouden worden gestraft.

Maar Grassiani’s onderzoek laat zien dat de misdragingen structureel zijn, een bijna onvermijdelijk gevolg van de omstandigheden waaronder jonge soldaten fungeren als onderdeel van een bezettingsmacht. Ze maken zich schuldig aan gebrek aan respect voor de Palestijnen, het treiteren van Palestijnen bij de controleposten, buitensporig geweld, in het wilde weg schieten tot aan het doden van onschuldige burgers toe, dat vervolgens in de doofpot werd gestopt.

“Eén van de soldaten vertelde me het verhaal van een wraakmissie door soldaten na de dood van enkelen van hun kameraden, waarbij een aantal willekeurige Palestijnse politiemensen, die er niets mee hadden te maken, werden gedood.”

Veel ex-soldaten met wie ze sprak, hadden het steeds over ‘shkhika‘, Hebreeuws voor verschraling, afstomping. Vooral bij de controleposten krijgen soldaten er snel last van. “Ze bedoelen mentale en fysieke uitputting”, aldus Grassiani. “In het begin zijn ze vaak nog vol respect, maar na een paar dagen zijn ze al zo moe van het gezeur van de mensen, het geblèr en gehuil van kinderen, de warmte of de kou, de verveling, dat ze hun frustraties beginnen af te reageren op de Palestijnse burgers. En omdat ze zich in een machtspositie ten opzichte van de Palestijnen bevinden, hebben ze daar ook alle gelegenheid toe.”

Het gaat om jonge jongens, legt Grassiani uit, die niet kunnen omgaan met de enorme macht die ze over mensen hebben. Bovendien maken ze deel uit van een bezettingsmacht, waardoor ze politietaken moeten vervullen, zoals controles. Soms zitten ze zich dagenlang te vervelen in een pantservoertuig, waardoor ze maar gaan schieten op zonnepanelen of de waterreservoirs op de daken van Palestijnse huizen, zich volstrekt onbewust van het leed, dat ze anderen daarmee berokkenen.

De soldaten staan vaak voor enorme morele dilemma’s. “De beslissing die ze moeten nemen als er een hoogzwangere vrouw voor ze staat, die naar het ziekenhuis moet, terwijl ze orders hebben gekregen dat er beslist niemand door mag, dat is simpelweg te zwaar voor ze”, aldus Grassiani.

Bovendien zeggen veel ex-soldaten dat de macht, die ze over anderen hadden, verslavend was. “Ik schaamde me toen ik me op een dag realiseerde dat ik van die macht genoot”, citeert Grassiani één van hen in haar proefschrift. “Zo doe je niet tegen anderen, zeker niet als ze jou helemaal niets hebben gedaan. Maar ik kon er niks aan doen, ik genoot er gewoon van.”

‘Het maffe is dat je daar staat, een soldaat van het Israëlische leger, oké? Je hebt een machinegeweer met de veiligheidspal eraf: ‘Ja, wat nou? Ben jij gek? Hoe haal je het in je hoofd om niet naar me te luisteren? Ik schiet je zo dood. Ik kan je schedel splijten met de kolf van mijn geweer en dikke kans dat mijn bevelhebber me een schouderklopje geeft en zegt: Laat ze maar zien wie hier de baas is. Eindelijk snap je hoe het werkt.’

(Van Breaking the Silence)

Wat moet er gebeuren om aan die wantoestanden een einde te maken? Grassiani hoeft niet lang na te denken: “Er moet een einde komen aan de bezetting van de Palestijnse gebieden. Van bovenaf een ethische code opleggen werkt niet, en diensten verkorten van acht uur naar bijvoorbeeld vier uur zal ook niet helpen. Het sluipt er hoe dan ook in, dat zie je aan vergelijkbare situaties in bijvoorbeeld Irak en Afghanistan.

Grassiani gebruikt het woord ‘trauma’ niet graag, maar dat de soldaten door hun ervaring levenslang beschadigd raken, lijdt volgens haar geen twijfel. “Ik had bij veel soldaten het gevoel dat er iets bij ze was geknapt. Vaak hadden ze dingen gedaan of gezien die niet door de beugel kunnen, en daarmee konden ze eigenlijk bij niemand terecht. De Israëlische samenleving wil er niets van weten. Ze ziet de soldaten liever als slachtoffer van de agressieve Palestijnen.”

Grassiani zou met de soldaten hebben kunnen optrekken als ‘embedded‘ onderzoeker, maar dat wilde ze niet, “omdat ik niet door het leger wil worden gecensureerd.” Haar onderzoek is wel deels gefinancierd door de Koninklijke Nederlandse Militaire Academie. “Omdat vergelijkbare situaties als die in de bezette gebieden ook op andere plekken in de wereld voorkomen, waar internationale troepen zijn gestationeerd.”

Grassiani is echter ook mede-oprichtster van gate 48‘, een kritisch platform voor Israëliërs die zich uitspreken tegen de bezetting van de Palestijnse gebieden. “Ik besef wel dat daarmee je wetenschappelijke objectiviteit in de gevarenzone komt”, aldus Grassiani, “maar ik weet mijn politiek heus wel van mijn werk te scheiden. Mijn interesse voor dit onderwerp komt niet zomaar uit het niks. Maar als onderzoeker wil ik de soldaten ook niet met mijn oordelen confronteren. Ik vraag ze niet: “Vind je dat nou niet erg?”

Haar insteek is ook anders dan die van andere antropologen, meent Grassiani. “Meestal wordt er onderzoek gedaan naar bevolkingsgroepen in een zwakke positie. Ik kijk voor de verandering naar de groep met macht, de ‘daders’, al is dat natuurlijk een erg beladen woord.”

Grassiani’s promotie is op woensdag 10 juni om 13:45 uur in de aula van het VU-hoofdgebouw aan de De Boelelaan 1105 in Amsterdam.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home