De ontmaagding van de Tora
René Süss

Het hardop lezen van de Tora in de dienst, uiteraard met toevoeging van klinkers – de vroegste oproep vinden we in Deuteronomium 31:11; zie ook Handelingen 15:21 – is bij wijze van spreken de ontmaagding van de tekst. Daar zit iets gewelddadigs in.
Rabbi Nachman (1772-1810), de stichter van de chassidische gemeenschap van Bratslav, zag de 22 medeklinkers en de 10 toe te voegen klinkers van het Hebreeuwse alphabet erotisch-seksuele relaties met elkaar aangaan: de medeklinkers verlangen naar de klinkers als maatjes en omgekeerd. Door bemiddeling van de klinkers paren de letters met elkaar tot een lichaam.
Benen spreiden
Anderzijds is juist de afwezigheid van klinkers van groot belang; zij voorkomt de exclusiviteit van de ene, uitsluitende betekenis omdat zij de multi-interpretabele wortel intact laat.
De sefer als lichaam nu wordt uitgerold zoals een vrouw haar benen spreidt ter verwelkoming van haar partner.
(Nota bene: Leonard Cohen: de Heilige Geest komt naar binnen als de man de vrouw penetreert. In de klassieke christelijk leer is het de (erf)zonde die zo naar binnen komt!)
Breken van het maagdenvlies
Degene die opgeroepen wordt, kust ‘zijn’ passage door die even met de tsitstiet -de schouwdraden- van zijn talliet – de gebedsmantel – aan te raken en naar de mond te brengen. Hetzelfde zal hij doen als de lezing is beëindigd, de tekst weer wordt bedekt en de volgende zijn opwachting maakt. Overigens, niemand zal met zijn blote handen het perkament van de Sefer aanraken.
Op het moment dat de baäl koré, de voorlezer/voorganger, zijn stem verheft, na telkens met een amen de beracha, de zegenspreuk van de opgeroepene te hebben bekrachtigd, breekt om zo te zeggen het vlies en is de tekst ontmaagd. Hij leest die – hoe zou het anders kunnen? – gevocaliseerd en daarmee verbreekt hij de pure staat van die tekst. Het is een eerste inbreuk, een eerste commentaar.
Natuurlijke theologie
Om met Walter Benjamin te spreken: de schemertoestand van ‘Sprache überhaupt‘ wordt gearticuleerde ‘Sprache des Menschen‘ en zo G’dspraak. Nota bene: wie bij G’d begint, schendt de Naam en het eschaton en kan nooit bij Hem uitkomen. (Alle theologie is per definitie natuurlijke theologie!)
Dat we onvermijdelijk, grensoverschrijdend bezig zijn, wordt duidelijk doordat de G’dsnaam ongevocaliseerd blijft, dat wil zeggen niet wordt uitgesproken. De baäl koré zegt omschrijvend: Adonaj, Heer.
René Süss heeft een nieuw boek uit: Sjabbat Sjalom, een verzameling ‘droosjes’, korte toelichtingen bij Tora-teksten. Eerder schreef hij onder andere Luthers Theologisch Testament, zijn proefschrift over het virulente antisemitisme van Maarten Luther. Hij maakte er een paar vijanden mee. Ook schreef hij De Geest Bemint de Buitenkant, over de lichamelijkheid in het jodendom en Luther, een Sympathieke Potentaat.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS