Bij de dood van Osama

Hassnae Bouazza


Illustratie uit Die Schönheit

Sterfgevallen nopen tot overpeinzingen. De dood van Bin Laden is daarom een goed moment om de balans op te maken wat betreft Arabisch/islamitisch leiderschap. Naast de bekende opmerkingen als ‘hij was een slecht mens’ en ‘hij was een moedige strijder tegen Amerika en Israël’, viel één reactie me op: dat zijn dood de zoveelste nederlaag is voor de Arabische wereld.

Inderdaad, als je erbij stilstaat, kun je concluderen dat de Arabische leiders die geroemd werden om hun standvastigheid en moed tegen de Verenigde Staten, op vernederende wijze aan hun eind zijn gekomen. Saddam Hoessein werd voor het oog van de wereld uit een gat gehaald en op vlooien gecontroleerd alvorens hij door zijn eigen mensen werd opgehangen tijdens het offerfeest. Alsof het een schaap betrof.

Dan heb je het Palestijnse Hamas, dat druk bezig is het leven voor de eigen bevolking nog een graadje erger te maken. Haar grootspraak dat ze Israël wil vernietigen, wordt nog steeds gebruikt om de partij te weigeren als gesprekspartner. Hamas heeft er jaren geleden afstand van genomen, maar dat dreigement leeft voort. En dat terwijl ze niet eens in staat is Israël daadwerkelijk gevoelig te raken.

Het Libanese Hezbollah kraaide de victorie omdat het Israël niet was gelukt haar te elimineren, maar kun je spreken van een overwinning als je halve land kapot is gebombardeerd en vele landgenoten daarbij zijn omgekomen?

De Saoedische Bin Laden is op een moment gedood dat hij volslagen irrelevant was geworden in de Arabische wereld. Voor veel mensen was hij al dood. Wat heeft zijn moed de regio gebracht? Een inval in Irak die aan honderdduizenden het leven kostte en vervolgens het land aan de rand van de afgrond bracht door het gruwelijke, sektarische geweld. Een inval in Afghanistan, vele sadistische copy-cats, waarvan Zarqawi in Irak tot de ergste behoorde, en een abominabele reputatie voor moslims wereldwijd.

Of Bin Laden nu wel of niet het brein achter 11 september was, doet er niet eens toe. Hij gebruikte de verschillende aanslagen in de wereld, die aan Al Qaida werden toegeschreven, als propagandamateriaal en sindsdien hebben moslims in het Westen heel wat uit te leggen: ‘Islam en democratie gaan niet samen!’ ‘De hoofddoek is hetzelfde als het hakenkruis!’ ‘Moslims willen de boel overnemen!’ ‘Jij bent moslim, dus je kunt niet vrij zijn!’ ‘Jij moet alle ongelovigen doden!’ ‘Dat moet van Allah!’ ‘Het staat in de Koran!’ Ad nauseum, ad infinitum. En bedankt, hè, Osama.

De andere Arabische leiders, vooral de bondgenoten van het Westen, slaagden er niet in het terrorisme effectief te bestrijden. De terroristische aanslagen in de verschillende Arabische landen waren gericht tegen de regeringsleiders, maar ze hebben nooit effect gehad, alleen dood en verderf gezaaid.

De regeringsleiders profiteerden er juist van doordat ze zich konden profileren als seculiere vrienden van het Westen. Louche vrienden die je inzet bij martelverhoren, dat wel, want democratisch waren ze niet en van mensenrechten wilden ze evenmin wat weten en dus bleef het achterlijke stigma aan die landen plakken. Zelfs de inzet van in Chanel gestoken echtgenotes van de presidenten en koningen, veranderde niet veel aan het imago van de Arabische wereld. Want hoewel populair en charismatisch, hebben de optredens van de Jordaanse koningin Rania bij Oprah niet zo heel veel zoden aan de dijk gezet als het erom ging de wereld ervan te overtuigen dat ook Arabieren dezelfde, universele wensen nastreven.

Nee, dan de haveloze, gesluierde, netjes in pak, of met flashy zonnebril getooide, gewone Arabieren die in simpele woorden en uit oprechte radeloosheid uiting gaven aan hun woede en zo duidelijk maakten dat ze niets anders wilden dan een goed leven in vrijheid zonder dagelijkse vernederingen en onderdrukking. En dat zonder vlag te verbranden. Opeens zagen mensen elders dat Arabieren eigenlijk dezelfde taal spreken. Dat ze ook maar mensen zijn met hun dromen en angsten. Er was erkenning.

Diezelfde betogers lieten zien dat je ook gewoon om iets kunt vragen in plaats van meteen ergens een bom te planten of om je middel te knopen. Op die revolutionaire gedachte waren de terroristen nog niet gekomen.

Hoe ironisch dat de Westerse toon en seculiere houding die de verschillende leiders hanteerden, minder heeft gedaan voor het imago van de Arabische wereld dan de simpele, maar volhardende acties van de mensen nu. Blijkt het gewone volk de taal van de diplomatie en PR beter te begrijpen dan de in dure, Westerse universiteiten opgeleide despoten.

Eerder verschenen in Vrij Nederland. Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, Elle en de Arabische site van de Wereldomroep. In 2009 was ze te bewonderen in Vrouw & Paard, tegenwoordig is ze regelmatig te horen in Vrijdagmiddag Live. Afgelopen kerst won ze bijna De Nationale Wetenschapsquiz. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.

17 mei 2011 — Hassnae Bouazza

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home