Frontaal
Naakt
4 april 2026

Conchita

Justine le Clercq


Illustratie: Yoshiharu Tsuge.

Conchita was de eerste sekswerker die zich meldde bij ons om een raam te huren. Ooit was ze vanuit Zuid-Amerika naar Amsterdam gekomen om geld te verdienen voor haar familie. Er was geen man in haar leven, en er kwamen geen kinderen. Ze werkte al sinds iedereen zich kon herinneren op de Wallen. Yab Yum, de Hells Angels, Holleeder, de Zeedijk geregeerd door junkies in de jaren ’90, ze had het allemaal voorbij zien trekken. Zij bleef onverstoorbaar opgewekt doorwerken.

Ze had goed in de gaten gehouden wanneer ons bordeel openging en ze belde dan ook de dag na het openingsfeest aan bij ons. Ze was tweeënzeventig jaar en nog niet van plan te stoppen. Haar permanentkrullen tot op haar schouders waren oranje en haar boezem had nog aanzien.

Met haar rolkoffertje, haar weelderige kilo’s en haar reumaspieren trok ze zichzelf aan de leuning de twee steile trappen op naar ons kantoortje.

“Hier in dit pand heb ik twintig jaar gewerkt”, opende ze het gesprek. Ze wist ook al welk raam ze wilde huren: “Ik wil het raam hier in de Boomsteeg op de hoek. Die ramen in de passage zijn fijner, maar het stinkt er, het stinkt er al sinds 1970 toen ik er ook al zat en ik wil er niet meer zitten. Het riool hier in Amsterdam is verschrikkelijk. Ze kwamen met buizen en kranen en beton om het te repareren en het stinkt er nog. Jullie denken dat je de stank weg gaat krijgen, maar de stank zit hier en de stank blijft en de stank zal altijd blijven.”

Vaste klanten

Daarop pakte ze gedecideerd haar papieren – haar KvK-inschrijving, haar paspoort, een bewijs van haar woonadres, haar verzekeringspapieren – en spreidde ze uit over het bureau. “Allemaal in orde”, zei ze. “Ik weet hoe het werkt, je hoeft mij niets te vertellen. Ik neem iedere dag mijn eigen eten mee. Jullie hebben toch wel een magnetron? Ik wil dat het wordt opgewarmd en gebracht want ik ga niet achter het raam weg. Het is hard werken als je tweeënzeventig bent. Als ik mijn eten zelf opwarm dan kan ik een vaste klant mislopen. Ik heb veel vaste klanten maar ze moeten wel vast blijven. Als je er niet bent zijn ze weg, floep, weg. Zo makkelijk. Ik heb ook hele trouwe klanten, al vanaf 1970. Hebben jullie een magnetron?”

We knikten bevestigend en vanaf die dag brachten onze medewerkers haar iedere middag haar zelf gekookte opgewarmde eten. Ze dronk er Fernandes bij.

“Doen jullie nog even die intake?” instrueerde ze ons. “Iedereen kent me hier, maar die intake moet, ik weet het. De politie kent me, de mensen van de gemeente, de mensen van het Leger des Heils, iedereen.”

Ze werkte overdag. De nacht was haar te zwaar geworden. Als ze aankwam liet ze haar rolkoffer beneden staan zodat niemand meer de trap op kon, zo smal was de doorgang daar. Ze betaalde de huur van het raam, liet weer haar paspoort en KvK inschrijving zien (dat is verplicht, ook al ken je de huurster al jaren, ook al kent heel Amsterdam de dame, iedere dag moet je de papieren controleren), klaagde over haar botten, zette haar eten op het aanrecht, en begon de rit naar beneden. Eenmaal achter het raam ging het gordijn dicht voor een uur.

Gezondheidszorg

Als het gordijn weer openging zat daar een andere vrouw! Prachtige bustehouders die haar borsten flink lieten stijgen en haar wespentaille accentueerden. Voor die taille was ze ooit afgereisd naar een kliniek buiten Nederland. Dat deden alle sekswerkers, afreizen naar het buitenland voor cosmetische artsen, maar ook voor gewone artsen en zelfs voor huisartsen. Onze gezondheidszorg vonden ze allemaal maar niks. Ze lachten ons erom uit.

“Jullie artsen zijn onbeschoft. Ze kijken je aan alsof je stront bent en ze sturen je altijd weer weg zonder pillen of verwijzingen of oplossingen.” Onze meiden pakten allemaal het vliegtuig als ze griep hadden, hoofdpijn hadden of een smallere taille wilden. Na verloop van tijd deed het ons steeds meer twijfelen aan onze gezondheidszorg. Het is dat wij geen Turks of Roemeens of Hongaars spreken, anders zouden wij nu ook voor ieder wissewasje het vliegtuig pakken.

Uitlachen

Conchita had veel vaste klanten, bleek. En ze zat er met enig plezier. “Het is mijn leven”, zei ze daarover. Ze stuurde nog steeds geld naar haar familie.

Haar verschijning riep bij de voorbijgangers tegenstrijdige reacties op. Jonge mannen gilden als ze haar zagen en riepen hun vrienden en wezen naar haar en zo’n hele groep jonge mannen lachte haar dan uit. Gezinnen die langsliepen keerden om om haar nog een keer te zien. Ze was een attractie wier menselijkheid werd afgepakt achter het raam. Er was geen remming op het schelden, het uitlachen, het wijzen. Ze gaf nooit een krimp. Ze zei: “Ze zijn jong, ze weten nog niets.”

Toen ze een paar jaar later door lichamelijke gebreken noodgedwongen moest stoppen met het werk, was ze ontroostbaar. Ze vreesde de eenzaamheid en de verveling. Ze ging terug naar Zuid-Amerika.

Niet lang daarna kregen we bericht dat ze was overleden.

Justine le Clercq was bestuursvoorzitter van het gemeentebordeel My Red Light op de Wallen in Amsterdam. Dit raambordeel werd de inzet van een poldertreurspel. Deze serie columns geeft een inkijk in de sekswerkbranche en iedereen die zich daarmee (on)gewild inlaat. Het eerste deel leest u hier, het tweede hier en het derde hier.

Nieuwsbrief