Frontaal
Naakt
7 maart 2010

Achter de Kawat

Peter Breedveld

zin22
Illustratie: Zinaida Serebriakova

Als het over de Tweede Wereldoorlog gaat, is er nog altijd relatief weinig aandacht voor het leed in de Jappenkampen. Toen de overlevenden na de bevrijding uit Nederlands-Indië naar Nederland terugkeerden, hoefden ze al helemaal niet op enige sympathie te rekenen. “Altijd hoorden we datzelfde argument, dat wij het tenminste lekker warm hadden gehad”, zei ex-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot, als kind zelf in een Jappenkamp geïnterneerd, bij de opening van de tentoonstelling Achter de Kawat in het Haagse Museon.

Het is een indrukwekkende expositie van tekeningen van illustrator/ontwerper Charles Burki, die van 1942 tot en met 1944 in een Jappenkamp zat, daarna naar Japan werd verscheept, de torpedering van zijn schip overleefde, tien dagen in de Stille Oceaan ronddobberde, werd opgepikt door een Japanse walvisvaarder, gevangengezet in een kamp bij Nagasaki en toen de atoombom op Nagasaki overleefde.

Zijn tekeningen hebben de oorlog (en de tropen) op al even miraculeuze wijze overleefd. Vlak voor zijn vertrek naar Japan had Burki ze begraven – nota bene onder de toegangspoort van het gevangenkamp – en een medegevangene bezorgde ze in 1946 weer bij Burki terug.

Ik heb vaker tekeningen uit concentratiekampen gezien, ruwe schetsen van houtskool of met een stompje potlood. Stiekem gemaakt, want ontdekking zou op harde lijfstraffen komen te staan. Vaak op halfvergaan papier, want dat was schaars en de vochtige tropenhitte is genadeloos voor papier.

In dat licht zijn de tekeningen van Burki verbluffend. Gedetailleerd uitgewerkt, vaak geïnkt, technisch perfect. Ik sprak één van zijn dochters, zelf illustrator, en vroeg haar of hij de tekeningen misschien thuis had uitgewerkt, met de schetsen, die hij in het kamp had gemaakt, als basis. Nee, zei ze. Wat er op die expositie hangt, is allemaal in de oorlog in het Jappenkamp gemaakt. Burki tekende ook portretten van Japanse officieren, die papier, potloden en inkt voor hem regelden.

“Als ik die tekeningen zo bekijk, heeft Burki het gerieflijker gehad dan wij”, zei Bot. Ik moet eerlijk zeggen dat ik bij Burki’s tekeningen ook het gevoel heb dat het niet ongezellig was in zijn Jappenkamp. Er hangen wat schokkende tekeningen, bijvoorbeeld van drie geëxecuteerde gevangenen die hadden geprobeerd te ontsnappen, maar verder wekken de gevangenen vooral de indruk van een groep haveloze vakantiegangers, die met oude rotzooi hemelbedden en hangmatten improviseren, rijstwijn stoken, surrogaattabak maken en loltrappen. Burki’s dochter vertelde me dat het een soort woonwijk was met prikkeldraad eromheen, dat kamp. De Japanse bewakers bevonden zich buiten en interesseerden zich niet bovenmatig voor wat zich binnen afspeelde.

burki1

burki2

burki3

burki4

Bij sommige tekeningen schoot ik spontaan in de lach. Koddige beeldverhalen zitten erbij, van gevangenen die elkaar gekmaken met steeds groteskere geruchten over de bevrijding van Java, over de frivole baarden die ze lieten staan nadat ze werden verplicht hun hoofdhaar af te scheren, over de maaltijden, waar weinig variatie in zat: ‘weekmenu: soep met rijst, rijst met soep, rijstsoep, soeprijst, rijstige soep, soepige rijst’, enzovoort, een sierlijke tekening van een lief poesje in het gras met het onderschrift ‘vleesch’.

In vitrines zijn ook voorwerpen uit het kamp te zien, en een dagboekje van Burki’s vrouw, die elders op Java in een kamp zat. Ze schrijft dat ze haar lieveling zo vreselijk mist, terwijl ik bij Burki niet één verwijzing naar zijn vrouw heb ontdekt, wat ik opvallend vind.

burki5

Burki kreeg het pas echt moeilijk toen hij op de oceaan ronddobberde, wat volgens zijn dochter de meeste indruk op hem heeft gemaakt. Aan de atoombom op Nagasaki hield hij alleen wat brandwonden over. De tekeningen, die hij van andere overlevenden maakte, zijn afschuwelijk: mensen die over hun hele lichaam zijn verbrand, een man met een hoofd als een bloemkool, met vreselijke karbonkels overal.

burki7

Burki overleed in 1994 op 85-jarige leeftijd, na een vol en gelukkig leven, als ik de verhalen mag geloven. “Thuis richte hij zijn slaapkamer net zo in als hij in het kamp had gedaan, met al zijn bezittingen om hem heen”, vertelde zijn dochter, wier naam ik helaas niet heb gevraagd. Van Esther Gasseling van uitgeverij Xtra, die zijn kampschetsen in een bundel heeft heruitgebracht, begrijp ik dat Burki ook strips tekende. Ik ben er erg benieuwd naar, want Burki is een zeldzaam goede tekenaar, die bijna tastbaar materiaal tekent (textiel, glas, je kunt het bijna uit de tekeningen pakken) en wiens werk ook een geweldige dynamiek bezit.

burki6

Charles Burki: Achter de Kawat, 176 pagina’s in zwart-wit, uitgeverij Xtra, prijs € 15,-. Tentoonstelling in het Museon te zien tot en met 5 september.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home