De Beste Strips van 2010

Peter Breedveld

Het afgelopen jaar was een goed stripjaar voor Nederland. Dit ondanks de aanstelling (in 2009 al) van een ‘stripintendant’, de domme en vijandige nepoot Gert Jan Pos. Pos heeft een zak overheidsgeld gekregen om ‘de Nederlandse stripcultuur in de komende jaren een extra impuls te geven’ en dat heeft vooral geresulteerd in wat boekjes en een krantje die een staalkaart van de Nederlandse stripcultuur pretenderen te zijn.

Daarin laten Nederlandse striptekenaars zien dat ze erg lui zijn en vooral geïnteresseerd in het maken van flauwe éénpagina- en drieplaatjesgrappen. Zéker niet in tekenen. Dat de verschrikkelijke Maaike Hartjes, die al vijftien jaar dezelfde manisch-depressieve harkpoppetjes tekent, één van de juwelen in de Nederlandse stripkroon is, laat zien hoe naakt deze keizer werkelijk is.

Het goede nieuws is dat deze stripmakers allemaal vriendjes en vriendinnetjes van Pos zijn, of net doen alsof ze dat zijn. Dát is het criterium om geld van hem te krijgen – kwaliteit heeft daar niks mee te maken. Dat er wel degelijk heus striptalent in Nederland zit, bewijst bijvoorbeeld het fonds van uitgeverij Xtra, waarin voortreffelijke stripauteurs zitten als Fred de Heij, wiens magazine Pulpman een podium biedt voor minder gemakzuchtig talent.

Nee, dat het afgelopen jaar een goed stripjaar was, komt vooral door het feit dat een klein aantal uitgeverijen het heeft aangedurfd buitenlands werk te vertalen en op de markt te brengen, zodat het Nederlandse publiek er kennis van kan nemen dat er meer is dan Thorgal en Lucky Luke, en dat een literaire strip niet per definitie het zelfingenomen geneuzel van een contactgestoorde krabbelaar is, of het klakkeloos verstrippen van Reve en Elschot.

Die uitgeverijen zijn onder andere het al eerder genoemde Xtra, die een fijne neus heeft voor subversieve, virtuoze juweeltjes, De Vliegende Hollander, die strips op de Nederlandse markt brengt als From Hell en Y: The Last Man, meesterwerken die laten zien hoe creatief en innovatief de Amerikaanse mainstream strip kan zijn, Sherpa, specialist in verstilde stripnovelle’s en Silvester, die zo mooi het evenwicht weet te houden tussen kwaliteit en commercie.

Genoeg geluld, hier volgen mijn vijf favorieten van 2010:

1) Aardbei & Chocola, van Aurélia Aurita – Ik ben blij dat er eindelijk een uitgever is die Aardbei & Chocola, dat ik zelf een paar jaar geleden al eens in Frankrijk oppikte, in het Nederlands uitbrengt. Het boek is een autobiografische ode van Aurita – wier echte naam Chenda Khun is – aan haar geliefde Frédéric. Het is één lange aaneenschakeling van de geile vrijpartijen van het verliefde paar, slechts sporadisch onderbroken door Khuns momenten van introspectie.
Aurita’s tekeningen zijn energiek en primitief, maar haar lijnvoering is wel sexy en elegant. Ze tekent geweldige dijen met een heel simpel, glooiend lijntje. De schetsachtige tekeningen bevorderen het leestempo, want we blijven niet hangen in de details. Het gaat helemaal om de emotie.
Ik geloof dat dit boek de potentie heeft een vrouwelijk lezerspubliek te trekken. Het is de enige strip die ik mijn geliefde helemaal in één ruk heb zien uitlezen en waar ze echt enthousiast over was. Lees het mooie interview dat Hassnae eerder dit jaar met Khun had.

witbalk

2) De Wraak van Bakamé van Jeroen Janssen en Pieter van Oudheusden – De zon schijnt, de hitte schroeit, de seks broeit. De Wraak van Bakamé is een aanstekelijke, energieke, vrolijke, hedonistische cake-walk van een strip.
Het gaat om een dierenstrip voor volwassen (daar lees ik er de laatste tijd onbedoeld een boel van, merk ik) met een haas in de hoofdrol, Bakamé, een schelm die doet denken aan de spin Anansi, hoofdpersoon in menig schelmenverhaal in Afrika, Suriname en de Caraïben, en die de voorloper is van Bre’r Rabbit, Broer Konijn, held van de Afrikaans-Amerikaanse slaven.
Deze Bakamé draait een zekere Hyena Mpyisi een enorme loer, resulterend in de verkrachting, door een bende gefrustreerde hooligans, van Mpyisi’s bevallige vrouw. Zij stuurt Mpyisi op een lange reis om een tovenaar naar hun dorp te halen die haar eer moet redden. De tocht is een koortsachtige, zinderende droom vol seks, geweld en zwarte magie.
De bontgekleurde plaatjes zijn niet alleen mooi om naar te kijken, de taal is fijn, de humor sardonisch. Dit zijn broodnodige vitaminen om de lange, grauwe winter door te komen.

witbalk

3) Walking Dead, van Robert Kirkman, Tony Moore en Charlie Adlard – Ik begon met grote tegenzin aan deze strip, maar Walking Dead, in Amerika inmiddels bewerkt tot een succesvolle televisieserie, is ontzettend spannend. Dat komt doordat de focus niet ligt op de zombies, maar op de mensen die in een door zombies overheerste wereld nog iets van een bestaan proberen te leiden. Tussen het tot moes slaan en afknallen van zombies worden de mensen verliefd op elkaar, jaloers, ze maken ruzie, leggen elkaar hun normen en waarden op, kortom, ze gedragen zich zoals mensen.
Walking Dead is realistischer dan de doorsnee zombiestrip of – film, omdat het gaat over hoe onze wereld eruit zou zien na het uitbreken van een apocalyps-achtige ramp. Mensen slaan aan het plunderen en breken in andermans huizen in, anderen proberen hun principes in stand te houden, hoe extreem de omstandigheden ook zijn. Een beetje De Pest van Camus dus, maar dan met zombies.
Walking Dead is knap verteld, Kirkman neemt de ruimte om zijn plots en subplots te ontrollen. De personages zijn geloofwaardig, de dialogen echt. De tekeningen, aanvankelijk van Tony Moore, later Charlie Adlard, zijn vaardig, in stemmig zwart-wit met grijstonen. Ik moet wel zeggen dat ik € 19,95 per deel behoorlijk aan de prijs vind, hoe mooi de uitgaves ook zijn.

witbalk

4) De Wachters van Xavier Dorison en Enrique Breccia – Na alle interessantdoenerij rond graphic novels is het wel weer eens lekker om een ouderwetse, goed getekende avonturenstrip te lezen, die niet je intelligentie beledigt. De Wachters, waarvan nu twee delen zijn verschenen, voldoet daar helemaal aan. Iron Man meets Inglourious Basterds meets Casse-pipe.
Hoofdpersoon is een jonge Franse wetenschapper, Gabriel Féraud, die weigert zijn spectaculaire uitvinding, een radiumbatterij, aan het leger te verkopen. Maar hij verandert van gedachten wanneer hij aan het begin van de Eerste Wereldoorlog zo zwaar gewond raakt, dat hij al zijn ledematen moet missen. Hij wordt benaderd door kolonel Alphonse Mirreau, die een semi-clandestiene operatie leidt rond halfmenselijke, halfmechanische supersoldaten, die echter gevoed worden door een accu die te snel leegraakt. Férauds radiumbatterij is de oplossing en Mirreau voorziet Féraud van mechanische, metalen armen en benen in ruil voor de accu.
Féraud vormt vanaf dat moment onder de codenaam Taillefer de spil van een speciale eenheid, de Wachters, die in vijandelijk gebied op zelfmoordmissies wordt gestuurd. Hij wordt bijgestaan door een menselijk bulldozer, bijgenaamd Djibouti (een verwijzing naar één of andere slag waarin hij heeft geëxcelleerd). Mislukken de missies, dan moet kolonel Mirreau hangen en als ze slagen, strijken Mirreau’s superieuren met de eer.
De Franse scenarist Xavier Dorison mengt precies de juiste doses actie, spanning, humor en cynisme en de Argentijnse tekenaar Enrique Breccia brengt dat alles met veel gusto in beeld.

witbalk

5) From Hell van Alan Moore en Eddie Campbell – Twaalf jaar na verschijning van dit monument van een stripverhaal, een vuistdikke magisch-realistische reconstructie van de beruchte Jack the Ripper-moorden, is er eindelijk een Nederlandse vertaling. Ik heb ‘m niet op de eerste plaats gezet omdat de strip al meer dan tien jaar behoorlijke bekendheid geniet, ook in Nederland, mede dankzij de teleurstellende verfilming met Johnny Depp in de hoofdrol. Bovendien brengt uitgeverij De Vliegende Hollander dit werk in drie delen uit, en je moet From Hell gewoon in één keer lezen.
Behalve een reconstructie van de Ripper-moorden is From Hell ook een analyse van de patriarchale dictatuur, een aanklacht tegen vrouwenonderdrukking en sociale onrechtvaardigheid en een studie van de menselijke psyche. Boven alles is dit een ontzettend griezelig boek, en na de eerste keer dat ik het las, durfde ik nauwelijks alleen te zijn in het donker.

witbalk

Peter Breedveld bespreekt wekelijks een strip in de boekenbijlage van Vrij Nederland

8 januari 2011 — Peter Breedveld, strips

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home